Hoe plassen renners tijdens de Tour de France?
Hoe lossen Tour de France-renners het op als ze moeten plassen tijdens de koers? Van geplande stops tot een ploegmaat die je duwt: dit is hoe profs hun behoefte doen zonder de aansluiting met het peloton te verliezen.
© Getty Images

Tijdens de Tour de France leggen renners meer dan 3.000 kilometer af in 21 etappes. Ze klimmen over gigantische bergen, razen in duizelingwekkend tempo naar beneden en eindigen de dag met regelmaat met een zinderende eindsprint. Om al die inspanningen vol te houden, drinken ze liters water en sportdrank. En ja, dan moet je op een gegeven moment toch echt… plassen. Maar hoe doen ze dat eigenlijk?
De gele trui bepaalt
In de Tour en bij andere grote koersen geldt hetzelfde, is de drager van de gele trui de baas. Als hij moet plassen, mag hij het tempo laten zakken en het hele peloton stopt en plast mee. “Als de leider een plaspauze aankondigt, profiteert de hele groep daarvan,” zegt oud-renner Stephen Hall tegen Bicycling. De renner stopt dan langs de weg, doet zijn ding, en rijdt met hulp van ploeggenoten terug naar het peloton.
Even aan de kant
Als het tempo laag ligt of tijdens de neutrale zone aan het begin van de etappe, stoppen renners vaak even aan de kant van de weg. Ze schuiven hun koersbroek omlaag en plassen gewoon langs de kant. “Er is dan genoeg tijd om weer terug in het peloton te komen,” vertelt ex-prof Ted King, die meerdere keren de Tour reed.
Tijdens de koers, wanneer het tempo hoog ligt, wachten renners op een rustig moment of sluiten ze zich aan bij anderen die ook even aan de kant willen. In je eentje terugrijden is namelijk behoorlijk zwaar.
Plassen tijdens het fietsen? Ja, echt.
© Tim de Waele//Getty ImagesAls er geen pauze in zicht is, lossen sommige renners hun behoefte gewoon al rollend. Meestal geven ploeggenoten dan even een duwtje. King legt uit: “Als je naar rechts plast, zet je je rechterbeen op 6 uur, linkerbeen op 12 uur, linkerhand aan het stuur, rechterhand trekt de broek opzij en je laat het gewoon lopen.” Charmant is anders, maar efficiënt is het zeker.
Een andere tactiek: even voor het peloton uit sprinten, snel plassen, en dan weer aansluiten zodra de groep je bereikt.
Niet overal mag je stoppen
Officieel mogen renners stoppen langs de kant van de weg, maar wél uit het zicht van het publiek. In 2010 kreeg Belg Johan Vansummeren bijvoorbeeld drie keer een boete omdat hij zichtbaar plaste voor toeschouwers. Niet slim.
Daarnaast geldt: hoe langer je stilstaat, hoe meer energie je later nodig hebt om weer aan te sluiten. “Soms is het sneller om gewoon in je broek te plassen dan minutenlang te verliezen in de karavaan,” zegt Hall.
Train op je timing
Als je weet dat je tijdens een wedstrijd misschien moet plassen, oefen dan alvast op veilige momenten tijdens trainingen. Net als bij het legen van de neus geldt: kijk altijd eerst goed achter je voordat je je urine de vrije loop laat.
En probeer vooral niet te besparen op vochtinname om een plaspauze te vermijden. De gevolgen van uitdroging zijn veel erger dan een korte break.
Tijdens trainingen is het gelukkig een stuk eenvoudiger: vraag de groep om even te wachten en zoek een boom op. Of plan je ritten langs openbare toiletten. Scheelt een hoop stress en gênante situaties.
Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com




