190 kilometer eenzaamheid
De Tourcolumn van Lidewey van Noord - Ze lieten hem zwemmen, pakten hem pas op zestien kilometer van de streep terug, na 190 kilometer eenzaamheid.
© FOTO: GETTY

Zodra het officiële startsein was gegeven, ging Guillaume Van Keirsbulck er vol enthousiasme vandoor. Droevig genoeg wilde niemand met hem mee op avontuur. Nog een paar kilometer keek hij regelmatig onder zijn arm door in de hoop dat er toch nog iemand op zijn feestje zou komen, maar geen van zijn 194 collega’s kwam opdagen. 206 lege kilometers strekten zich voor Van Keirsbulck uit – het zou een lange dag worden. Op 155 kilometer van de finish was zijn voorsprong opgelopen tot bijna dertien minuten.
Dertien minuten. Hij had bij een café langs de weg kunnen afstappen om even een colaatje te drinken en de sportpagina’s van een krant te lezen. Hij had rustig rechtop kunnen gaan zitten en zijn telefoon erbij kunnen pakken om zijn fanmail te beantwoorden. Hij had zeker twee sokjes kunnen breien voor een willekeurige chihuahua, de eerste pagina’s van Honderd jaar eenzaamheid tot zich kunnen nemen of een PMU-lokaal kunnen binnengaan om al zijn geld op het juiste paard te zetten – dan was hij nu steenrijk geweest.
Van Keirsbulck deed niets van dat al. Hij legde zijn onderarmen losjes op het stuur en ging gewoon verder met datgene waarvoor hij naar Frankrijk is gekomen: de pedalen rondtrappen.
Het landschap bood weinig afleiding. Eindeloze gras- en graanvelden, hier en daar een boom. Van Keirsbulck was alleen met zijn gedachten. Het peloton sloop ondertussen tergend langzaam dichterbij. Ze lieten hem zwemmen, pakten hem pas op zestien kilometer van de streep terug, na 190 kilometer eenzaamheid.
De actie die voor de hele rit was bedoeld leek te zijn samengepakt in de laatste kilometer; de finale werd een adrenaline-explosie waarbij meerdere gewonden vielen. Tegen de tijd dat Van Keirsbulck op het podium klom om de rode rugnummers in ontvangst te nemen was hij al niet langer het gesprek van de dag.
Tekst: Lidewey van Noord









