Aix-Les-Bains: de rit die Boogerd beroemd maakte

Praat mee!
Digital Editor

© Getty Images

Aix-Les-Bains: de rit die Boogerd beroemd maakte

Michael Boogerd, iedere dag te horen bij de NOS tijdens deze Tour de France, stuurde op 5 juli 1996 in Aix-les-Bains nét wat behendiger door de laatste, gladde, natte bocht dan zijn concurrenten. Het leverde hem zijn eerste etappezege in de Tour de France op. Nu, dertig jaar later, blikt de renner terug. ‘Die zege was een gamechanger.’

>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling magazine, de Tour de France special van 2026. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Klimmen in de hiërarchie

Voor de toen 24-jarige Boogerd veranderde er veel op die kletsnatte julidag. De jonge renner van Rabobank klom direct in de hiërarchie. Ook op straat werd hij anders bekeken. ‘Ik woonde letterlijk tweehoog-achter in een Haags volksbuurtje. Elke dag liep ik met mijn fiets de portiektrap af. En dan zag ik de mensen kijken: wat is dat voor lui mormel? Die gaat niet naar school, werkt niet, maar gaat lekker fietsen. Nietsnut. Na die ritzege was dat opeens anders. Die heeft nog altijd een prominente plek in mijn carrière. De solo naar La Plagne in 2002 bevestigde dat. Maar die overwinning in 1996 kwam totaal onverwacht. Het was misschien wel het mooiste moment. Beide zeges waren bijzonder, maar de eerste was toch nét iets specialer.’

Michael Boogerd tijdens de Tour de France 1996© Getty Images

Michael Boogerd tijdens de Tour de France 1996

Debuut zonder zenuwen

De Tour van 1996 was zijn eerste. De ronde startte in Den Bosch, onder bar slechte weersomstandigheden. Maar Boogerd voelde weinig zenuwen. Als jongste renner van de ‘thuisploeg’ Rabobank was hij al weken eerder gevraagd om, namens het peloton, naar olympisch voorbeeld ‘de eed’ af te leggen voor supporters én tv-kijkers wereldwijd. ‘Jan Raas wilde graag dat ik het deed. Dacht dat ik er meer publiciteit mee zou scoren dan met meefietsen in de Tour. Het zou goed voor me zijn. Maar al met al was het een heel gedoe, ik heb zelfs nog trainingen van een specialist in voordrachten gevolgd.’ Het hielp hem wel om niet te veel druk te voelen voor de koers. ‘Het was natuurlijk mijn eerste Tour en die startte ook nog eens in eigen land. Ik voelde me als een kind in een snoepwinkel, van de ene verbazing in de andere. Alles was fijn, leuk, bijzonder. Echt gaaf om mee te maken. Het jaar erop gingen we naar Rouen en ik verwachtte hetzelfde spektakel. Maar daar was geen reet aan.’

Bijna gestopt

Begin 1996 had Boogerd al twee profjaren achter de rug. Bij WordPerfect en Novell stond Jan Raas ook aan het roer, maar de organisatie was totaal anders en weinig prettig voor jonge renners. Boogerd: ‘Ik werd als jonkie echt aan mijn lot overgelaten. Ik moest alles zelf uitzoeken. Je reed veel koersen, maar er zat geen lijn in het programma. Ik was een beetje de stopverf: viel iemand last-minute uit, dan moest ik opdraven. In 1995 ging ik van de ene naar de andere koers. Ik denk niet dat ik ooit meer wedstrijden heb gereden in één jaar. Het was echt keihard werken, maar ik kon nooit ergens echt pieken. Bij de amateurs en junioren hoorde ik tot de wereldtop, maar bij Novell voelde ik me vaak wat verloren en kriegelig. Mijn salaris kreeg ik netjes, maar plezier haalde ik er nauwelijks uit. Op een gegeven moment stond ik zelfs op het punt om te stoppen.’

Michael Boogerd© Getty Images

Michael Boogerd voor Rabobank

Een nieuwe start bij Rabobank

Het nieuwe Rabobank-project, met een stevig budget om het Nederlandse wielrennen naar een hoger niveau te tillen, sprak Boogerd meteen aan. Hij liet zich overhalen, vooral omdat er een heel andere structuur werd neergezet. Hilaire van der Schueren verloor zijn plek als ploegleider, Theo de Rooij en Adri van Houwelingen namen het over. Boogerd: ‘Er waaide plotseling een andere wind. We gingen periodiseren, anders trainen. Wielrennen werd weer leuk.’

Er kwam perspectief. Die winter verruilde hij zijn frame van 58 centimeter in voor een 56-kader en ontdekte de hartslagmeter. ‘Ik had er nooit serieus mee gewerkt. Voorheen trainde ik vooral hard en deed maar wat. Nu volgde ik de schema’s trouw vanaf dag één. Dat werkte meteen: ik voelde dat ik vooruitging.’

Eenmaal zeker van zijn plek in de Tourploeg nam Boogerd zelf het heft in handen en verkende hij met zijn vader een paar Alpenetappes. ‘Ik had de Classique des Alpes en de Ronde van Zwitserland gereden, maar echt hooggebergte kende ik nauwelijks. Daarom hebben we die ritten op eigen houtje gedaan. Mijn vader had een eigen bedrijf en kon niet lang van huis, dus vertrokken we vrijdag en waren zondagavond weer thuis. In die dagen heb ik drie ritten, waaronder een tijdrit, verkend.’

Al voor de specifieke etappes begonnen, voelde Boogerd dat het goed zat met zijn vorm. ‘Ik werd elke dag beter. En de jeuk nam af.’ Een toelichting: ‘In Brabant hadden we enorme last van de eikenprocessierups, we werden zelfs soms omgeleid. Erik Dekker en ik hebben die eerste Tourdagen nachten liggen krabben. De dag dat ik won, waren de bultjes eindelijk wat gezakt. Ik had beter geslapen en voelde me meteen stukken lekkerder.’

‘Ik dacht nog: straks word ik tweede, ook mooi in de Tour’

Michael Boogerd

Puinbakkenweer

De eerste Tourweek was een regenmarathon. ‘Elke dag puinbakkenweer. Verschrikkelijk. Ik kon er goed tegen, anderen niet.’ Veel renners stapten af; in Aix-les-Bains stond de teller op 32 opgevers. ‘Op die dag kneep onder andere Lance Armstrong in de remmen, dat weet ik nog goed.’

Bij Rabobank zat de moraal hoog. De nieuwe ploeg had een ideale mix van jong en oud. Danny Nelissen viel aan en pakte de bolletjestrui, Erik Dekker deed ook mee, en Boogerd had zijn dag aangekruist. ‘Ik wist dat er een kleinere groep zou overblijven, met een klim van tweede categorie kort voor de finish. Misschien kon ik wat proberen. We bekeken samen het parcours met Rolf Sörensen: vier, vijf rotondes in de laatste kilometers, het weer zou het peloton uit elkaar halen. Maar het zou dus niet voor mij zijn, maar voor Rolf. Dat was nog steeds het plan toen ik, op pakweg tweeënhalve kilometer van de streep demarreerde.’

Leon van Bon zat die dag in de vroege vlucht en pakte de bolletjestrui, terwijl Once het peloton strak controleerde. Het laatste stuk liep licht naar beneden met wat zijwind. ‘Het ging snoeihard. Ik reed me helemaal leeg voor Sörensen, hield hem uit de wind zodat hij optimaal kon aansnijden in de finale. Onderweg hadden we al afgesproken dat ik zou aanvallen bij Aix-les-Bains. Op een gegeven moment riep hij: ‘Go, Boogie, go!’ Die zin is een gevleugelde uitspraak in de ploeg geworden: ‘Go Boogie go, you go first, I come later.’’

De beslissende bocht

‘Dat laatste stuk naar de finish deed echt zó’n pijn’

Michael Boogerd

Ter verdediging van Once sprong Melchor Mauri in Boogerds wiel, maar de Spanjaard nam niet over. ‘Dat vond ik knap irritant. We hadden een gaatje, niet groot, maar wel een gaatje. Ik reed volle bak en dacht zelfs: straks word ik hier tweede, ook mooi in de Tour.’ Na wat armgebaren begon Mauri alsnog mee te draaien. ‘Ik denk dat hij te horen kreeg dat er kansen lagen. Hij nam over, precies voor die laatste bocht.’

Die beroemde bocht. ‘Het was amper een bocht, zeker geen gevaarlijke.’ Toch ging het mis. Mauri voelde zijn wielen glibberen, durfde niet te remmen en kon niet meer sturen. ‘Ik had al gezien dat hij zich in de regen niet comfortabel voelde. Hij zat steeds een paar meter achter me. Angstig.’ Mauri reed rechtdoor richting de dranghekken en kwam stil te staan. Boogerd niet. Die trapte door. ‘Extreme omstandigheden gaven mij altijd moraal. Warm, koud of zeiknat, het maakte me sterker. Het werd een gevecht tegen de elementen, dat vond ik mooi.’ Terwijl anderen die dag rillend rondreden, trok hij juist zijn regenjack uit. ‘Dat zat als een prop in mijn achterzak, maar dat deerde me niks.’

Op zijn fiets zat nog een detail: een Cinelli-opzetstuurtje. ‘Die waren toen hip. Ik had er nog nooit mee gereden, maar wilde het wel. En durfde er eigenlijk niet om te vragen. Bennie Temmerman, de mecanicien, was altijd een beetje nors. Ik zei tegen hem: ik beloof dat ik win. Nou vooruit dan, zei hij. Daar hebben we later om gelachen.’

Op het moment dat Boogerd onderdoor stuurde en afscheid nam van zijn medevluchter Mauri, voelt winnen nog allesbehalve zeker. ‘Dat eerste pelotonnetje zat vlak achter me. Je denkt alleen maar: komen ze nog terug?’ Wat hem vooral bijbleef was de herrie. ‘Die ijzeren reclameborden, daar stond iedereen op te rammen. Dat ging door merg en been. Ik verzuurde compleet.’

Pas na de 400 meter kwam het besef. ‘Opeens zag ik de tweehonderd meter. Toen dacht ik: dit gaat snel… misschien win ik wel.’ Hij richtte zich op, maar voelde overal pijn. ‘Dat laatste stuk deed zó’n zeer.’ De ontlading kwam laat. ‘Als amateur won ik vaak solo, dan weet je het al. Nu kwam dat gevoel pas echt op het allerlaatste moment. Dat heb ik daarna nooit meer zo meegemaakt.’

De beelden werden iconisch: een breed lachende Boogerd, de tandpasta-smile, met vlak daarachter het peloton. Erik Zabel werd tweede, voor Laurent Jalabert. Op het podium ging het minder soepel: ‘Spekglad, op die wielerschoentjes lopen was geen makkie. En geen zoenen van de rondemiss, alleen een hand van de wethouder sport van Aix-les-Bains, dat was het. Alles werd afgeraffeld door de kou en regen. Ik had me er meer van voorgesteld.’

Michael Boogerd onderweg in de Alpen, tijdens zijn winnende rit naar La Plagne in de tour van 2002© Getty Images

Michael Boogerd onderweg in de Alpen, tijdens zijn winnende rit naar La Plagne in de tour van 2002

‘Ben jij de nieuwe Nijdam?’

De persconferentie zal Boogerd nooit vergeten. Voor de internationale media was het hun eerste kennismaking met hem, en omdat hij vanuit de vlucht had gewonnen, wilde iedereen weten of hij de nieuwe Jelle Nijdam was. ‘Daar moest ik wel om lachen. Deze zege stond best ver af van de klimmer die ik eigenlijk was. Ik kreeg allemaal vragen die helemaal niks met wielrennen te maken hadden, het leek wel cabaret. Volgens mij wisten ze ook niet zo goed wat ze met me aan moesten, dat jonge gastje dat daar zat te lachen in dat ongelofelijke pestweer.’

Terug in het hotel ging de champagne open. Van Houwelingen had eerder die week de oude flessen al vervangen, om het geluk een handje te helpen. ‘Ik was laat terug na alle plichtplegingen, maar vond het prachtig om het nu zelf mee te maken. Aan tafel lagen stapels faxen naast mijn bord. Ja, die had je toen nog.’

Hij heeft ze bewaard. ‘Laatst kwam ik ze weer tegen. De mooiste was van Jan Raas. Iedereen schreef hele verhalen, maar hij hield het bij: ‘Gefeliciteerd. Groet, Jan.’ Precies zoals hij was.’ Het gevoel van die dag is Boogerd nooit vergeten. ‘Het was alsof ik olympisch én wereldkampioen tegelijk was geworden. Mijn wereld stond op zijn kop. Maar Jan bleef er heel nuchter onder. Mooi eigenlijk wel.’

Meer weten over de Tour de France?

Lees onze verdiepende verhalen en uitleg over de grootste wielerwedstrijd ter wereld. Bekijk ook onze voorbeschouwingen van alle etappes van de Tour de France.