6 fietsonderdelen waarop je nooit vet moet gebruiken
Amy Wolff

Vet op de verkeerde onderdelen van de fiets kan zorgen voor slippen, een irritant geluid en zwakke remmen.
Vet is overal te vinden op de werkbank van de fietsenmaker. Het houdt de lagers soepel, voorkomt kraken en zorgt ervoor dat fietsonderdelen soepel blijven draaien. Maar dat betekent niet dat je overal op je fiets vet moet aanbrengen. Op een paar plekken kan vet juist problemen veroorzaken.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Hier zijn de plekken waar je beter geen vet kunt smeren:
Remschijven en remblokken
Het simpelste voorbeeld zijn natuurlijk de remmen: vet mag nooit in contact komen met een remoppervlak. Dat betekent dat het niet in de buurt mag komen van de remschijven, remblokken en remvlakken van de velgen.
Zelfs een kleine hoeveelheid kan de remkracht verminderen. Dat kan zorgen voor gevaarlijke situaties en ervoor zorgen dat remblokken eerder moeten worden vervangen.
Komt er vet op de remschijf? Dan kan dit worden gereinigd met isopropylalcohol. Het kan gebeuren dat er vet op komt, vaak per ongeluk tijdens routineonderhoud. Bijvoorbeeld bij het invetten van de steekas of bij werkzaamheden aan de aandrijflijn kan er vet op je vingers achterblijven. Als je daarna de remschijf aanraakt, breng je het vet direct over.
Het is altijd een goede gewoonte om vet niet direct met je handen aan te brengen. Een methode die kan worden gebruikt is een vetspuit. Dat voorkomt dat een kwast steeds opnieuw in het vet wordt gedoopt en zo vervuiling wordt verspreid.
© Matt PhillipsStuurklem
Nog een voor de hand liggend punt is de stuurklem. Toch komt het voor dat een fiets terugkomt van de fietsenmaker waarbij de hele stuurklem vol met vet zit.
Als je een aluminium stuur hebt, geldt in principe: geen vet. Bij de verbinding met het stuur is het juist belangrijk dat er voldoende wrijving is.
Bij carbon sturen geldt in principe hetzelfde: niets gebruiken, tenzij het stuur verschuift wanneer het met het maximale aanhaalmoment is vastgezet. In dat geval kun je carbonpasta gebruiken. Die is speciaal ontworpen om de wrijving te vergroten zonder dat er meer aanhaalmoment nodig is.
© Trevor RaabKettingen
Kettingen moeten gesmeerd worden, maar vet is niet de juiste keuze.
Vet is te dik om tussen de schakels te dringen, waar de smering nodig is. In plaats daarvan blijft het op de buitenkant van de ketting zitten, waar het stof en vuil verzamelt. Het vuil en stof mengen zich met het vet, waardoor er een schurende pasta ontstaat die slijtage versnelt.
Speciaal ontwikkelde kettingoliën zijn ontworpen om tussen de schakels te vloeien. Ze zijn dun genoeg om in de ketting te dringen, maar laten een beschermende laag achter zodra het oplosmiddel verdampt.
© Trevor RaabBinnenkant van de freehub
In het achterwiel zit een freehubmechanisme waardoor het wiel kan blijven draaien wanneer er wordt gestopt met trappen. Veel freehubs gebruiken kleine palletjes die in een getande ring binnen in de naaf grijpen.
Deze mechanismen zijn afhankelijk van snelle bewegingen. Dik vet kan dat vertragen. Wanneer dat gebeurt, kunnen de palletjes minder snel aangrijpen dan zou moeten. In extreme gevallen kan dat slippen tijdens het trappen veroorzaken.
De meeste fabrikanten raden lichte olie of zeer licht vet aan voor systemen met palletjes.
© Trevor RaabCarbon onderdelen
Vet werkt goed tussen metalen onderdelen, maar carbon is een ander verhaal. Het aanbrengen van vet op een carbon stuurklem of zadelpen vermindert de wrijving, waardoor onderdelen makkelijker kunnen verschuiven, zelfs als ze op het juiste aanhaalmoment zijn vastgezet.
Een zadelpen die zakt of een stuur dat verschuift kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Daarom is carbonpasta beter om te gebruiken. Dit vergroot de wrijving door kleine deeltjes die in de pasta zitten, waardoor er extra grip ontstaat en onderdelen goed vast blijven zitten.
© Trevor RaabCassettetandwielen en kettingbladen
Vet moet niet worden aangebracht op tandwielen en kettingbladen. Deze onderdelen zijn ontworpen om samen te werken met de ketting en met het smeermiddel op de ketting.
Vet toevoegen zorgt alleen maar voor vuilophoping. Houd deze onderdelen daarom schoon en zorg dat de ketting gesmeerd is met speciaal ontwikkelde olie.
© Trevor RaabEen eenvoudige regel
Een nuttige regel is om na te denken wat vet moet doen. Het werkt het beste op plekken waar onderdelen tegen elkaar draaien of waar metalen schroefdraad beschermd moet worden tegen corrosie.
Denk bijvoorbeeld aan trapassen, pedaalschroefdraad en veel bouten.
Maar wanneer een onderdeel afhankelijk is van wrijving, snelle bewegingen of schone contactoppervlakken, is vet niet de juiste oplossing.
Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com, is geschreven door Dan Chabanov en is een bewerking voor Bicycling.nl













