Training

3-dagen-per-week beginnersschema voor basistraining

Gijs Ferkranus

Gijs Ferkranus

Dit eenvoudig te volgen programma is speciaal ontworpen om beginnende fietsers te helpen hun uithoudingsvermogen te vergroten. Het mooie is dat je hiervoor slechts drie dagen per week op de fiets hoeft te zitten.

Hoe je uithoudingsvermogen opbouwt

Een basis leggen op de fiets betekent traditioneel dat je veel uren maakt tijdens lange, rustige ritten. Voor mensen met een drukke baan of gezin kan het echter bijna onmogelijk lijken om genoeg tijd te vinden voor deze basisopbouw, zeker als je als beginner nog niet gewend bent aan ritten van drie uur of langer.

Toch blijkt dat je, zeker als je een nieuwe wielrenner bent, al veel kunt bereiken met slechts drie fietsdagen per week. Het opbouwen van een solide basis voor je conditie vraagt om consistentie en inzet, maar het hoeft je niet helemaal op te slokken.

Namrita Brooke, Ph.D., een van de hoofdcoaches bij BaseCamp, vertelt over hoe zij een optimale drie dagen week op de fiets zou vormgeven en welke andere aanpassingen in je dagelijkse leven je kunt maken om je conditie te verbeteren, zelfs als lange ritten niet mogelijk zijn.

Weet dat je snel vooruitgang kunt boeken

Veel wielrenners denken dat als ze niet tien uur of meer per week trainen, hun conditie zal achteruitgaan of dat ze geen vooruitgang zullen boeken. Dat klopt niet, vooral niet voor beginnende renners.

Brooke zegt: "Iemand die nog geen sport doet, kan al vooruitgang boeken met slechts twee tot vier uur fietsen per week. Wie al een beetje basisconditie heeft, kan al resultaat zien bij vier tot zes uur per week."

Verwacht wel dat na enkele weken of maanden de zichtbare tekenen van vooruitgang afnemen, tenzij je meer tijd kunt besteden aan trainen. Brooke voegt toe: "Het lastige is dat doorlopende verbeteringen niet zo gemakkelijk te zien zijn als de eerste vooruitgang. Aanvankelijk zie je misschien een toename in vermogen, maar dat zal na enkele maanden plateauën. Het lijkt dan alsof je niet meer vooruitgaat, maar in werkelijkheid bouw je andere aspecten van je conditie op, zoals herhaalvermogen, duurzaamheid en veerkracht, hoewel deze moeilijker meetbaar zijn."

Blijf consistent

Nieuwe wielrenners met beperkte tijd proberen vaak één lange rit in het weekend te doen en slaan de doordeweekse trainingen over. Toch levert het veel meer op om zelfs maar twee korte ritten van een uur (of zelfs 45 minuten) tijdens de week te combineren met een lange rit in het weekend. Zo bouw je sneller kracht en uithoudingsvermogen dan met één enkele rit.

Brooke: "Ik zie liever dat een atleet drie kwalitatieve dagen per week rijdt dan één of twee lange dagen."

Bouw je aerobe motor efficiënt op

"Het doel van basistraining, of je nu prof bent of recreant, is het opbouwen van de best mogelijke aerobe conditie met de beschikbare trainingstijd," zegt Brooke. Zonder een sterke aerobe basis kun je je snelheid of vermogen op de fiets niet echt verbeteren.

Dit betekent dat het grootste deel van je tijd in zone 2 moet worden doorgebracht, ook wel je uithoudingstempo genoemd. Rijden in zone 2 betekent dat je nog in volledige zinnen kunt praten, maar het voelt net iets uitdagender. Kun je makkelijk doorpraten, dan fiets je te rustig. Ben je buiten adem tussen zinnen, dan fiets je te hard.

Let op andere lichaamsdelen

Met meer kilometers op de teller moet je ook aandacht besteden aan je huid. Denk aan bescherming tegen de zon en het voorkomen van schuren. Rode plekken negeren helpt niet; gebruik altijd een goede chamois-crème en draag een comfortabele fietsbroek met zeem om het fietsen aangenamer te maken.

Beginnersschema basistraining

Voor beginnende fietsers geldt: kies in elke fase voor de langere duur. Wie al een tijdje fietst, merkt na een paar weken dat de vooruitgang afneemt; dan kun je doorgaan naar de volgende fase. Brooke verdeelt het programma als volgt:

Fase 1: Basistraining (4–8 weken)

Alle ritten in deze fase worden in zone 2 uitgevoerd. Ideaal is 4 tot 6 uur training per week. Bouw dit rustig op als je nog niet veel tijd op de fiets doorbrengt.

Voorbeeldweek:
Dinsdag: 1 uur (zone 2)
Donderdag: 1,5 uur (zone 2)
Zaterdag: 2,5–3,5 uur (zone 2), afhankelijk van beschikbare tijd

Fase 2: Basistraining met lichte intensiteit (4–8 weken)

In deze fase voeg je iets meer intensiteit toe, maar blijf je nog grotendeels aerobisch trainen. Je doet twee kortere intensievere ritten en één langere rit in zone 2.

Voorbeeldweek:
Dinsdag (1 uur): 10 minuten warming-up, 40 minuten in zone 3–3,5, 10 minuten cooling-down
Donderdag (1–1,5 uur): 10–15 minuten warming-up, 40–60 minuten zone 3–3,5, 10–15 minuten cooling-down
Zaterdag: 2,5–4 uur in zone 2

Beginnende fietsers kunnen de zone 3-gedeeltes opsplitsen met een korte rustige pauze van 5–10 minuten.

Tips voor basistraining

Voeg tijd en afstand toe wanneer het kan. Een extra uur op zaterdag? Prima. Vroeg wakker en een kort ritje van 45 minuten op de trainer? Geweldig. Brooke benadrukt dat vier dagen op de fiets beter zijn dan drie. Twee intensieve dagen gecombineerd met twee langere ritten is ideaal. Veel serieuze wielrenners volgen dit schema en voegen af en toe één of twee rustige ritten toe, maar het zwaartepunt blijft twee langere duurritten en twee kortere intensieve sessies.

Dankzij indoortrainers is het bovendien makkelijker dan ooit om een extra uurtje in te plannen, zelfs als werk of gezin je tijd beperkt. Toch blijft buiten fietsen belangrijk voor bochtentechniek, balans en vaardigheden in groepsritten. Probeer minstens één buitenrit per week te maken.

Let op met te lange ritten. Vier uur fietsen voelt heel anders dan twee. Als een rit van vijf uur betekent dat je twee dagen nauwelijks kunt lopen of dat het je volgende weektrainingen beïnvloedt, ga dan terug naar een kortere duur. Langdurige ritten mogen je niet dagenlang uitputten. Zorg daarnaast voor goede voeding tijdens lange inspanningen.

Extra training op rustdagen

De snelste manier om fitter te worden, is consistent trainen. Dit hoeft niet alleen op de fiets. Brooke raadt extra activiteit op rustdagen aan: wandelen kan al een subtiele aerobe stimulans zijn, bijvoorbeeld tijdens conference calls of terwijl je kinderen naar sport brengen.

Krachttraining van 15 minuten, drie keer per week, kan ook veel voordelen opleveren, zelfs met enkel lichaamsgewicht of lichte gewichten. Dit helpt bij stabiliteit, blessurepreventie en lange termijn prestaties.

Overslaan van rustweken

In traditionele trainingsplannen volgen drie weken training met een rustweek. Wie echter slechts drie dagen per week fietst, krijgt al voldoende herstel in de vier dagen off-bike, waardoor een extra rustweek meestal niet nodig is. Beginners die na drie weken vermoeid raken, kunnen tijdelijk de intensiteit of duur verlagen, maar blijven bij drie ritten.

Speel met je schema

Na enkele weken basistraining kun je experimenteren met mini-blokken, zoals drie dagen achter elkaar fietsen. Dit verhoogt de trainingsprikkel doordat je lichaam sneller moet herstellen. Als je merkt dat je te uitgeput raakt, ga terug naar je normale schema en probeer het later opnieuw.

Van basisfase naar kracht en snelheid

Hoewel het verleidelijk is om in de basisfase te blijven, duurt deze fase idealiter acht weken. Hierna is het tijd om de focus te verleggen naar kracht en snelheid. In de build-fase vergroot je je duurzame vermogen voor ritten van vijf tot veertig minuten. Als je vooruitgang stagneert, ga je door naar de speed-fase: korte intensieve inspanningen van onder de vijf minuten en verbetering van je anaerobe capaciteit.

Na een evenement, groepsrit of een periode gericht op sprintvermogen neem je een korte rust en begin je opnieuw met de basisfase. Elke cyclus maakt je sterker, waardoor geen enkele basisfase ooit hetzelfde voelt.

Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com door Molly Hurford en is een bewerking voor Bicycling.nl.