bucketlist

20 iconische bergpassen: Hoeveel heb jij er al gedaan?

Update: 4 september 2026 om 14:01
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Er is een moment tijdens elke fietsvakantie in de bergen waarop je stopt met fietsen op afstand en kilometers, en begint te fietsen op namen. Tourmalet. Alpe d'Huez. Stelvio. Namen die je kent van de Tour de France op de bank, en die ineens onder je eigen wielen liggen. Bij veel wielrenners groeit ergens in een Strava-lijstje, een notitie-app of gewoon in hun hoofd een persoonlijke bucketlist van cols die ze willen doen voordat de knieën, de tijd of de motivatie opraken. Het probleem: er liggen duizenden beklimmingen verspreid over de Alpen, de Dolomieten en de Pyreneeën, en niet elke col verdient een plek op die lijst.

Om die keuze makkelijker te maken, zetten we de twintig meest iconische bergpassen in het wielrennen op een rij. Hoeveel heb jij er al beklommen, en welke staat er dit seizoen nog op je programma?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Wat maakt een col tot een legende?

De ranking hieronder is niet zomaar een optelsom van hoogtemeters. Er is gekeken naar de geschiedenis van elke col in de grote rondes, de fysieke zwaarte van de beklimming, legendarische prestaties die er zijn neergezet, het uitzicht en de omgeving, de fancultuur eromheen en de impact op het profwielrennen als geheel.

Sommige namen ken je uit tientallen Tour-etappes, andere zijn vooral bij amateurs geliefd vanwege hun schoonheid of beruchtheid. Samen vormen ze de ultieme checklist voor wie ooit met eigen benen wil voelen waarom deze bergen legendes hebben gemaakt. Wie zich eerst verder wil verdiepen in de rijke geschiedenis van dit soort klimmen, vindt een mooi vertrekpunt in dit overzicht van de beroemdste beklimmingen van de Tour de France.

De 20 meest iconische bergpassen in het wielrennen


1.Col du Tourmalet - Frankrijk

Geen enkele col is zo vaak bezocht door de Tour de France als de Tourmalet: sinds de Pyreneeën in 1910 voor het eerst op het programma stonden, is de top van 2.115 meter al meer dan tachtig keer aangedaan. Vanaf Sainte-Marie-de-Campan klim je 17,2 kilometer aan 7,4 procent gemiddeld, door kaal, winderig hooggebergte waar Eugène Christophe in 1913 met een kapotte vork zijn eigen fiets moest lassen om door te kunnen. Geen andere col draagt zoveel Tour-geschiedenis met zich mee.

2.Alpe d'Huez - Frankrijk

Geen col is zo verbonden met Nederland als de Alpe d'Huez. De 21 genummerde haarspeldbochten (13,8 kilometer, 8,1 procent gemiddeld) staan sinds Fausto Coppi's eerste Tour-zege hier in 1952 garant voor drama, en bocht 7 is al decennia het decor van de Nederlandse fietsgekte, compleet met camper, bier en aanmoedigingen tot in de vroege uren. Wie zelf van plan is deze klim te bedwingen, doet er goed aan zich grondig voor te bereiden: dit trainingsschema voor Alpe d'HuZes is een prima startpunt, ook als je de klim maar één keer wilt doen in plaats van zes.

3.Passo dello Stelvio - Italië

Passo Stelvio© Getty Images

Met 48 haarspeldbochten aan de kant van Prato allo Stelvio is de Stelvio een van de meest fotogenieke klimmen ter wereld, en op 2.758 meter een van de hoogste verharde bergpassen van de Alpen. In de Giro d'Italia is de Stelvio negen keer bekroond tot Cima Coppi, het hoogste punt van de koers, en geldt de klim als dé maatstaf voor bergetappes in Italië.

4.Col du Galibier - Frankrijk

De Galibier ligt op 2.642 meter en is vaak het hoogste punt van de hele Tour de France, waarvoor de renner die als eerste boven komt het prestigieuze ‘Souvenir Henri Desgrange’ krijgt. Meestal wordt de klim gecombineerd met de voorafgaande Col du Télégraphe, wat de totale beklimming extra lang en zwaar maakt. Het kale, windgevoelige landschap boven de boomgrens maakt de Galibier tot een van de meest imposante cols van Frankrijk.

5.Passo del Mortirolo - Italië

Vanuit Mazzo di Valtellina is de Mortirolo maar 12,4 kilometer lang, maar met een gemiddelde van 10,5 procent en stukken tot 18 procent geldt hij als een van de zwaarste beklimmingen ter wereld. Lance Armstrong noemde de Mortirolo ooit de zwaarste klim die hij ooit had gereden, en in de Giro d'Italia fungeert de pas vrijwel altijd als scherprechter voor het klassement.

6.Passo di Gavia - Italië

De Gavia (2.621 meter) is onlosmakelijk verbonden met de Giro van 1988, toen een plotselinge sneeuwstorm de renners overviel tijdens de beklimming. Nederlander Erik Breukink won die dramatische etappe, terwijl Amerikaan Andy Hampsten de roze trui overnam en uiteindelijk de hele Giro won. Het verhaal maakte de Gavia tot een van de meest legendarische decors uit de wielergeschiedenis.

7.Passo San Bernardino - Zwitserland

Passo San Bernardino© Getty Images

Minder bekend bij het grote publiek, maar geliefd bij Alpenfietsers die van rust houden: de San Bernardino (2.066 meter) verbindt de kantons Graubünden en Ticino via een rustige bergweg die sinds de opening van de tunnel in 1967 grotendeels is gevrijwaard van doorgaand verkeer. Precies dat maakt de klim tot een verborgen parel tussen de drukkere Zwitserse Alpenpassen.

8.Col de la Madeleine - Frankrijk

De Madeleine (1.993 meter) staat al sinds 1995 elk jaar als hors catégorie op de Tour-lijst, en dat is niet voor niets: vanaf de zuidkant klim je 19 kilometer aan gemiddeld 8 procent, met pieken tot 13,5 procent. De col wordt wel omschreven als ‘prachtig, maar hartverscheurend’, en heeft sinds zijn debuut in 1969 al 28 keer in de Tour gefigureerd.

9.Colle delle Finestre - Italië

Deze klim uit de Giro d'Italia begint als gewone asfaltweg, maar verandert boven de 1.700 meter in een smalle grindweg met haarspeldbochten die tot 14 procent stijgen, over een totale lengte van 18,5 kilometer aan gemiddeld 9,1 procent. Chris Froome reed hier in 2018 zijn beroemde solo-aanval van tachtig kilometer naar de eindzege, en in 2025 draaide Simon Yates op dezelfde helling een schijnbaar kansloze achterstand om tot een Giro-zege.

10.Col de Joux Plane - Frankrijk

Bij Morzine ligt met de Joux Plane (1.691 meter) een van de zwaarste, minder bekende cols van de Franse Alpen. Sinds de eerste Tour-passage in 1978 is de klim dertien keer gebruikt, en werd vooral bekend in 2000, toen zelfs Lance Armstrong hier voor het eerst zichtbaar in de problemen kwam.

11.Mont Ventoux - Frankrijk

Mont Ventoux© Getty Images

De ‘Reus van de Provence’ torent solitair boven de Provence uit en eindigt op 1.912 meter in een kaal, wit kalklandschap dat aanvoelt als een maanlandschap. De Ventoux staat symbool voor de gevaren van extreme inspanning: hier overleed Tom Simpson in 1967 tijdens de Tour. Weinig cols combineren zoveel schoonheid met zoveel zwaarte.

12.Col d'Iseran - Frankrijk

Met een top op 2.764 meter is de Iseran de hoogste verharde bergpas van de Alpen, en daarmee ook het hoogste punt dat de Tour de France ooit heeft aangedaan. Samen met de Galibier en de Ventoux geldt de Iseran als een van de drie zwaarste beklimmingen van Frankrijk; wie de onderlinge verschillen wil weten, vindt die in deze vergelijking van de drie zwaarste beklimmingen van Frankrijk.

13.Grimselpass - Zwitserland

Tussen Gletsch en Meiringen slingert de Grimselpass 38 kilometer over de waterscheiding tussen Noordzee en Middellandse Zee, tot een hoogte van 2.763 meter. De pas maakt deel uit van de Zwitserse fietsroute langs de Aare en is meerdere keren gebruikt in de Tour de Suisse, wat hem tot een vaste waarde maakt voor wie de Zwitserse Alpen wil verkennen.

14.Passo Pordoi - Italië

Passo Pordoi© Getty Images

Geen enkele col is in de Giro d'Italia vaker bekroond tot Cima Coppi dan de Pordoi (2.239 meter): dertien keer ging de hoogste-puntprijs naar deze Dolomietenklim, meer dan naar de Stelvio. Het weidse uitzicht over de omliggende Dolomietentoppen maakt de Pordoi tot een favoriet onder zowel renners als toeristen.

15.Col de Romme - Frankrijk

De Romme (1.297 meter, 8,3 kilometer aan 8,7 procent) wordt in de Tour de France vrijwel altijd gecombineerd met de aansluitende Col de la Colombière, waardoor het geheel een van de zwaarste dubbele beklimmingen van de Franse Alpen vormt. Fränk Schleck (2009), Julian Alaphilippe (2018) en Michael Woods (2021) gingen de laatste jaren als eerste over de top.

16.Col de la Croix de Fer - Frankrijk

Bovenop deze col van 2.067 meter staat een groot ijzeren kruis, waaraan de naam is ontleend. De beklimming wordt vaak gecombineerd met de Col du Glandon en biedt onderweg uitzicht over een reeks Alpenmeren en omliggende bergtoppen, wat de Croix de Fer tot een van de meest fotogenieke cols van de regio maakt.

17.Sölden (Rettenbachferner) - Oostenrijk

Boven het Oostenrijkse Sölden eindigt de gletsjerweg naar de Rettenbachferner op zo'n 2.830 meter, en die klim vormt het slotstuk van de beruchte Ötztaler Radmarathon: ruim 230 kilometer en zo'n 5.500 hoogtemeters in één dag, een van de zwaarste amateurwedstrijden van Europa. Waar de meeste cols in dit lijstje bekend zijn van het profpeloton, is deze vooral legendarisch onder doorgewinterde amateurwielrenners.

18.Col Agnel - Frankrijk/Italië

Op de grens van Frankrijk en Italië ligt met de Col Agnel (2.744 meter) de op twee na hoogste verharde bergpas van de Alpen, na de Iseran en de Stelvio. Vanaf de Franse kant klim je 20,5 kilometer aan gemiddeld 6,6 procent door een van de meest afgelegen hooggebergtes van de Alpen, met de Tour de France die er in 2008 en 2011 overheen trok.

19.Passo Rolle - Italië

Vanuit Predazzo is de Rolle (1.984 meter) met 20,6 kilometer aan een relatief zacht gemiddelde van 4,7 procent een van de laagdrempeligere klimmen in dit rijtje, al maken de twaalf haarspeldbochten en een paar donkere tunnels het onderweg avontuurlijk genoeg. De beloning boven is een van de mooiste uitzichten op de Pale di San Martino in de Dolomieten.

20.Passo Giau - Italië

Met 29 haarspeldbochten en een gestage klim naar 2.236 meter is de Giau een van de meest fotogenieke en zwaarste klimmen van de Dolomieten. De combinatie van een dramatisch decor en een gestaag hoog tempo maakt deze col tot een geliefd doel voor zowel profs in de Giro d'Italia als amateurs die de Dolomieten willen verkennen.

Waarom deze klimmen ons blijven fascineren

De aantrekkingskracht van deze cols zit niet alleen in de hoogtemeters. Onderzoek gepubliceerd in het Journal of Science and Cycling naar de klimprestaties van Tadej Pogačar tijdens beslissende bergetappes in de Tour de France liet zien dat hij op klimmen als de Mont Ventoux gedurende zo'n veertig minuten een vermogen van gemiddeld 442 watt aanhield, bij een geschat zuurstofverbruik van 80 milliliter per kilogram lichaamsgewicht per minuut. Cijfers die laten zien hoe extreem de fysieke belasting op deze beklimmingen is, en waarom het bekijken (of zelf beleven) van zo'n prestatie zoveel indruk maakt. Wat er in dat lichaam gebeurt terwijl de wattages oplopen, lees je in dit artikel over wat er met je lichaam gebeurt tijdens het klimmen.

Er zit ook een psychologische kant aan het fenomeen van de bucketlist-col. Een studie naar motivatie en zelfvertrouwen bij 73 profwielrenners, gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Psychology, laat zien dat sporters die werken met concrete lange- en kortetermijndoelen een hoger gevoel van eigen effectiviteit ontwikkelen dan sporters zonder zulke doelen. Vertaald naar de recreatieve wielrenner: een lijst met twintig met naam en toenaam genoemde cols werkt beter als motivator dan het vage voornemen om ‘ooit eens in de bergen te gaan fietsen’. Een concreet doel, zoals bocht 7 op de Alpe d'Huez of de haarspeldbochten van de Stelvio, is nu eenmaal makkelijker vast te houden dan een abstracte wens.

Zo bereid je je voor op jouw eerste iconische col

Wie voor het eerst een klim van dit kaliber op de planning zet, doet er verstandig aan om niet blind op karakter te vertrouwen. De meeste van deze cols duren minimaal drie kwartier tot ruim twee uur klimmen, vaak op wisselende hellingspercentages, en vragen om een trainingsopbouw die verder gaat dan af en toe een lokale heuvel meepakken. Gestructureerde training met hartslagzones, intervallen en voldoende hersteltijd maakt daarin het verschil, zoals ook blijkt uit dit artikel over hoe je sneller leert klimmen door slim te trainen. Denk daarbij ook aan je materiaal: een compact- of gravel-gearing met een ruime versnelling op de cassette maakt het verschil tussen genieten en afzien op een klim van 10 procent gemiddeld.

Welke col ga jij als eerste afvinken?

Van de negentig Tourmalet-passages tot de eenzame gletsjerweg naar Sölden: elke col in dit overzicht vertelt een ander verhaal, maar ze delen allemaal dezelfde belofte. Wie er eenmaal bovenop heeft gestaan, na benen vol melkzuur en een laatste haarspeldbocht, begrijpt meteen waarom deze bergen al meer dan een eeuw wielrengeschiedenis schrijven. De vraag is niet langer of deze cols het verdienen om op je lijst te staan, maar welke van de twintig jij dit seizoen als eerste aanvinkt.