Annemiek van Vleuten: Een koers win je niet alleen met je benen

Update: 20 augustus 2026 om 07:08
Praat mee!

© Getty Images

Annemiek van Vleuten: een koers win je niet alleen met je benen

Ze won alles wat er te winnen viel. En twee jaar na haar afscheid staat Annemiek van Vleuten (43) nog altijd midden in het peloton. Niet meer als renster, maar als mentor. En juist daar, in de hoofden van de nieuwe generatie, ziet ze de volgende grote slag in het wielrennen ontstaan.

>>> Dit artikel is geschreven door Ties Wijntjes en verscheen eerder in Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Wie het palmares van Annemiek van Vleuten wil opsommen, moet even gaan zitten. De drie grote rondes, wereldtitels, monumenten: het staat er allemaal op. In totaal won ze 104 wedstrijden in haar profcarrière. Verdeeld over veertien seizoenen, al koerste ze er maar liefst achttien. Toen Van Vleuten haar profcarrière eind 2023 stopte, leek er een schat aan kennis en ervaring uit het peloton te verdwijnen. Maar al snel werd duidelijk dat Van Vleuten de wielersport nog niet vaarwel zou zeggen.

Zo werd ze analist bij de NOS, commentator bij Eurosport en ambassadeur van Canyon – het fietsenmerk waarmee ze enkele van de grootste successen behaalde. En sinds 2026 werkt ze ook als performance mentor bij Fenix-Premier Tech. ‘Ik wilde mijn ervaring doorgeven aan de volgende generatie, maar wist nog niet in welke rol. Dit past perfect. Ik vind het leuk om wielrennen vanuit een andere hoek te benaderen.’

>>> Lees ook: Kasia Niewiadoma: 'Polen is een mooi fietsland'

Annemiek van Vleuten© Getty Images

Batterij opladen

In haar nieuwe rol bemoeit Van Vleuten zich niet met tactiek, maar met mentale ondersteuning. ‘Ik heb heel veel moeten leren door fouten te maken. Als ik renners kan helpen om er minder te maken en zich sneller te ontwikkelen, is dat mooi. Maar belangrijker nog: dat ze in balans blijven en een lange carrière kunnen opbouwen.’

Want in een peloton dat sneller en professioneler is dan ooit, draait het allang niet meer alleen om hard trappen. ‘Ik heb genoeg voorbeelden gezien van renners die te vroeg opbranden. Zeker nu alles wordt gemeten en geanalyseerd, is het belangrijk om tijdens een performance meeting af en toe te zeggen: hé, het zijn wel mensen. Geen robots.’

Annemiek van Vleuten© Getty Images

En daarom zoekt ze vooral ook het gesprek op met de atleten zelf. Niet alleen over trainen, maar ook over herstellen. ‘Ik vraag vaak: waar laad jij je batterij op? Als je midden in een drukke koersperiode zit, voel je je dan nog energiek? Ben je nog bereid om diep te gaan? Zo niet, trek op tijd aan de bel.’ Ook adviseert Van Vleuten hen samen met de trainer een plan te maken om na zo’n wedstrijdperiode goed uit te rusten. ‘Voor de één is dat een week vakantie, voor de ander gewoon lekker fietsen zonder schema. Of tijd met vrienden en familie. Voor mij werkte het om tussen de Giro en de Tour tien dagen op hoogte te zitten, in alle rust op een berg. Maar dat hoeft voor een ander niet zo te zijn, iedere renster moet zelf nadenken over wat voor haar werkt.’

Want wielrennen is meer dan keihard trainen, goed eten en veel slapen. Zoals ze het zelf omschrijft: het hoofd moet met de benen mee. Dat paste ze tijdens haar eigen carrière ook al toe. ‘Ik vond het altijd mooi om het maximale uit mezelf te halen. Ik was proactief bezig de juiste mensen om mij heen te verzamelen, de juiste feedback te krijgen. Voor renners die dat minder van nature hebben, kan ik daarin iets betekenen. Het zou zonde zijn om niets met die achttien jaar ervaring te doen.’

Trots op het peloton

Haar nieuwe rol zegt ook iets over hoe het vrouwenwielrennen zich heeft ontwikkeld. ‘Ik krijg nog steeds kippenvel als ik het peloton zie vertrekken. Dan denk ik: wauw, dit is echt een professionele sport geworden. Ik ben daar onderdeel van geweest en heb het losgelaten op het moment dat die stap gezet was.’

De sport groeide de laatste jaren snel, er kwamen meer wedstrijden en meer geld. Ook Van Vleuten ziet dat die groei soms snel gaat, maar de kritieken dat het té snel gaat deelt ze niet. ‘Er was een periode dat er te weinig rensters van niveau waren voor het aantal ploegen. Dat dreef de salarissen op. Nu zie je dat het niveau in de breedte groeit en het weer meer in balans komt. Die krapte op de arbeidsmarkt vond ik best zorgwekkend, maar inmiddels is er weer meer aanwas. Het wielrennen is ook aantrekkelijker geworden doordat je er een goed salaris kunt verdienen. Misschien was het niveau daar vroeger nog niet helemaal naar, maar ik ben blij dat dat nu wel zo is.

Het heeft ervoor gezorgd dat ik, en veel anderen, voltijd prof konden worden.’ Toch ziet ze ook een keerzijde van die groei: meer geld is mooi, maar mag nooit het doel op zich worden. ‘Ik hoop dat het zo blijft dat vrouwen dit vooral doen uit passie voor de sport, niet voor het geld. Dat is juist de kracht van het vrouwenwielrennen: die intrinsieke motivatie om beter te worden. Dat moeten we koesteren.’ 

Naast financiële groei is er ook sportieve groei: steeds meer grote wedstrijden hebben een vrouwenkoers, al is er nog niet altijd sprake van een volwaardig equivalent. De grote rondes duren bijvoorbeeld nog geen drie weken, zoals bij de mannen. Van Vleuten ziet dat niet als noodzaak, maar wel als kans. ‘Ik denk dat een tweeweekse grote ronde een mooie stap zou zijn. Dat kunnen de vrouwen prima aan. Of het een andere winnares oplevert of het klassement spannender wordt, weet ik niet. Maar je krijgt wel meer dagen koers, meer etappes waarin iets kan gebeuren. En ik denk ook dat de vrouwen dat verdienen.’ Wel wil ze waken voor doorschieten in die ontwikkeling: ‘Ik vind niet dat we per se naar drie weken moeten. Het gaat erom dat je aantrekkelijke koersen maakt. Als je na een week al weet wie wint, doe je de sport misschien tekort. Nu hebben we juist mooie, spannende wedstrijden. Laten we dat vasthouden en stap voor stap uitbouwen.’

Annemiek van Vleuten© GettyImages

Speels koersen

Van Vleuten praat nog altijd met zichtbaar vuur over de sport. Over haar nieuwe rol bij Fenix-Premier Tech is ze minstens zo enthousiast. Vooral de sportpsychologie en het gedrag van atleten boeit haar mateloos. In een sport die steeds meer van renners vraagt, wordt het steeds belangrijker hoe ze zich daartegen wapenen, stelt ze. ‘Waar we nu een heel grote stap hebben gezet in voeding, denk ik dat de volgende stap in de sportpsychologie ligt. Het verschil gaat gemaakt worden door atleten die goed kunnen omgaan met alles wat er op ze afkomt’, legt ze uit. Daar wil ze rensters in begeleiden. ‘Je moet mentale vaardigheden ontwikkelen. Op momenten moet je kunnen pieken en veel van jezelf vragen, maar je moet ook voelen wanneer het te veel wordt. Je kunt niet altijd aanstaan.’ Beter worden is volgens haar lang niet altijd een kwestie van méér doen. Vaak is het juist andersom. ‘Ik hoef rensters meestal niet te stimuleren, maar moet ze vooral afremmen.’

Ze noemt Puck Pieterse als voorbeeld: jong, energiek en iemand die haar sport met zichtbaar plezier beleeft. Speels, in de goede zin van het woord. ‘Puck is iemand die goed weet wat ze wil. Een intelligente renster ook, dus soms is het lastig haar te overtuigen. Daar herken ik veel van mezelf in, ik was ook hartstikke eigenwijs. Dat is een mooie eigenschap, maar soms zit het je ook in de weg. Wat zij het liefst doet – en wat wij ook graag van haar zien – is vol erin vliegen. Alleen: dat is niet altijd de slimste manier om te winnen. Soms moet je juist wat conservatiever rijden. Maar dat gaat tegen haar natuur in. Aan de ene kant wil je dat speelse behouden, want plezier is de basis. Maar als je echt wilt winnen, moet je soms met je hoofd koersen.’

Annemiek van Vleuten en Puck Pieterse© Fenix

Annemiek van Vleuten en Puck Pieterse

Elke renster vraagt daarbij iets anders. ‘Dat vind ik juist het mooie: geen enkele atlete is hetzelfde en iedereen heeft verschillende coaching nodig. De één wil veel details, de ander juist niet. Weer een ander heeft vooral zelfvertrouwen nodig. Elk gesprek is anders.’ Precies dat maakt haar nieuwe rol zo interessant. ‘Ik vind het heel leuk om aan te voelen wat iemand nodig heeft. Het zijn geen tien Annemiekjes die daar rondrijden, en dat moet het ook vooral niet worden.’

Demi Vollering kiest haar eigen pad

In haar laatste jaren als prof was Demi Vollering een van de grootste rivalen van Van Vleuten. Inmiddels is ze niet alleen topcoureur, maar ook een merk in opbouw. Van Vleuten volgt dat met interesse. ‘Ze is daar heel bewust mee bezig. Ik vind haar pad interessant. Aan de ene kant denk ik: dat had mij kunnen afleiden van mijn prestaties. Het kost simpelweg veel energie om jezelf zo te profileren. Je kunt een team hebben, maar uiteindelijk moet je zelf interviews doen, fotoshoots én weer een filmpje op je Instagram plaatsen. Je staat de hele dag ‘aan’. Dat zou niet echt bij mij hebben gepast. Als je dan ziet dat het de laatste jaren net niet lukt om de Tour te winnen… Ik zeg niet dat dat daardoor komt, maar ik kan me voorstellen dat het energie kost.’

Tegelijkertijd is ze onder de indruk van hoe Vollering zichzelf positioneert. ‘Het is ook knap hoe ze zichzelf als merk neerzet. In Nederland kijken we daar soms kritisch naar, maar internationaal wordt daar best wel naar opgekeken. Misschien is ze buiten Nederland wel groter dan we denken.’

Coacht ze haar eigen rensters daar ook in? ‘Nee, daar zijn mijn atleten niet extreem mee bezig.’