8 stappen voor een korte fiets check

Korte fiets check: Als je het juiste gereedschap hebt, zijn deze stappen makkelijk uit te voeren. Zelfs voor de meest onervaren klussers onder ons.

dinsdag, 6 februari 2018, 20:19
8 stappen voor een korte fiets check

Het is vrijdagavond. Je hebt een lange rit gepland voor de volgende dag. Je hebt jezelf van brandstof voorzien, genoeg vocht gedronken en al je belangrijke spullen en kleding klaargelegd voor gebruik. Maar hoe zit het met je fiets?

Het is altijd een goed idee om je vriend-op-twee-wielen even goed na te lopen voor een lange rit, wedstrijd of toertocht. Het vergroot de kans dat je kleine problemen tegenkomt die uiteindelijk kunnen leiden tot een mechanisch defect of zelfs een ongeluk tijdens de grote dag.

Een routinematige check duurt meestal een klein uurtje. Zolang je de juiste tools hebt, is het een taak die zelfs uit te voeren is door de meest onervaren thuisklusser. Naast het aanpakken van potentiële problemen, kan het je zelfvertrouwen vergroten, omdat je alles kunt oplossen als je eenmaal onderweg bent.

(Houd er rekening mee dat de hier beschreven procedure alleen van toepassing is op een redelijk goed onderhouden fiets die in goede staat verkeert. Als je fiets al een aantal jaren stof staat te verzamelen achter in je schuur, laat hem dan door een professionele mechanieker onder handen nemen.)

1 / 8

De snelle schoonmaak

Plaats je fiets in een montagestandaard (als je die hebt). Als de fiets niet zo heel vies is, kun je hem gewoon goed afnemen met een doek. Als hij echt vies is, haal dan beide wielen eruit en was de fiets grondig. Als de draaiende delen vol met vuil en vet zitten, spuit de fietsketting en derailleurs dan in met wat ontvetter en laat de fiets een paar minuten staan. Vul de emmer met warm zeepsop. Maak een spons hiermee vochtig, houd hem op de ketting en draai aan een pedaal om de ketting door de spons te trekken totdat de schakels schoon zijn. Reinig ook het crankstel en de derailleurs. Reinig vervolgens het frame en de onderdelen (inclusief de wielen) met een nieuwe spons. Spoel af door schoon water van bovenaf over de fiets te sproeien of gooien. Droog de fiets en alle onderdelen met droge doeken.

arrow down
2 / 8

Balhoofd- en trapascontrole

Ga voor je fiets staan, houd de voorvork in de ene hand en de onderbuis in de andere. Druk en trek aan de vork om te controleren of er speling in het balhoofd zit. Draai de vork langzaam heen en weer om te voelen of er weerstand in zit. Als hij te los of te strak zit, maak je de bouten van de stuurpen los en verwijder je de speling door de inbus in de topcap vaster of losser te draaien. Draai daarna de bouten van de stuurpen waar vast.

Controleer nu de lagers van je trapas. Ga naast het frame staan, houd de crankarmen vast en duw en trek eraan, voel of er speling aanwezig is. De meeste trapassen zijn verzegeld en zonder speling. Als de jouwe loszit, laat je een fietswinkel de crankarmen en de lagers controleren en mogelijk vervangen om het probleem te verhelpen.

arrow down
3 / 8

Bandencheck

Inspecteer je banden op scheuren, sneetjes, blaren en slijtage. Als je een stukje vuil of een steentje in je band ziet zitten, probeer deze er dan voorzichtig uit te krijgen. Vervang banden, indien nodig. Controleer ook hoe je banden op de velg liggen. Er zitten lijnen onderaan de zijwanden die helemaal rondom net boven de velgrand moeten zitten. Als ze onder de velgrand zakken of erboven uitsteken, zit de band niet goed. Als je een van deze problemen constateert, laat je de band leeglopen en pomp je deze opnieuw op. Zorg ervoor dat hij nu goed zit. Plaats de wielen terug op de fiets en zorg ervoor dat ze in het midden van het frame zijn geplaatst en dat de snelspanners goed zijn vastgedraaid.

arrow down
4 / 8

Wielen en spaken

Beginnend bij het ventiel, ga je het hele wiel langs, waarbij je elke spaak beweegt om te zien of er losse spaken zijn. Na het controleren van een paar spaken, krijg je het gevoel voor de juiste spanning. Als je losse spaken vindt, draai ze dan vast door de nippel met een spaaksleutel (van bovenaf gezien) in stappen van een halve slag met de klok mee te draaien. Draai vervolgens aan de wielen en kijk naar de afstand tussen de velg en het remblok. Als je een bobbel of beweging ziet, moet je het wiel opnieuw laten richten. Dit is een erg precies klusjes – helemaal bij de modernere wielen met weinig spaken – dus ga hiervoor langs een speciaalzaak bij jou in de buurt.

Belangrijkste om te weten bij het richten is, om de velg naar links te laten bewegen, maak je de spaaknippels aan de rechterkant losser en trek je de nippels aan de linkerkant aan. Doe het andersom om de velg naar rechts te bewegen. Draai de nippels altijd een halve slag per keer en controleer daarna het resultaat. Geduld is hier de sleutel.

arrow down
5 / 8

Controleer je draaiende delen en je tools

Hoewel de belangrijke componenten tijdens normaal gebruik niet los mogen raken, is het toch verstandig om ze regelmatig te controleren. Draai, zonder te forceren, crankbouten, pedalen, kettingbladbouten, stuurpenbouten, stuurbouten, zadelpenbouten, zadelbout, rembouten, bidonhouderbouten en derailleur bevestigingsmoeren / bouten vast. (Deze draai je allemaal rechtsom vast, behalve het linkerpedaal, dat tegen de klok in wordt gedraaid.)

Zorg er ook voor dat al je reparatiespullen in goede staat verkeren, inclusief je pomp of CO2-patroonpomp. Laat tot slot een druppel smeermiddel vallen op de draaipunten van klikpedalen, derailleurs en remmen.

arrow down
6 / 8

De kabels en fietsketting

Als ze niet binnen het frame door lopen, smeer je de derailleurkabels van je fiets op het punt waar ze onder de trapas door lopen. Smeer de ketting en schakel vervolgens door alle versnellingen om te testen of de derailleur moet worden bijgesteld. Omdat de kabel van de achterderailleur langer is en meer wordt gebruikt, is de kans groter dat deze vaker opnieuw moet worden afgesteld. Elke klik met je achtershifter moet ervoor zorgen dat de fietsketting onmiddellijk naar het volgende tandwiel springt. Als dit niet het geval is, is de kabel waarschijnlijk enigszins uitgerekt of heb je deze misschien te strak afgesteld. Als de ketting aarzelt om naar een groter tandwiel te springen, is de kabel iets te los. Als de ketting juist te langzaam naar een kleiner tandwiel springt, is de kabel te strak. Los het moeizame schakelen naar een groter tandwiel op door de stelschroef aan de achterkant van de derailleur tegen de wijzers van de klok in te draaien in stappen van een halve slag. Om het schakelen naar de kleinere tandwielen te verbeteren, doe je het tegenovergestelde.

Voor elektronische schakelsystemen voer je dezelfde test uit, waarbij je zowel op als af schakelt om te controleren of alles naar behoren werkt. Als je problemen ontdekt, raadpleeg je de betreffende handleiding van je componenten (Shimano, SRAM of Campagnolo) om het probleem te vinden en op te lossen. Het aanpassen van elektronische systemen is meestal veel gemakkelijker dan traditionele mechanische schakelsystemen. In feite is het onwaarschijnlijk dat je, als je batterij tenminste voldoende opgeladen is, nog veel moet aanpassen. Zorg ervoor dat je hem volledig hebt opgeladen voor een lange rit. Zonder een opgeladen batterij zal je elektronische systeem niet werken. En er is niets ergers dan de hele dag op één verzet te moeten trappen.

Een kleine draai van de stelschroef van je rem zal je remblokjes naar binnen of naar buiten bewegen.

arrow down
7 / 8

Je remblokken

Inspecteer alle vier de remblokken van je fiets. Als de groeven weggesleten zijn, is het tijd om de blokken te vervangen. Zorg ervoor dat ze de velgrand gelijkmatig raken. Als dat niet het geval is, gebruikt je een inbussleutel om de bout los te maken waarmee het remblok wordt bevestigd en verplaats hem. Knijp in je remmen om te voelen hoe het werkt. De remblokken moeten goed tegen de velg aankomen, ruim voordat je remhendels het stuur raken. Als dit niet het geval is, moet je de rem aantrekken door de stelschroef op de remklauwen aan te draaien. Als deze uit één stuk bestaat, draai je hem tegen de klok in totdat de remblokken zich 3 tot 5 mm van de velgrand bevinden.

Als je fiets is uitgerust met schijfremmen, moet je de wielen verwijderen om de remblokken te inspecteren. Zodra de wielen zijn gedemonteerd, moet je ervoor zorgen dat er ten minste 1,5 mm remmateriaal over is op de remblokken. Is het minder, dan is het tijd voor een nieuwe set remblokken. Zorg er ook voor dat je remsysteem correct werkt door de hendels verschillende keren in te drukken terwijl het wiel en de schijf op hun plek zitten. Als het induwen van de remhendel sompig aanvoelt of de hendel helemaal naar het stuur getrokken wordt voordat deze zijn werk gaat doen, is het waarschijnlijk tijd voor een ontluchtingsbeurt. Dit is een onderhoudstaak op gevorderd niveau, dus als je geen ervaren monteur bent, neem je je fiets mee naar de winkel en laat je de remmen daar controleren en ontluchten.

Als de tijd het toelaat, doe je een korte testrit voordat je de hele dag op pad gaat.

arrow down
8 / 8

Test voordat je gaat rijden

Zodra je al deze stappen hebt doorlopen, stap je op je fiets voor een korte testrit. Schakel en rem herhaaldelijk en breng waar nodig aanpassingen aan. Nu ben je klaar voor die grote rit, met de zekerheid van een goed werkende fiets en zolang je lichaam meewerkt is er niets wat kan voorkomen dat je met succes de finish haalt.

Tekst: Jason Sumner
Vertaling: Sander Jansen
Foto’s: ProCycleShots

arrow down
Tags: