Drie dagen volle bak tijdens Haute Route Mont Ventoux

Drie dagen jagen over de Mont Ventoux. Bicycling rijdt de Haute Route en vertelt je hoe het is!

zaterdag, 7 oktober 2017, 15:21
Drie dagen volle bak tijdens Haute Route Mont Ventoux

Haute Route, een ervaring die je niet mag missen. Dat denken wij althans. En daarom sturen we onze collega Thomas Zijlma op pad om drie dagen af te zien tijdens de Haute Route op, over en rondom de Mont Ventoux.

Drie dagen volle bak tijdens Haute Route Mont VentouxLees in dit artikel de belevenissen en ervaringen van Thomas. Hij rijdt deze driedaagse cyclo op een Specialized Tarmac Expert 2018 met de nieuwe Roval CLX 50 wielen en de Shimano Ultegra R8000 groep. Na afloop van de Haute Route lees je ook over zijn ervaringen met de nieuwe Tarmac en het mechanische broertje van de Ultegra R8070 die hij al eerder aan de tand voelde.

Op vrijdag 6 oktober startte om 09.00 uur de eerste etappe vanuit Bedoin, aan de voet van De Kale Berg. Lees hieronder het verslag van 3 dagen afzien.

 

1 / 3

Dag 1 - Iedereen heeft het maar over heuvels

Het zal wel iets met perceptie te maken hebben. Meer kan ik er niet van maken. Wij kennen de Geulhemmerberg, de Cauberg en dat soort bulten.  Alles wat in Nederland langer dan 100 meter met gemiddeld 1 procent stijging omhoog gaat, heet ‘berg’. Als het nóg spannender wordt dan dát, tja, dan ben je bijna meteen een serieuze klimmer, of gewoon gek.

Ok, nu de realiteit van de Provence, want dat is waar deze driedaagse Haute Route gehouden wordt.  Tijdens de Haute Route heeft iedereen het over heuvels, maar in feite zijn dat voor ons soort mensen (Nederlanders) allemaal bergen. Echt allemaal!

Het grootste percentage deelnemers aan de Haute Route is Engelstalig of uit een land waar ze het over heuvels hebben als het 11 kilometer klimmen is met 998 hoogtemeters, zoals bijvoorbeeld de tweede ‘heuvel’ van de dag.

Toch zat er aan deze eerste dag een Nederlands tintje: het waaide namelijk keihard. Zelfs zo hard dat de finish werd getrokken bij Chalet Reynard en niet op de top van de Mont Ventoux. Daar werden s ‘morgens al windstoten gemeten van 161 kilometer per uur. Een beetje te hard voor 400 (veelal graatmagere) fanatiekelingen.

Haute Route Mont Ventouux trakteert alle 400 deelnemers tijdens de eerste etappe op een slordige 100 kilomter ‘koers’. Het is een cyclosportieve wat zoveel wil zeggen dat er van de 400 deelnemers zo’n 300 deelnemers zijn die rijden alsof hun leven ervan af hangt.

Aan de start dus strakke koppen, geschoren benen, de geur van kajapoetolie en op de achtergrond de strenge blik van De Kale Berg. Die 1000 meter uitsteekt boven alles wat er in de omgeving probeert een berg te zijn.  Zonnig was het wel! En wat dus zou moeten beginnen als een mooie rit door ‘heuvels’ werd meteen jakkeren. Op de kant! De eerste 20 kilometer ging het dan ook niet veel zachter dan 50 km per uur. Haute Route heeft dus niet voor niets het imago van een harde cyclo.

Een nerveus peloton waarbij iedereen zijn plekje moet zoeken, verdienen of opeisen, raast door de heuvels. Wegen worden grotendeels afgezet, auto’s worden tegen gehouden en op elk kruispunt staan verkeersregelaars. Alles is er om je te laten voelen dat je een ‘echte’ koers rijdt! Er zijn van die gele Mavic-motoren met wielen erop. Er is een ‘Tete de la Course-wagen’ met zwaailichten. Er zijn motards, agenten, ziekenwagens en ja, er staan zelfs toeschouwers aan de kant van de weg te klappen.

Aan de voet van de eerste beklimming (Col des Trois Termes) besloot ik een tandje terug te schakelen. Ik had niet de illusie dat ik om de knikkers mee kon doen (in de top-100 eindigen van deze race leek me al een prestatie), dus vertrouwde ik op mijn lange adem. Iets rustiger beginnen, me links en rechts voorbij laten rijden en dan later, de mensen met minder stalen zenuwen weer voorbij steken. En zo geschiede.

Zoals het een goede cyclo of wedstrijd betaamd, heeft iedereen zijn eigen verhaal. Ook ik dus. Bij kilometer 52 reed ik in een afdaling hard in een gat. Mijn zadelpen schoot zeker 4 centimeter het frame in en ik moest beslissen om door te rijden in de groep waarin ik mijn draai gevonden had, of stoppen en mijn zadelpen omhoog zetten en de aansluiting met de groep verliezen. Ik besloot door te rijden. Alles voor een goede uitslag! (Geheel tegen beter weten in natuurlijk.)

Nog steeds met een ingezakte zadelpen, kreeg ik op de tweede klim een verrekte goed gevoel. Ik reed weg uit de groep en niemand kon me volgen. Zo schoof ik weer een plekje of 20 op richting de top-100. Bovenop de Col de la Liguiere stopte ik kort bij de verzorgingspost. Dik voor elkaar trouwens: twee bekertjes Cola, een gelletje, een reepje en de bidonnen vullen. Hard naar beneden en proberen weer bij een groepje aan te pikken.

De Ventoux beklimmen heeft iets magisch. Er komt geen eind aan, er zijn weinig échte bochten, maar die beloning boven. Doordat de herfst zijn intreden gedaan heeft was het bos prachtig rood, geel en oranje gekleurd. Het lukte zelfs om ervan te genieten. Een unieke ervaring voor mij want normaal gesproken ben ik veel te gestrest. Het is een ervaring die je eigenlijk niet mag missen.

Vanuit Sault bolt de klim goed. Het open stuk aan de voet was heftig: harde wind, pal tegen. Toch voelde ik dat ik net iets sterker was dan de groep waarin in zat dus ik waagde een kleine aanval. Andermaal een geslaagde poging. Maar klimmen met een te laag zadel is niet aan te  raden. Mijn rug en knieën protesteerden hevig na 10 kilometer klimmen. Aan de kant, inbussleutel, zadel omhoog, slokje extra drinken en gaan.

Natuurlijk werd ik tijdens mijn kleine reparatie ingehaald. Maar door de rugwind gingen de laatste kilometers tot aan Chalet Reynard ruim boven de 30 kilometer per uur. Zo hard heb ik nog niet vaak geklommen!

Mijn stand in het algemeen klassement: plaats 91. Gelukkig kreeg Frank Schleck ook 12 minuten aan zijn broek van de winnaar.

Morgen 141 kilometer ‘heuvels’ met finish bovenop de Mont Ventoux. Eindelijk.

arrow down
2 / 3

Dag 2 - Tranen met tuiten

Vanmorgen om 07.45 uur klonk het startschot van Haute Route Mont Ventoux dag Twee. 141 kilometer met het hol open. En dan nog wat: 3400 hoogtemeters. Iemand moet het doen!

Met een graad of 4 of de thermometer was het koud. Maar gelukkig kraakhelder en weinig wind. Het nerveuse van de eerste dag was bij de meesten van ons weggeëbd en het had plaats gemaakt voor een goeie dosis goesting. De goesting werd extra aangewakkerd omdat ik na een paar kilometer merkte over een paar goeie benen te beschikken. Wat een weelde op een dag als dit.

En gelukkig is een mens  een lerend wezen; zelfs ik heb wat opgestoken na een dag Haute Route. Zodoende liet ik de eerste groep snel hun gang gaan. Maar waar ik gister de tweede groep moest laten gaan, werd ik nu een van de motoren van de groep. Sterker nog op de tweede klim van de dag reed ik als eerste weg en kreeg een groep van ongeveer 15 renners mee. Waaronder twee dames die op plek 3 en 4 staan in het klassement. Gelukkig hadden zij ook een ‘machine’ mee die vanaf de top van de derde klim tot aan de voet van Mont Ventoux (zo’n 35 kilometer) nagenoeg al het kopwerk deed.

Na 120 kilometer cyclo zat ik dus op rozen om te beginnen aan De Kale Berg. Vanuit Malaucene behelst dit onding, want dat is het, ruim 21 kilometer klimmen met een gemiddelde van 7,6 procent Dat lijkt (voor lichtgewichten als ik) iets wat overkomelijk is. Vergis je niet. Ik heb gevloekt, hardop! Gelukkig hebben wij Nederlanders de Alpe D’Huez gebombardeerd tot onze thuishaven. Ik vind het prima dat de Belgen dat met Mont Ventoux hebben gedaan. Ze mogen hem hebben, elke 21,5 kilometer. Halverwege loopt de weg – haast zonder bochten – gedurende 3 kilometer gemiddeld 12 procent op.

De rest van de klim is redelijk schappelijk te noemen. Tocht is het een verraderlijk rotding want een gemiddeld stijgingspercentage van 4 procent kan bestaan uit 200 á 12 procent en de rest uit 2 procent. Misschien klopt mijn sommetje niet, maar je snapt wat ik bedoel. Kortom, een ritme vinden is niet te doen en na die helse drie kilometer is bij de meesten (ook bij mij) de lol er ruimschoots af. Helaas duurt het nog 10 (!) kilometer voordat je boven bent.

Maar mensen, wat een dag! Het eerste gedeelte van de etappe was prachtig. We reden langs de rand van en van de mooiste gorges  – zoals ze in Frankrijk een uitgesleten rivierbedding in de rotsen noemen –  die ik ooit gezien had. De zon kwam op van achter de rotswanden en zette de goudgele herfstbladeren in vuur en vlam. Onwaarschijnlijk mooi. En het mooist van alles was. Ik reed als een bezetene, kon afzien op een goede manier en was omgeven door liefhebbers van de mooiste sport ter wereld. Ik was een gelukkig mens.

Het Parcours van Haute Route Mont Ventoux is om je vingers bij af te likken. De wegen zijn goed, rustig en breed zat om op een veilige manier 400 mafketels overheen te jagen. Dát in combinatie met het feit dat bijna alle fietsers geoefende renners zijn én de wegen nagenoeg geheel zijn afgezet, zorgt voor een erg rustig en veilig gevoel. Lekker knallen dus!

Doordat ik vandaag een goeie dag had en op de juiste momenten de kiezen goed op elkaar kon zetten, ben ik zelfs 10 plaatsen opgeschoven in het algemeen klassement naar plek 81! Ook na 141 kilometer kon ik nog steeds zeggen dat ik een gelukkig mens ben.

Nog twee kleine dingetjes:

  1. 1. Aan het eind van de etappe zat ik zo steenkapot dat ik met de tranen over mijn wangen mijn vriendin belde die vreesde dat er iets heel ergs aan de hand was omdat ik stond te janken. Nee schat, het was gewoon pure uitputting
  2. 2. Na afloop interviewde ik Frank Schleck die hier ook deelneemt. Op de vraag hoe een Tour de France etappe zicht verhoudt tot de beste renners van Haute Route… bleef het heel lang stil. Hij antwoorde uiteindelijk blozend en schorvoetend dat een gemiddelde van 30,5 over 141 kilometer (zo hard ging de winnaar namelijk) ‘wel iets langzamer’ was… Ik vond het een schattig antwoord. Even voor het idee: Thomas de Gendt won in 2016 de etappe van 178 kilometer naar Chalet Reynard met een gemiddelde van 39,3 kilometer per uur.

Bekijk hier de prachtige aftermovie van dag 2:

 

arrow down
3 / 3

Dag 3 - Dichtbij, maar nog zo ver weg

Tijdens elk Haute Route evenement, of het nu drie- of zevendaagse is, wordt er een individuele (klim) tijdrit gehouden. Zoals Frank Schleck de avond van te voren zei: volle bak starten, hard doortrekken in het middenstuk en een eindsprint van 5 kilometer aan het eind. Klink makkelijk toch?

het bosVerder is het recept op de beklimming vanuit Bedoin naar de top van Mont Ventoux ook niet ingewikkeld. Het loopt een stuk beter dan vanuit Malaucene,.De eerste 5 kilometers gaan slechts met een procentje of 4 a 5 naar boven en daarna komt Het Bos. Gevreesd door iedereen die ooit iets van fietsen heeft meegekregen. Het Bos is verzengend heet in de zomer, geen zuchtje wind, nergens verkoeling. Een hel op aarde. Maar wie in de tweede week van oktober op een heldere dag om 8 uur aan het vertrek staat moet uitkijken dat hij niet verrast wordt door een overstekende pinguïn. Het was namelijk steenkoud!

Er wordt gestart in tegenovergestelde volgorde van het klassement. Dus ‘de langzaamsten’ eerst en als laatste de nummer 1 van het klassement. Maar aangezien ik een vlucht moest halen werd ik door de organisatie in de eerste startgroep geplaatst, wat betekende dat ik om 08.10 uur van start ging. Dit was mijn kans om als eerste van alle Haute Route deelnemers de top van Mont Ventoux te bereiken. En toen ik na 6,5 kilometer alle voor mij gestarte deelnemers ingehaald had leek het een dag te worden om nooit meer te vergeten.

Het mocht niet zo zijn helaas… de man die gister 4de werd in de etappe en ruim een half uur voor mij de top bereikte, kwam me bij kilometer 11 voorbij gestoven. Hij moest niet alleen ook een vlucht halen, maar hij moest en zou, net als ik, ook al eerste boven komen. Het lukt hem!

Sterker nog hij was de enige die vandaag de top haalde, want bij het uitkomen van het bos en het zien van Chalet Raynard snoerde de steenkoude noordenwind je meteen de mond. Harken dus. In eenzaamheid, met een bloedsmaak achter in de keel, naar boven stampen. Die eindsprint van Schleck in gedachte. 1 uur en 35 minuten moest toch haalbaar zijn!

Ik kneep mijn laatste gelletje uit en frommelde de verpakking in mijn achterzakje. Wie namelijk tijdens Haute Route zijn rommel op de weg gooit wordt (echt waar) gediskwalificeerd! In trance, zonder nog maar iets te zien schrok ik van het geluid van een motor vlak achter me. ‘Le Course c’est neutralisé’, dacht ik te horen. Ik had nog 1,5 kilometer te gaan voor de top van de berg die me voor de zoveelste keer het allerbinnenste van mezelf had laten zien. Maar de organisatie besloot vlák voordat ik de top bereikte de finishlijn te trekken bij Chalet Reynard. Te veel wind was het verdict. Ventoux deed zijn naam eer aan; voor de tweede keer deze Haute Route. Windsnelheden van boven de 100 kilomter per uur.

Zodoende werd de nummer vier van gister de enige die de top bereikte en strandde ik op 1,5 kilometer. Ik baalde als een stekker. Vooral omdat ik iets gespaard had voor die laatste kilometers op de maan. Maar op de weg naar beneden merkte ik dat de organisatie een goed besluit genomen had. De windrukken aan de fiets tijdens de afdaling waren écht gevaarlijk!

Had ik een goeie dag? Nee dat niet. Maar gelukkig waren er meer mensen die zich na twee dagen afzien ook slecht gevoeld hebben. Ik steeg namelijk naar plek 78 in het klassement en werd 35ste in mijn leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar. Ben ik blij? Ja!

Wil ik dit nog een keer doen? Zeker!

En of je dit op je liefhebbersbucketlist moet zetten? Ja! Maar zorg er wel voor dat je goed getraind bent, dat weet wat het is om competitief met elkaar te rijden, trek je portemonnee (€695 voor een driedaags event, exclusief overnachtingen) en reken op het zien van 400 ongelofelijk dure fietsen.

Volgende week schrijf ik nog één keer over alle in’s en out’s van het event. Wat je moet weten, wat je moet organiseren en hoe je de Haute Route tot een groot feest van afzien, genieten, lijden, opoffering en vriendschap moet maken.

Check hier de video van de laatste etappe!

arrow down