5 legitieme redenen om een fietstraining te cancellen

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

We hebben records gebroken. De heetste dagen en nachten ooit gemeten. En waar records ons normaal motiveren en activeren, leggen deze hitterecords ons vaak juist plat. Dat is maar goed ook, want bij oververhitting gebeuren er allerlei dingen in je lichaam die je liever niet wil meemaken. Hoog tijd om vijf redenen op een rij te zetten om een rit af te zeggen terwijl je nog helemaal gezond bent. Want niet trainen is soms de slimste training.

We kennen allemaal het stemmetje. Het schema zegt dat je vandaag moet, de zon schijnt, en afzeggen voelt als verraad aan je eigen discipline. Maar er zijn momenten waarop thuisblijven geen zwakte is, maar gezond verstand. Hieronder vijf situaties waarin je met opgeheven hoofd je fiets in de schuur laat staan.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

1. Extreme hitte of juist kou en gladheid

De eerste is de meest actuele. Bij echte hitte stopt je lichaam met meewerken: je hart moet bloed naar je spieren én naar je huid sturen om af te koelen, waardoor je hartslag oploopt bij hetzelfde vermogen, je sneller moe wordt en de kans op kramp toeneemt. Sportartsen hanteren geen harde grens, want luchtvochtigheid, wind en zonkracht spelen allemaal mee, maar boven de 32 graden worden zware inspanningen risicovol en boven de 35 graden is fietsen alleen nog verstandig met aangepaste intensiteit. Het verraderlijke is dat veel fietsers denken dat rijwind genoeg verkoeling geeft, terwijl je kerntemperatuur ondertussen gewoon oploopt. Meer hierover lees je in Hitte op de fiets: vanaf welke temperatuur wordt fietsen gevaarlijk?

Aan de andere kant van het spectrum geldt precies hetzelfde verhaal. Extreme kou in combinatie met ijzel of bevroren wegen maakt van elke bocht een loterij. Je remweg verdrievoudigt, je banden vinden geen grip en één onverwachte gladde plek brengt je tegen het asfalt. Dat is geen kwestie van stoer doorrijden, maar van pech afdwingen.

>>> Lees ook: Warmte, vochtigheid en dunne lucht: Zo kies jij de ideale dag voor je topsnelheid

2. Onweer of hagel ter grootte van pingpongballen

Bliksem zoekt het hoogste punt in een open landschap, en op een polderdijk ben jij dat al snel. Wegrennen voor een onweersfront win je niet, en schuilen onder een boom is precies wat je niet moet doen. Komt er onweer aan, dan is de enige verstandige keuze om binnen te blijven of, als je al onderweg bent, een stevig gebouw op te zoeken.

Hagel is de minder besproken broer van het onweer, maar zeker zo vervelend. Korrels ter grootte van pingpongballen komen met een rotvaart naar beneden en doen pijn, beschadigen je en maken het wegdek in een mum van tijd spekglad. Geen enkel intervalblokje is dat waard.

3. Je lichaam geeft duidelijke alarmsignalen af

Soms ligt het niet aan het weer, maar aan jezelf. Een zere keel, koorts, een opkomende verkoudheid of dat algehele gevoel dat er iets broeit: dat zijn geen tekenen om "er even doorheen te rijden". Trainen terwijl je lichaam aan het vechten is met een infectie verlengt je herstel alleen maar, en in het slechtste geval sleep je een onschuldig virusje dieper je systeem in. De oude vuistregel dat klachten boven de nek soms nog rustig fietsen toelaten en klachten onder de nek nooit, is geen exacte wetenschap, maar wel een prima reminder. Bij twijfel: niet doen. Een gemiste training haal je in. Een opgelopen blessure of langdurige malaise niet.

>>> Lees ook: Je racefiets weet al een week dat je ziek wordt: Jij nog niet.

4. Je hebt structureel te weinig geslapen

Een nacht slecht slapen is geen ramp, daar fiets je doorheen. Maar als je al dagen achter elkaar te kort slaapt, verandert het verhaal. Slaap is het moment waarop je daadwerkelijk sterker wordt: het lichaam herstelt, bouwt op en verwerkt de training van de vorige dag. Train je door op een lege herstel-tank, dan stapel je vermoeidheid op zonder er fitter van te worden. Je reactievermogen daalt bovendien, wat in het verkeer een reëel risico vormt. Een dag rust waarop je écht bijslaapt levert je op de lange termijn vaak meer op dan dat ene trainingsuurtje.

>>> Lees ook: Hoe warm weer en warme nachten je prestaties beïnvloeden

5. Je mentale tank is volledig leeg

Deze wordt het vaakst genegeerd, maar is net zo legitiem als alle voorgaande. Fietsen kost ook mentale energie, en als je leven even een drukte van belang is, met deadlines, zorgen of gewoon een opeenstapeling van gedoe, dan kan een geforceerde training het laatste zetje richting overtraining of een burn-out zijn. Het verschil tussen "ik heb geen zin maar voel me prima" en "ik ben echt op" is belangrijk. Het eerste fiets je vaak weg in de eerste tien minuten. Het tweede is een signaal om de fiets te laten staan en de bank op te zoeken. Naar je hoofd luisteren is net zo goed trainen als naar je benen luisteren.

Tot slot

Een training overslaan voelt nooit lekker. Maar de fietsers die jaar in jaar uit doorgaan, zijn niet degenen die nooit een rit cancellen. Het zijn degenen die op het juiste moment durven te kiezen voor rust, veiligheid en herstel. Of zoals het in dat hitte-artikel zo mooi staat: luister eerder naar je lichaam dan naar je Strava.

En "de koers gaat altijd door" is een heroisch gezegde maar geldt gelukkig zeker niet altijd blijkt uit deze video: