Alvarado na winter met kniepijn: "The best has yet to come"
Getty Images

Ceylin del Carmen Alvarado werd wereldkampioen op haar 21ste en leerde daarna vooral wachten. De renster van Fenix-Premier Tech over een winter met kniepijn, haar eeuwige trouw aan de ploeg en waarom ze het liefst rijdt met een beslagen bril.
Het is midden in de zomer, het crossseizoen is nog maanden weg en Ceylin del Carmen Alvarado heeft weinig te doen. Dat bevalt haar, tot op zekere hoogte. Ze werd wereldkampioen veldrijden in 2020, op haar 21ste, en het duurde zes jaar voordat ze weer op een WK-podium stond: zilver in Hulst. Daartussen zaten blessures, twijfel en een winter die twee maanden te laat begon. Ze rijdt nog altijd voor Fenix-Premier Tech, de ploeg waar ze als jonge renster binnenkwam, en dat is geen toeval: "Why change a winning team?"


Hoe ziet jouw leven er midden in de zomer uit?
"Het gaat wel goed, denk ik. Niks bijzonders. Ik ben nu met de voorbereiding bezig, en verder is het een redelijk rustige zomer. Aan de ene kant is dat fijn, je bent meer thuis. Aan de andere kant is het ook fijn om naar een bepaald doel toe te werken. Nu is het afwachten tot ik straks weer het veld in kan, en dat kan lang wachten zijn."
Lummelen is ook een kunst.
"Op zich is het wel oké tot een bepaalde duur. Op een gegeven moment heb je toch iets nodig. Het is niet dat ik me verveel. Het is alleen op sportief vlak dat alleen maar trainen soms gewoon niet leuk is."
Zit je na de training met genot aan de buis gekluisterd?
"Niet echt. Ik heb wel naar de Tour gekeken, maar dat kwam vooral omdat mijn man er altijd op zette. Over het algemeen kijk ik eigenlijk niet zoveel naar wedstrijden. Als mijn eigen stukje voorbij is, na een trainingsdag of een wedstrijddag, dan wil ik zo min mogelijk met fietsen te maken hebben. Dat klinkt misschien gek, maar ik ben ook gewoon een normaal mens en het fietsen is ook niet alles."
"Ik weet niet of ik het einde van het seizoen ga halen"
Vorige winter begon met twee maanden uitstel door knieproblemen. Hoe staat het nu met je lichaam?
"Eigenlijk helemaal goed. Het was een vervelende periode, maar ik denk dat we daar heel goed zijn uitgekomen. Daarna heb ik er gelukkig nergens meer last van gehad. Ik denk dat er heel weinig jaren zijn geweest waarin ik niet met een blessure uit het veld kwam, of waarin ik het veld inging met iets."
En wat heeft die periode je geleerd over geduld?
"In het seizoen zelf vind ik het lastiger dan in de voorbereiding. Dat je thuis moet zitten en dat je trainingen heel beperkt zijn. Het vreet ergens natuurlijk wel aan je dat je niet op het niveau kan zitten waar je wilt zijn. Maar met voldoende geduld, dat ik denk ik al heb, komt alles wel goed. Dat moet je ook hebben. Als je daar zit en je kan niks anders doen, dan zal je wel geduld moeten kweken."
Was er een moment dat je twijfelde of het seizoen nog goed zou komen?
"Zeker. Ik ben het seizoen begonnen met groen licht van de dokter, maar het is niet dat ik pijnvrij fietste. De eerste paar weken had ik tijdens of na de wedstrijd nog last van mijn knie. Heel veel mensen weten dat misschien niet en denken dat het opgelost was. Maar nee, dat was niet zo. Ik kon het niet erger maken, ik mocht blijven fietsen, maar ik dacht wel: ik weet niet of ik het einde van het seizoen op deze manier ga halen als ik last blijf houden."
Hoe hield je dat in de hand?
"We hadden zo goed als dagelijks contact met de dokter, ook met de performancemensen van de ploeg. Ik heb vanaf het begin gezegd: een dubbel weekend gaat sowieso nog niet. En vanaf het moment dat ik er wel een mocht rijden, merkte ik dat na de eerste dag de tweede dag al niet pijnvrij was. Hoe lastig het ook is, je moet eerlijk zijn tegenover anderen. Uiteindelijk bereik je er niks mee als je terug bij af bent."
"Ik geef 101 procent"
© Getty ImagesJe werd geboren in Cabrera en groeide op in Rotterdam. Welke eigenschappen van dat meisje van toen herken je nog in de prof van nu?
"Ik denk bijna alles eigenlijk. Nog steeds het gedreven, spontane meisje van vroeger. Als er iets is wat ik echt wil, dan ga ik er ook voor. Ik geef 101 procent. Gaat het goed, dan is dat zo. En gaat het niet zoals ik wil, dan is dat ook zo."
Kon je nijdig worden als iets niet lukte?
"Ik was zo op sportief vlak, ik was zo op werk en ik was zo op school. Niet bij gym, want dat was voornamelijk plezier hebben. Maar als ik bepaalde cijfers moest halen en het lukte niet, dan was dat wel zeer vervelend. Over het algemeen lukte dat meestal wel."
En nu?
"Nu is het minder in de zin van cijfertjes en nummertjes. Tegenwoordig gaat het weer veel meer op gevoel, en een beetje luisteren naar je lichaam."
"Dat ik er meer van moet genieten"
In 2020 stond je als 21-jarige in de regenboogtrui in Dübendorf. Wat zou je huidige ik tegen die jonge wereldkampioene zeggen?
"Dat ik er meer van moet genieten. Als ik nu kijk hoe de jaren daarna zijn gegaan, met heel veel ups en downs, waaronder meer downs dan ups, dan zou ik echt proberen er veel meer van te genieten dan ik toen heb gedaan. Het is voorbij voordat je het weet. Het is heel mooi om in zo'n trui te mogen fietsen, en je hebt geen zekerheid dat je er het jaar daarop weer staat. Er kwam toch wel wat stress en druk bij kijken, en daardoor heb ik het genieten een beetje gemist."
Er wordt vaak gezegd dat je een grote titel beter jong pakt, omdat je er financieel langer van profiteert.
"Voor het financiële gedeelte ben ik het daar niet helemaal mee eens. De lonen zijn ook geëvolueerd. Als ik het nu had behaald, dan had ik er financieel meer uitgehaald dan toen. Maar verder maakt het niet zoveel uit. Een titel is een titel, of het nu op je 21ste is of op je 28ste. Uiteindelijk is het het moment waar je in leeft, en of je dat kan delen met je naasten."
Tussen die wereldtitel en het zilver van Hulst zat zes jaar. Dacht je op dat podium nog terug aan Dübendorf?
"In Hulst heb ik er niet echt aan gedacht. Het was een hele andere wedstrijd, een hele andere beleving, en op dat moment stond ik ook op een hele andere plaats dan toen. Maar ergens in het onbewuste is het toch wel met elkaar verbonden. Je werkt daar naartoe en je denkt: ik ben toen ook al eens wereldkampioen geweest, het zou mooi zijn als het me nog een keer lukt."
Als je carrière een boek is: welke titel geef je het hoofdstuk waar je nu in zit?
Ze denkt lang na.
"Het is misschien heel diep, maar ik denk: een wederopstanding. In zo'n wederopstanding heb je heel veel fases. Ik zit nu in een fase waarin ik mezelf helemaal heb teruggevonden, the best has yet to come heet het volgende hoofdstuk."
"Beter dan ik ooit ben geweest"
Wat is nu je grootste bron van motivatie? En is dat een andere bron dan vijf jaar geleden?
"Mijn motivatie toen was vooral om wereldkampioen te worden. Ik was gebrand, want het jaar ervoor was ik topfavoriet bij de beloften in Bogense en daar ging het helemaal mis. Ik wilde laten zien dat het gewoon een mindere dag was. De motivatie die ik nu heb, is om beter te zijn dan ik ooit ben geweest. Of dat nu wel of niet met titels is. Het is mooi om ze te hebben, maar dat is ook niet alles."
Waar haal je het vandaan in november, in de regen, als niemand kijkt?
"Ik heb niet altijd zin in training, hoor. Uiteindelijk maak je het verschil door te kiezen om er elke dag voor te blijven gaan. En of ik er nou wel of geen zin in heb, ik doe het toch. Als ik het niet doe, dan zit ik alleen maar mezelf in de weg."
Wie geeft jou buiten de sport de meeste energie?
"Het helpt dat mijn man mij daarin steunt. Die pept mij soms op, en de familie ook." Ook haar geloof noemt ze als vaste bron: "Als het niet lekker gaat, haal ik daar ook veel motivatie uit."
© Getty Images"Liever met een veldrit onderuit"
Waarom past juist het veldrijden zo goed bij wie jij bent?
"Ik hou sowieso van dat op rood gaan. En het technische zit er zo in, dat ligt mij misschien het meeste. Dat wereldje is ook wat kleiner, wat meer familiaal. Het is ieder voor zich, je moet minder rekening houden met ploeggenoten dan op de weg. Het is vrijer, je hebt zoveel meer zelf in de hand. Los van het feit dat je er ook goed in kan zijn natuurlijk."
Hou je van het risico, van die split seconds?
"Daar ben ik niet bang voor. Soms maak je het verschil door net wel of net niet over het randje te gaan, en ik ben niet bang om net wel over het randje te gaan. Ik ga ook liever met een veldrit onderuit dan op het asfalt met zestig."
Staat er nog iets op je bucketlist? Uit een vliegtuig springen?
"Nee, want ik heb hoogtevrees."
Karten op een feestje?
"Dat doe ik eigenlijk ook niet graag. Tijdens de training gaat die knop ook niet om, maar op het moment dat ik op de fiets stap en het licht springt op groen, dan is dat toch een hele andere mentaliteit."
Je rijdt al jaren binnen dezelfde ploegfamilie, bij Fenix-Premier Tech. Wat maakt dat je daar telkens weer voor kiest?
"Ik ben op jonge leeftijd bij de ploeg gekomen en we hebben met elkaar hele mooie dingen gedaan. Zowel qua materiaal en omkadering als het persoonlijke daarin is dat tot nu toe altijd het beste geweest. Why change a winning team? Het is fijn dat het niet alleen maar een werkomgeving is, maar dat er ook het menselijke bij komt kijken. Anders hou je het denk ik ook niet vol."
Je lijkt die balans goed door te hebben.
"Ik kan ook heel gestructureerd en heel precies zijn. Maar als ik dat dag in dag uit voor de rest van mijn leven moet doen, dan hou ik dat misschien nog geen twee jaar vol. Ik moet echt een goede balans vinden tussen het werk, wat de sport dan is, en het vrijere, het menselijke, het alledaagse."
In 2025 reed je een groot wegprogramma. Hoe zie je de verhouding tussen weg en veld over drie jaar?
"Ik had aangegeven dat ik graag meer op de weg wilde rijden en mezelf als wegrenster wilde ontdekken. Die kans hebben ze mij zeker gegeven. Ik had alleen de pech dat ik met mijn knieblessure zat, waardoor alles een beetje geschrapt werd. Het veldrijden is voor mij zes maanden lang vol bak, en dan kom je redelijk kapot het veld uit. Als je dan meteen een volledig wegprogramma wilt rijden, is dat gewoon te intensief. Zoals het er nu uitziet, zal de weg altijd wel een beetje op de tweede plaats blijven staan."
Er zijn crossers die de omgekeerde keuze maken en voluit voor de weg gaan. Kriebelt dat?
"Misschien. Voor mij is het veld uiteindelijk wel mijn hoofdinkomstenbron, en ik ben er ook gewoon goed in om maar zo te zeggen. Ik zou niet weten waarom ik iets waar ik heel goed in ben zou wisselen voor iets waarvan ik nog niet weet dat ik het kan. Maar het veldrijden gaat niet altijd op nummer één blijven staan. Ik word ook ouder en er komen jongere meiden op die ons gaan verslaan. Als de toekomst andere plannen met mij heeft, dan sta ik daar ook voor open."
"Wat nou met de echte crossers?"
Hoe kijk jij naar het veldrijden anno 2026? Wat is er beter dan toen jij begon?
"Ik vind het moeilijk om te zeggen wat er vandaag beter is dan vroeger. De Wereldbeker zag er destijds anders uit en persoonlijk sprak die opzet mij meer aan. Ook de kalender is de voorbije jaren sterk veranderd. Ik begrijp dat de sport wil groeien en internationaler wil worden, maar ik denk dat het belangrijk is om daarbij ook rekening te blijven houden met de mensen die de sport dragen."
"Wij als renners reizen veel, maar hetzelfde geldt voor familieleden, vrijwilligers en supporters. Zij combineren dat vaak met een gewone job en maken veel opofferingen om erbij te zijn. Dat aspect mag volgens mij soms wat meer aandacht krijgen wanneer de kalender wordt samengesteld."
Heb je een voorbeeld?
"Dit jaar wordt er bijvoorbeeld ook op eerste kerstdag gecrost. Ik begrijp dat er gezocht wordt naar aantrekkelijke wedstrijdmomenten, maar persoonlijk vind ik dat zulke keuzes ook wat meer rekening mogen houden met de mensen rond de sport. Het zou mooi zijn als daar een goed evenwicht in gevonden kan worden."
Het gaat om Heusden-Zolder, dat volgend seizoen naar 25 december verhuist. Organisator Christophe Impens liet eerder weten dat uit onderzoek bleek dat kerstavond voor veel mensen onbespreekbaar is, maar dat eerste kerstdag voor een grote groep juist een lege dag is waarop mensen gaan wandelen. Precies daarom verwacht hij dat een kerstcross aanslaat.
Is er ook iets beter geworden?
"Wat ik goed vind, is dat ze meer jongerencategorieën hebben. Beloften en junioren. Daar zijn ze heel goed mee bezig, om die jonge renners en rensters hun eigen kansen te geven en dat ze niet altijd maar tussen de elites worden gegooid."
De kalender wordt voller en toppers combineren weg, gravel en veld. Verrijking of sluipend risico?
"Daarin kijken ze wel een beetje naar de grote namen en de toppers die uiteindelijk maar twee maanden crossen en dat is het. En dan denk ik: wat nou met de echte crossers, met renners en rensters die van oktober of november tot en met eind februari crossen? Daar kijken ze niet naar, terwijl ze daar wel hun inkomsten uit halen. Aan de ene kant snap ik wel dat ze al die grote namen aan de start willen. Aan de andere kant is dat wel een beetje een egoïstische manier van kijken naar de sport."
Het vrouwenwielrennen groeit hard. Waar ligt in algemene zin, dus voor de sport als geheel, de volgende grote stap?
"In de lonen, de sponsoring en de bekendheid." Ze doelt daarbij op het vrouwenwielrennen in het algemeen, niet op haar eigen ploeg of contract. "Je merkt hier en daar wel dat het begint, maar het gaat redelijk traag. Ik denk dat het vrouwenwielrennen net zoveel waard is als het mannenwielrennen. Mensen gaan er soms nog van uit, een oude stempel, dat het niks is. Maar uiteindelijk denk ik dat het bij de vrouwen soms veel aantrekkelijker en veel spannender is om naar te kijken dan tegenwoordig bij de mannen. Er mag meer aandacht zijn voor het financiële, de sponsoring en het contractuele. Dat mis ik toch wel een beetje."
Voor veel kinderen ben jij een herkenbaar gezicht. Krijg je reacties van jonge rensters die zich in jou herkennen?
"Zeker. Het zijn vooral de ouders die sturen, maar ik krijg daar heel veel positieve berichten over. Over buitenlandse kindjes, maar ook gewoon Nederlandse of Belgische kindjes die enorm fan zijn en erg naar mij opkijken. Dat is natuurlijk hartstikke leuk."
"Ik lees die reacties allemaal niet"
In het wielrennen wordt weinig openlijk over discriminatie gesproken. Komt dat doordat er weinig gebeurt, of doordat er weinig over gezegd wordt?
"Vroeger zou ik misschien zeggen dat er weinig over gezegd wordt. Tegenwoordig denk ik dat het gewoon bijna niet gebeurt. Er zullen hier en daar nog wel incidenten zijn, want dat zal je altijd wel houden. Maar over het algemeen denk ik dat het zo internationaal en geëvolueerd is, ook de mentaliteit van de mensen, dat het bijna niet voorkomt."
Heb jij momenten meegemaakt waarin je achtergrond of je huidskleur een rol speelde?
"Nee, gelukkig niet. Ik denk dat dat vooral te maken heeft met voor wie je gaat in de sport. Of je die renner wel of niet mag, of dat het een concurrent is van de renner waar je zelf voor gaat. En als mensen een jatje op hebben, dan gaat het natuurlijk snel mis. Dat is wel jammer. Maar het is niet dat het met ras te maken heeft."
Verschilt de toon online van wat je langs het parcours meemaakt?
"Ja, toch wel. Mensen kunnen zich veel gemakkelijker schuilen achter hun scherm. Wat ze niet in je gezicht durven te zeggen, dat zeggen ze dan mooi achter hun schermpje. Ik ben er heel simpel in: ik lees die reacties allemaal niet. Er zijn mensen met goede bedoelingen, maar er zitten ook mensen tussen met slechte bedoelingen. En ik gun het ze niet om mijn energie daaraan te besteden. Het is makkelijk om iets te typen en dat even snel te verzenden. Maar als diegene voor je zou staan, dan zou die waarschijnlijk niks zeggen."
>>> Lees ook: Is wielrennen een discriminerende sport?
Dilemma's op dinsdag
Nooit meer friet van de kraam na de cross, of nooit meer koffie voor de training? "Ik zou eerder zeggen: nooit meer koffie 's ochtends, dan nooit meer friet van de kraam." Met een flinke klodder mayonaise erop. "Daar kan je zo echt blij van worden."
Elke cross met een beslagen bril, of elke cross met één schoen vol ijskoud water? "Als je hele koude voeten hebt, voel je niks meer. Dus je hebt ook geen feeling met je pedalen. En als je eenmaal koude voeten hebt, dan is alles koud. En als alles koud is, dan kan je ook niks. Dus dan doe ik het liever met een beslagen bril." De bril blijft trouwens altijd op: "Of het nu regent of niet, mistig is of modderig."
Een tribune vol spandoeken met je naam verkeerd gespeld, of een keurige tribune zonder één spandoek? "Een keurige tribune. Ik weet dat ik een speciale naam heb, maar als je echt fan bent, dan doe je dat niet verkeerd, hè. Er zijn genoeg mensen die mijn naam verkeerd schrijven, en dan denk ik: hoe lang ga ik al mee? Kom aan."
Bonus: liever een heel seizoen enkeldiep door de modder, of elke week ijs en sneeuw? "Dat is wel een moeilijke." Even stilte. "Ik ga denk ik toch voor enkeldiep. Ja, enkeldiep door de modder."
© Getty Images








