2x Alpe d'Huez in Tour de France 2026

Twee keer Alpe d'Huez: Dubbele Tour-sensatie en veel discussie

Update: 24 juli 2026 om 10:42
Praat mee!

ANP

ANP

Dit slotweekend van de Tour de France 2026 staan de schijnwerpers vol op klimmen in het massief van de Grande Rousses. De reden: een dubbele aankomst in Alpe d'Huez, twee dagen achter elkaar. Vaandaag, op vrijdag 24 en morgen, op zaterdag 25 juli. Waarom? Wat maakt deze berg zo bijzonder? En tegelijk: waarom is hij al jaren onderwerp van discussie? In dit artikel: Peter Winnen, Thomas Krol, Daan de Groot, maar ook de burgemeester van Alpe d'Huez: Jean-Yves Noyrey.

Naast liefhebbers zijn er ook tegenstanders, die zich fel verzetten tegen wat zij zien als het ‘gedrocht’ van de Tour de France. Op de flanken van de col botsen meningen - over schoonheid, over mensenmassa’s, over schade aan flora en fauna. Discussie is er altijd. En dit jaar is dat niet anders.

De Britse pers bestempelde de aankomst op Alpe d’Huez in de Tour de France ooit als het Glastonbury van de wielersport — een verwijzing naar het iconische festival in het zuidwesten van Engeland. Met die wetenschap mag bocht 7 gerust een podium op Lowlands worden genoemd. Of Pinkpop. Of noem maar op. Want een feest wordt het, voor fans, renners en iedereen die de wielersport een warm hart toedraagt. Bocht 7: de Nederlandse bocht. Die naam dankt hij aan renners als Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Inmiddels beperken de festiviteiten zich allang niet meer tot die ene haarspeld. In alle 21 bochten staan fans rijen dik: met barbecues, spandoeken, vlaggen en oorverdovende aanmoedigingen.

Twee keer winnen

Als iemand met recht over Alpe d’Huez kan spreken, is het Peter Winnen (69). Tweevoudig etappewinnaar op de Alpe (1981 en 1983), schrijver en columnist. Aan de telefoon vertelt hij dat hij op de klim meer dan eens ‘duizend doden is gestorven’. De Limburger denkt dat hij zo’n twintig jaar geleden voor het laatst naar boven fietste. ‘Toen vond ik er geen zak meer aan. Dan voel je opeens wat je hebt ingeleverd. Ik reed met een versnellinkje waar ik me voor schaamde en kwam nog niet vooruit. Tegenwoordig blijf ik vooral in De Peel. Daar vind ik de wind al zwaar genoeg.’

Over zijn hoogtijdagen spreekt hij met opvallend gevoel. ‘Mijn herinneringen zijn nog levendig. Niet met alle details, maar als een soort soep van indrukken. Mijn poriën stonden open en namen alles op. Dat zit nog steeds in het geheugen van mijn lichaam. Als je jong bent, absorbeer je meer.’ Wat hij ziet? ‘Mooi weer. Zon. Alleen in 1982 niet, toen was het bewolkt. En als ik me concentreer, voel ik ook de euforie weer. Mensen langs de kant. Heel intens en lijfelijk.’

'Slalommen langs mensen, vuisten en vlaggen, dat maak je nergens anders mee'

Tussen extase en chaos

Winnen denkt wel te weten waarom Alpe d’Huez zo populair is en dat ook zal blijven. Renners koersen er van bocht naar bocht, 21 in totaal. ‘Op sommige plekken kun je als toeschouwer de hele beklimming zien. Uniek. Op de Mont Ventoux gaat dat bijvoorbeeld niet. In het bos zie je maar een klein stukje van de weg omhoog. Dat maakt het minder aantrekkelijk.’ De laatste keer dat Winnen bij de aankomst stond, was in 2004. Lance Armstrong won toen de tijdrit, voor de Duitsers Jan Ullrich en Andreas Klöden. Hij vond de berg destijds maar ‘griezelig’. ‘Armstrong lag niet goed bij de Fransen, daarom moest hij onder beveiliging naar boven. Er hing een bepaalde sfeer waardoor het voelde alsof de berg elk moment kon instorten.’

De fans, het lawaai, de massale verering van de renners — het gaat soms ver. Heel ver. Te ver? Geraint Thomas, inmiddels gestopt maar winnaar op Alpe d’Huez in 2018, waande zich in een complete chaos. Hij werd geraakt door fans en voelde zich niet altijd veilig. Zijn ploeggenoot Chris Froome werd zelfs geslagen. ‘Soms is het gewoon echt te gek’, zei hij na afloop. Het is niet voor niets dat de organisatie in het verleden de weg al een dag eerder afsloot. De laatste winnaar op Alpe d’Huez was in 2022 Tom Pidcock. De Brit sprak later over zijn beste ervaring ooit op de fiets. ‘Ik moest slalommen langs mensen, vuisten en vlaggen. Dat maak je nergens anders mee dan op Alpe d’Huez in de Tour de France.’

Daarmee raken we aan een van de grootste contradicties van Alpe d’Huez. Wielrennen speelt zich af op de openbare weg. Renners zijn letterlijk aanraakbaar. Tot grote verbazing van bondscoach Ronald Koeman, die vorig jaar op uitnodiging van Visma | Lease a Bike de Tour bezocht. Op de rustdag zag hij hoe fietstoeristen in het wiel van Jonas Vingegaard reden. Koeman noemde ze ‘mafkezen’. ‘Dat kan je Tour verpesten. Dat dat kan en mag, vind ik echt ongelooflijk.’

Extreme drukte op Alpe d'Huez© GettyImages

Extreme drukte op Alpe d'Huez

Zonder Tour geen toekomst

De scheidslijn is dun. Hoeveel toeschouwers laat je toe op een berg? Wanneer is het feest, en wanneer wordt het ‘griezelig’? Dit dossier ligt op het bureau van burgemeester Jean-Yves Noyrey. De 68-jarige Fransman heeft een commerciële blik en vertrouwt op de veiligheidsdiensten. Bovendien zijn de meeste wielerfans volwassen genoeg om zelf te weten waar de grens ligt, stelt hij in een telefoongesprek. ‘De Tour heeft ons nodig en wij hebben de Tour nodig’, zegt Noyrey. Daarmee doelt de burgervader onder meer op de klimaatverandering. Hoewel Alpe d’Huez nog jaren een wintersportdorp zal blijven, neemt de sneeuwval in de Alpen af en stijgen de temperaturen. Dat zal de lokale economie vroeg of laat raken.

Met een evenement als de Ronde van Frankrijk krijgt Alpe d’Huez een flinke economische impuls. Restaurants, hotels en winkels boven op de berg profiteren direct. ‘We hebben deze dagen absoluut nodig om de zomer door te komen’, zegt Noyrey. Schattingen over het aantal toeschouwers lopen uiteen, maar het zijn er in ieder geval honderdduizenden. Noyrey spreekt zelfs over een miljoen. Overtoerisme ligt op de loer. ‘Ze promoten ons gebied, en daardoor komen er de hele zomer meer fietsers naar Alpe d’Huez. Misschien wel honderd per dag extra ten opzichte van een normale zomer’, zegt hij. En dan, in een mengsel van Frans en Engels: ‘Very good promotion.’ De burgemeester spreekt zijn talen, mede dankzij zijn werk als ski-instructeur. ‘Vergeet niet dat ons fietsseizoen tot september duurt. We moeten de periode tot de winter overbruggen. Als de Tour niet komt, ontvangen we minder mensen. Komt de Tour wel, dan profiteren we daar twee tot drie jaar van.’

Toeschouwers op Alpe d'Huez© GettyImages

Toeschouwers op Alpe d'Huez

Een buitenstaander die het snapt

Iemand die niet zal wildkamperen bij een van de 21 feestbochten is Thomas Krol. Op het eerste gezicht misschien logisch: wat moet een oud-schaatser daar? Maar de olympisch kampioen op de duizend meter in Peking is een fanatiek wielerliefhebber. Zijn rubriek De cols van Krol op Bicycling.nl loopt inmiddels al elf edities. Hij is zelfs zo fanatiek dat hij al sinds jonge leeftijd zijn beklimmingen bijhoudt in een schriftje. Naam, tijd, stijgingspercentage – ook Alpe d’Huez staat op die inmiddels lange lijst. ‘Het was in 2009, ik was net zestien. Samen met een klasgenoot, Bas Vlaskamp, reed ik een onderlinge tijdrit. We startten om de twee minuten. Bas werd later ultrafietser.’ Dat Krol zijn tijd nog uit het hoofd kent, verbaast dan ook niet: 53 minuten en 43 seconden. ‘Een kwartier langzamer dan Marco Pantani, maar ik won wel van Bas. Met anderhalve minuut. Ik was kapot, echt honderd procent. Ik deed alles voor een snelle tijd, zelfs de laatste rotonde afsnijden. Ik was toen tien kilo lichter. Niet zo sterk, maar wel jong. Of ik nu sneller ben? Dat wil ik nog weleens testen. Ik moet ook de Croix de Fer, de Madeleine en de Col de la Loze nog doen.’

De liefde voor de fiets kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader was een sterke renner – een ‘criteriumkiller’, in de woorden van Krol. Klassiekers waren te lang, maar in korte wedstrijden was hij op zijn best. Het schriftje ontstond in een tijd zonder Strava. Sinds zijn elfde of twaalfde fietste Krol met hem mee. Met aan de muur in de garage een foto als inspiratie: zijn vader op de Stelvio. ‘Dat wilde ik natuurlijk ook.’ Over de mythische status van Alpe d’Huez is Krol opvallend eerlijk. ‘Ik vind dat ik dit mag zeggen, maar de klim is niet bijster mooi. Het is een beetje een snelweg omhoog. Leuke bochten, maar geen schilderachtige weggetjes en ook geen bijzonder uitzicht. En dat skidorp boven is ook niet fraai. Maar het is wél een hel vette klim om te rijden. Dat absoluut.’

Alpe d'Huez beklommen door het peloton© GettyImages

Alpe d'Huez beklommen door het peloton

Daar zit volgens hem ook de aantrekkingskracht. ‘Iedere ongetrainde wielrenner heeft ergens in zijn of haar achterhoofd het doel om deze berg te beklimmen. Onderweg kom je ze in alle soorten en maten tegen. Je haalt er zo honderden in. Dat is gewoon hartstikke gaaf. Net als op de Mont Ventoux.’ Inmiddels vliegt Krol de hele wereld over als piloot. Waar mogelijk huurt hij een fiets om nieuwe beklimmingen aan zijn lijst toe te voegen, en die bespreekt hij met Bicycling-auteur Tim Beck in De Cols van Krol-rubriek. Op het moment van spreken, april 2026, mijmert hij over Maleisië. Tijdens zijn schaatscarrière trainde hij veel met langeafstandsspecialisten als Sven Kramer en Douwe de Vries. In de winter zette hij zijn duurvermogen om in snelheid.

Toch werd hij vaak voor ‘knettergek’ versleten. ‘Zaten we met de ploeg in Nagano, Japan, voor een wedstrijd. Moest ik per se nog een klim opfietsen. Voor het schriftje natuurlijk.’ Daar bleef het niet bij. Zijn ploeggenoten zagen hem als een fietsgek en dat ontkent hij zelf ook niet. Tijdens een zwaar trainingskamp in Italië, vol lange dagen en diepe inspanning, besloot Krol op de enige vrije dag de auto te pakken. Zijn ploeggenoten keken verbaasd: waarom niet rusten, liggen, Netflixen? Maar Krol dacht daar anders over. Hij reed naar de voet van een van de reuzen uit de Giro d’Italia en knalde omhoog. Zielsgelukkig keerde hij later die dag terug.

Toptijd uit het niets voor Daan de Groot

Iemand die op zijn eigen manier een band heeft met Alpe d’Huez, is Daan de Groot. Voormalig amateurrenner, succesvol duatleet en niet te verwarren met zijn Amsterdamse naamgenoot, die in 1955 een Touretappe naar Albi won. De aanleiding voor het telefoongesprek met de jongere Daan de Groot (34) is zijn klimprestatie uit 2014. Op Strava schreef de wiskundig bioloog destijds: ‘Nog even snel ’s avonds Alpe d’Huez op en af.’ Hij begon om 17.47 uur aan de voet, bij de camping in Bourg d’Oisans. Die werktitel mag met terugwerkende kracht gerust ‘eufemistisch’ worden genoemd, zegt hij zelf, vanuit Basel, waar hij werkt aan de universiteit. Dat ‘even snel’ bleek namelijk écht snel. De Groot reed naar de achtste tijd ooit op Strava, al stond het record van Marco Pantani daar niet tussen. Als brandstof gebruikte hij frustratie. Een dag eerder had hij gehoord dat hij niet was geselecteerd voor een rittenkoers. ‘Daarna ging ik een paar weken met mijn vader op vakantie. We deden verschillende plekken aan, onder andere de Mont Aigoual – bekend uit De Renner van Tim Krabbé – en de Mont Ventoux.’

Op die beklimmingen reed hij geen toptijden, in tegenstelling tot zijn ogenschijnlijk achteloze poging op Alpe d’Huez. ‘Die dag hadden we best ver gereden met de auto. De tent stond en ik dacht: ik ga nog even snel naar boven. Volgens mij had ik niks gegeten. Mijn zadeltasje liet ik op de camping, scheelt toch gewicht. Het was mijn eerste keer Alpe d’Huez, ik wist niet goed wat me te wachten stond en was totaal niet voorbereid. Soms is dat juist de kunst.’ Zeven jaar later wist hij dat wél. De Groot stond aan de start van de duatlon Alpe d’Huez: beneden hardlopen, naar boven fietsen en boven opnieuw hardlopen. Tijdens een training voorafgaand aan het evenement bleek hij al bijna anderhalve minuut langzamer dan in 2014. In de wedstrijd zelf kwamen daar nog eens twee minuten bij. ‘Dan zie je wat een stuk hardlopen met je doet. Maar hoe dan ook: het blijft vet om zo’n mythische klim te bedwingen.’

'Iedere wielrenner wil ooit de Alpe d’Huez beklimmen'

Alpe d'Huez© GettyImages

Alpe d'Huez

De achterkant van de mythe

Dat gaan de renners vandaag dus twee keer doen. Vandaag, op vrijdag 24 juli, via de traditionele weg, vanuit Bourg d’Oisans aan de voet van de klim. De tweede dag, op zaterdag 25 juli, voert de route over wat bekendstaat als ‘de achterkant’: de Col de Sarenne. En precies daar ligt een nieuw punt van discussie. In tegenstelling tot de klim naar Alpe d’Huez bestaat deze col wél uit kronkelende, schilderachtige weggetjes. En dat niet alleen: de Ferrandvallei vormt het leefgebied van uiteenlopende diersoorten zoals vossen, gieren, arenden, hermelijnen en marmotten. Ook groeien er zeldzame planten. Kortom: dit is het territorium van de flora en fauna.

Activisten gruwelen van het idee dat helikopters boven het gebied cirkelen en de natuur onherstelbaar verstoren. Sinds de bekendmaking van het parcours laten zij van zich horen. In Franse kranten keert de kwestie regelmatig terug. Er wordt gevreesd voor platgetrapte bermen, zwervend afval en oorverdovend lawaai. In een petitie vragen ze om steun voor hun protest. Stiekem verlangen ze terug naar 1952, toen Fausto Coppi de etappe naar Alpe d’Huez won in een verlaten skidorp, omringd door niet meer dan een handvol boeren en dieren.

Initiatiefnemer van de petitie, die inmiddels duizenden keren is ondertekend, is Matthieu Stelvio. In Franse media uit hij stevige kritiek op de ASO, de organisator van de Tour. Volgens hem dreigt zijn geliefde Col de Sarenne te veranderen in een groot stadion. De klim is acht maanden per jaar afgesloten en wordt dan alleen gebruikt door herders en hun kuddes. Plekken met zulke schone lucht zijn zeldzaam, stelt hij. Stelvio wijst ook op het broedseizoen van verschillende vogelsoorten in juli: korhoenders, alpensneeuwhoenders en steenpatrijzen. De aanleg van asfalt, vooruitlopend op de Tour, heeft volgens hem nu al geleid tot meer autoverkeer. En er is nog een doorn in het oog: een toertocht, zes dagen voor de etappe, met naar verwachting 16.000 amateurs.

De strijd tegen ecologische schade zal vast tot morgen doorgaan. Stelvio hoopt dat de reclamekaravaan de smalle weg naar boven overslaat. Zijn ideaalbeeld: alleen renners. Geen volgwagens, geen publiek, geen journalisten. Maar het allerliefst: helemaal niemand. Ook geen Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard. ‘Wij maken ons geen zorgen over de natuur’, zegt burgemeester Jean-Yves Noyrey. Volgens hem worden in samenwerking met de ASO voldoende maatregelen genomen. Hij spreekt van ‘minimale toelating’ van auto’s, journalisten en beveiliging.

Toekomstbestendig?

De reclamekaravaan rijdt die dag al door naar Parijs. ‘We laten geen publiek toe. De hele week voorafgaand aan de etappe sluiten we de col af. Alleen mensen die er wonen en werken mogen er komen. Zelfs ik niet.’ Noyrey hoopt dat de protesten toeristen niet afschrikken. ‘Het is heel mooi om hier te wonen. We werken samen, we leven samen, we zijn hier het hele jaar. Er is voor iedereen wat te doen. Met de etappe naar Alpe d’Huez hopen we dat te laten zien. Hopelijk maakt ons dat toekomstbestendig. Wielrennen is onze inkomstenbron in de zomer, maar je kunt hier ook mountainbiken, downhillen, tennissen, hardlopen, minigolfen, zwemmen, noem maar op.’

De Groot kan nog wel een activiteit toevoegen: duatlon. Zijn ooit achtste tijd op Strava is inmiddels gezakt naar plaats 79. Hij is benieuwd wie van de honderdduizenden wielerfans daar deze zomer onder duikt.

>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling magazine, de Tour de France special van 2026. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Meer weten over de Tour de France?

Lees onze verdiepende verhalen en uitleg over de grootste wielerwedstrijd ter wereld. Bekijk ook onze voorbeschouwingen van alle etappes van de Tour de France.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.