8 bewezen tips voor zelfvertrouwen tijdens de afdaling
Leer de skills die je nodig hebt voor een goede en veilige afdaling en verander je mindset, ongeacht je ervaring.
© Getty Images

Gefeliciteerd! Je hebt die lange klim of bergpas overwonnen; nu moet je weer naar beneden.Hoewel je misschien erg zelfverzekerd bent tijdens klimmen of op vlak en glooiend terrein, schrikken snelle afdalingen zelfs ervaren wielrenners vaak af. De combinatie van snelheid, wegdek, onzekerheid en angst kan intimiderend zijn. En niet zonder reden: een crash met meer dan 60 km/u bergaf op asfalt leidt bijna altijd tot zwaar letsel. Jouw fietskleding biedt weinig bescherming.
Zonder bergen leren dalen
Je hoeft niet in de bergen te wonen om beter te leren afdalen. De tips hieronder kun je op elke rit oefenen, ook zonder lange afdalingen. Zo ben je beter voorbereid wanneer je wel grotere heuvels of bergen tegenkomt tijdens een lange tocht of vakantie.
Veel vaardigheden leerde ik op de mountainbike, wat mijn techniek op de racefiets sterk verbeterde. Bochtentechniek oefenen op vlak terrein helpt je direct bij afdalingen. Doe dat liefst op rustige plekken, bijvoorbeeld een leeg kantoorpark in het weekend of een verlaten parkeerplaats.
Leren door te kijken naar de profs
Bergetappes van grote rondes – de Tour de France, Giro d'Italia en Vuelta – bevatten allemaal uitdagende afdalingen die je kunt bekijken en in je opnemen. Op YouTube staan mooie instructievideo's. Bestudeer de lichaamshouding van de renners op de fiets, hun lijnkeuze en hun remgedrag. Je wordt niet van de ene op de andere dag een afdaler van het niveau van Elisa Longo Borghini of Tom Pidcock , maar je leert er wel veel dingen die je tijdens je ritten kunt toepassen.
8 tips voor het verbeteren van je daalvaardigheden
Hieronder vind je acht tips om je daalvaardigheden op de weg te verbeteren, of het nu in de bergen of op kleinere heuvels is.
Tip 1: Wees niet bang en durf af te stappen
Het is makkelijk gezegd: “wees niet bang”. Maar bovenaan een steile afdaling voelt dat anders. Je wordt gespannen, je hartslag stijgt, je handen worden klam. Veel fietsers herkennen dit.
De oplossing: voorbereiding, oefenen en rustig opbouwen. Begin met kleine heuvels en werk langzaam toe naar grotere en langere afdalingen. En moet je een keer afstappen omdat je schrikt? Helemaal prima—veiligheid gaat voor alles.
Tip 2: Ken je materiaal
Je fiets moet in topconditie zijn, zeker voor een snelle afdaling. Slecht werkende remmen zijn uiteraard levensgevaarlijk. Vertrouwen in je fiets en onderdelen geeft rust. Oefen eerst op korte afdalingen om je remmen en banden te leren kennen. Varieer met bandenspanning om de juiste balans tussen grip en comfort te vinden.
Tip 3: Blijf ontspannen
Te gespannen afdalen beperkt je controle. Twee signalen dat je niet ontspannen bent tijdens het dalen zijn: stijve ellebogen en een veel te strakke greep op je stuur. Blijf je stuur bij het dalen ontspannen vasthouden. Al het bloed uit je handen? Dan heb je je stuur te stevig vast. Dat zorgt voor pijn, kramp of vermoeidheid. Ontspannen armen en een losse houding helpen om oneffenheden op te vangen en soepel te sturen.
Geblokkeerde ellebogen veroorzaken eveneens een kettingreactie in je armen, schouders en nek. Met geblokkeerde ellebogen kun je bovendien hobbels of onverwachte kuilen in de weg minder goed opvangen. Het belemmert ook je vermogen om je gewicht te verplaatsen, je evenwicht te bewaren in bochten of je rijlijn te veranderen.
Tip 4: Kijk vooruit
Niet naar je voorwiel staren, maar ver vooruit kijken. Op snelheid heb je minder reactietijd: bochten, gaten, grind of verkeer komen sneller dichterbij. Kijk door de bocht naar de plek waar je uit wilt komen en anticipeer op de volgende bocht. Het vooruit kijken is prima in de polder te oefenen. Net als het kijken naar het punt waar je uit wilt komen na de bocht. Dat is op vlak terrein niet anders dan in de Alpen.
Tip 5: Daal in de beugels!
De beugels zijn dé positie voor afdalingen: aerodynamischer, stabieler, meer controle en met meer remkracht. Je handen hebben meer grip en controle dan op de shifters, waardoor je veiliger en zekerder daalt.
Je wilt je massa op de fiets centreren en je lichaam laag houden tijdens het afdalen. Een goede manier om dit te bereiken is door in de beugels te dalen. Rijden in de beugels tijdens afdalingen heeft extra voordelen. Ten eerste is het de beste positie voor remkracht. Andere voordelen zijn controle en stabiliteit; in de beugels omsluiten je handen het stuur volledig in plaats van op de shifters, waar je minder grip hebt. Vooral beginnende dalers vinden dit in het begin eng. Fiets daarom tijdens je eigen ritten in Nederland ook regelmatig in de beugels. Zo wen je aan de positie.
Tip 6: Remcontrole
Leer je remmen kennen. Alleen je achterrem gebruiken kan leiden tot slippen; de voorrem levert juist de meeste remkracht. Gebruik beide in balans. Rem vóór de bocht, niet ín de bocht. Ga de bocht in met de snelheid waarbij jij je zeker voelt. Op rechte stukken kun je je remmen zachtjes “aanraken” om je snelheid te controleren. Kom je onverhoopt toch in een slip? Laat dan direct de remmen los. Zodra je de remmen loslaat, zullen de geblokkeerde wielen weer gaan rollen en zal de fiets zich weer recht trekken. Rem vervolgens opnieuw.
Tip 7: Leun met de fiets, niet met het lichaam
Veel renners maken de fout hun lichaam te kantelen in plaats van de fiets. Hou je bovenlichaam neutraal en gebruik armen en benen om de fiets te laten bewegen. We kunnen het in geschreven taal uitleggen. Nog beter is om gewoon naar de masterclass van Tom Pidcock te kijken.
Tip 8: Kies je lijn
De juiste lijn kiezen maakt je sneller én veiliger. Het klassieke principe is het “apex” rijden: de bocht snijden via het middelpunt. Van buiten naar binnen en weer naar buiten. Blijf daarbij wel altijd op je eigen weghelft als er ook nog ander verkeer je tegemoet kan komen. Pas je lijnkeuze altijd aan op verkeer, wegdek en je eigen niveau. Maar bovenal: houd het veilig!
Dit artikel verscheen eerder op de website van Bicycling USA.




