29-ers zijn sneller dan 26-ers, zo blijkt uit onderzoek

Voor velen niet meer een verrassing. Maar zwart-op-wit is het toch wel prettig. Twijfel je dus nog over 29 inch? Dat hoeft dan niet meer.

zaterdag, 12 augustus 2017, 8:03
29-ers zijn sneller dan 26-ers, zo blijkt uit onderzoek

Een nieuw onderzoek toont aan dat 29-ers onder verschillende omstandigheden sneller zijn dan 26-ers, maar hoe zit dat met 27,5-ers?

Wielgrootte is een bron van eindeloze discussies in de wereld van het mountainbiken. Simpele wijsheid beredeneert dat grotere wielen (oftewel 29-ers) sneller rollen over ruigere ondergrond, lange rechte stukken, afdalingen en kombochten, terwijl kleinere wielen (26-ers) beter zijn op krappe, kronkelige trails en in beklimmingen. Om aan de discussie een einde te brengen, bouwden Zwitserse onderzoekers een parkoers van ongeveer een kilometer waarin alle terreintypes evenveel aandacht kregen.

Tien fietsers (zeven mannen en drie vrouwen) uit het Zwitserse Nationale Cross Country Team reden een wedstrijd van in totaal zes ronden – drie ronden op 26 inch fietsen en drie ronden op 29 inch wielen – terwijl de onderzoekers de rondetijden in de gaten hielden, samen met de gemeten wattages, hartslag en cadans. De rijders werd ook gevraagd om een algemene mening over de fietsen te geven.
Uiteindelijk waren de 29-ers 7,5 seconde sneller dan de 26-ers – een snelheidswinst van 2,4 % – zonder dat de rijders harder hun best deden, aangezien er geen verschillen in wattage, cadans en hartslag waren. Opvallend was dat 29-ers inderdaad sneller waren op de terreinen die men verwachtte, maar ook op de terreinen waarop kleine wielen beter zouden zijn. Daarnaast vonden de fietsers dat de 29-ers ook prettiger reden op het parkoers. En tijdens kampioenschappen is 7,5 seconden een significant verschil waarmee wedstrijden worden beslist, wat uiteindelijk de aanleiding van het onderzoek was.

Wat de studie uiteraard niet meeneemt in het onderzoek is de nieuwste populaire wielmaat – 27,5 inch – die de 26 inch wielen volledig heeft vervangen. Dat komt niet door onoplettendheid van de onderzoekers, maar komt simpelweg door het feit dat wetenschap nu eenmaal trager gaat dan de snelheid waarmee de fietsindustrie innovaties lanceert. “De studie is uitgevoerd in december 2011, voorafgaand aan de Spelen in Londen en op dat moment waren er nog helemaal geen fietsen met 27,5 inch beschikbaar,” zo vertelt hoofdonderzoeker en sportwetenschapper Dr. Thomas Steiner. De fietsen waren pas later beschikbaar, toen Steiner begreep dat Zwitsers Wereldkampioen mountainbike Nino Schurter van plan was om de tijdens die Spelen met 27,5 inch te rijden.

Dus de meest relevante discussie over wielgrootte gaat nog steeds verder – hoewel Steiner suggereert dat 29-ers vermoedelijk toch nog sneller zijn dan 27,5-ers, wat zal moeten blijken uit een vergelijkbaar onderzoek. “Slechts één Zwitserse topatleet – Nino – rijdt momenteel met 27,5 inch wielen,” aldus Steiner. “Alle anderen gebruiken 29 inch fietsen. Ik verwacht dat de 27,5 fietsen tussen de andere twee in zitten, maar wel dichter naar de 29 inch toe, aangezien de wielomtrek dichter bij die maat zit.”
Onze suggestie? Tenzij je je brood moet verdienen met wedstrijdpremies, rijd je het beste met de wielgrootte waar je het prettigst mee rijdt.

Tekst: Selene Yeager
Vertaling: Sander Jansen
Foto: Flickr

Tags: