8 simpele alternatieven voor gels en sportrepen
Trevor Raab

Voor iedere lange rit je achterzakken volstoppen met gels en sportrepen kan behoorlijk prijzig worden. Gelukkig hoeft goede fietsvoeding niet altijd uit een speciaal sportzakje te komen. Van een simpele banaan tot winegums: deze acht producten leveren koolhydraten en zijn makkelijk mee te nemen op de fiets.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
1. Banaan
Niet voor niets een klassieker in de achterzak. Een banaan levert vooral koolhydraten, is makkelijk te eten en heeft zijn eigen natuurlijke verpakking. Hoe rijper de banaan, hoe zachter en zoeter hij wordt.
Het nadeel merk je na een paar uur fietsen: een banaan kan behoorlijk geplet uit je achterzak komen. Voor een normale duurtraining blijft het desondanks een van de makkelijkste alternatieven voor een energiereep.
2. Winegums of gummibeertjes
Snoep als sportvoeding klinkt misschien vreemd, maar voor snelle koolhydraten is het helemaal niet zo gek. Winegums en gummibeertjes bevatten veel suiker, zijn klein en je kunt gemakkelijk een paar stuks tegelijk eten.
We schreven eerder al waarom winegums verrassend bruikbaar kunnen zijn als fietsvoeding. Ze leveren vooral koolhydraten, maar zijn niet automatisch een complete vervanger van sportvoeding. Je krijgt bijvoorbeeld niet per se dezelfde hoeveelheid natrium binnen als met een sportdrank.
3. Krentenbol
De oer-Hollandse fietsreep. Een krentenbol bevat behoorlijk wat koolhydraten en is makkelijk in een zakje of aluminiumfolie mee te nemen. Je kunt hem zo eten of eventueel beleggen. Niet voor niets schreven we eerder al over waarom de krentenbol zo'n goede fietsvoeding is.
Voor lange, rustige duurtrainingen is dit een handige optie. Bij een zware wedstrijd of intensieve training kan vast voedsel minder prettig zijn, zeker als je maag daar niet aan gewend is.
4. Witte boterham met jam of honing
Simpeler wordt het bijna niet. Witbrood levert koolhydraten en jam of honing voegt daar extra suikers aan toe. Snijd de boterham eventueel in tweeën en verpak hem apart, zodat je onderweg kleine porties kunt eten.
Witbrood is hier bewust een logische keuze. Tijdens het fietsen wil je meestal makkelijk verteerbare koolhydraten binnenkrijgen. Een vezelrijke volkorenboterham is gezond in je normale voedingspatroon, maar veel vezels zijn tijdens een zware inspanning niet altijd wat je maag nodig heeft.
5. Ontbijtkoek
Ontbijtkoek is compact, zoet en makkelijk in kleine stukken mee te nemen. Het bevat veel koolhydraten en relatief weinig vet, waardoor het voor veel fietsers een praktische snack onderweg kan zijn.
Snijd thuis alvast een paar stukken af en verpak ze afzonderlijk. Dat fietst een stuk makkelijker dan onderweg met een compleet pak ontbijtkoek worstelen.
6. Dadels
Dadels zijn klein, zoet en bevatten relatief veel koolhydraten voor hun formaat. Daardoor passen er makkelijk een paar in je achterzak of stuurtas.
Ze bevatten ook vezels. Dat hoeft tijdens een rustige rit geen probleem te zijn, maar grote hoeveelheden kunnen bij sommige fietsers voor maag- of darmklachten zorgen. Probeer ze daarom eerst tijdens een training voordat je er tijdens een wedstrijd je voedingsplan omheen bouwt.
7. Rijstcake
Rijstcakes zijn niet voor niets populair in het profpeloton. Gekookte witte rijst vormt een handige basis voor zachte fietsvoeding en je kunt zelf bepalen wat je eraan toevoegt.
Een simpele versie maak je met witte rijst en iets zoets zoals honing of suiker. Maak kleine blokjes en verpak ze afzonderlijk. Het kost meer voorbereiding dan een gelletje meenemen, maar tijdens lange trainingsritten kan iets dat daadwerkelijk als eten voelt een welkome afwisseling zijn.
Let bij zelfgemaakte rijstcakes wel op voedselveiligheid: gekookte rijst moet na bereiding snel worden gekoeld en gekoeld worden bewaard tot je vertrekt.
8. Stroopwafel
Ja, ook de stroopwafel kan mee. Hij is compact, bevat flink wat koolhydraten en past perfect in een achterzak. Bovendien hoef je niets voor te bereiden.
Er zit wel meer vet in dan in veel sportgels en sportdranken. Daardoor is een stroopwafel niet per se de beste keuze wanneer je tijdens een zeer intensieve inspanning zo snel en makkelijk mogelijk koolhydraten wilt verwerken. Tijdens een langere, rustigere rit kan hij prima voor afwisseling zorgen.
Wat kies je wanneer?
Niet ieder alternatief werkt even goed op ieder moment. Tijdens een rustige duurtraining kun je vaak prima wat vaster voedsel eten. Denk aan een krentenbol, rijstcake of boterham. Naarmate de intensiteit stijgt, kiezen veel fietsers liever voor makkelijk te eten en snel beschikbare koolhydraten, zoals sportdrank, gels of snoep.
Ook de totale hoeveelheid telt. Voor een lange rit is het niet genoeg om simpelweg af en toe een banaan te eten als je daarmee ver onder je geplande koolhydraatinname blijft. Kijk daarom op het etiket of bereken vooraf ongeveer hoeveel koolhydraten je eten levert.
Gewone voeding kan prima fietsvoeding zijn
Speciale sportvoeding heeft duidelijke voordelen. Een gel is compact, makkelijk te doseren en je weet precies hoeveel koolhydraten erin zitten. Dat is vooral tijdens wedstrijden en zware trainingen handig.Maar voor iedere duurtraining heb je echt geen achterzak vol dure gels nodig. Een banaan, winegums, krentenbol, boterham met jam, ontbijtkoek, dadels, rijstcake of stroopwafel kan allemaal een prima alternatief zijn.
Het belangrijkste is uiteindelijk niet of er 'sportvoeding' op de verpakking staat. Het gaat erom dat je voldoende koolhydraten binnenkrijgt, dat je maag het verdraagt en dat je het onderweg daadwerkelijk opeet.











