Bergen bedwingen voor beginners
Alexander Konijn

Voor het eerst met je racefiets de bergen in? Dit is wat je in ieder geval wilt weten!
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Afgelopen week was het zover, de eerste fietstrip van het jaar. Het programma bestond uit klimmen. Zoveel mogelijk cols rond Nice bedwingen. Altijd weer even wennen voor ons Nederlanders, die normaal in een maand net zoveel hoogtemeters maken als hier in één dag.
Dat zette me aan het denken: wat zijn nu eigenlijk de belangrijkste do’s en don'ts als je gaat fietsen in de bergen? Daarom een lijst met 10 klim- en daaltips voor de beginnende klimmer, zodat je niet alleen boven komt, maar ook weer beneden én er hopelijk een beetje van geniet.
Klimmen
- Versnellen kan altijd nog - Rijd je eigen tempo. Een klim duurt bijna altijd langer dan je denkt, zeker als je nog niet vaak geklommen hebt. Begin rustig en bewaar je versnelling voor het einde. Veel leuker om boven nog wat over te hebben dan halverwege geparkeerd te staan.
- Houd je cadans hoog - Een hogere trapfrequentie helpt om je spieren minder snel te laten verzuren. Schakel lichter dan je instinct zegt en doe dat op tijd. Wacht niet tot je bijna stilvalt, want dan kost het veel kracht om je draai weer te vinden.
- Ga af en toe staan - Lange klimmen vragen om een andere fietshouding dan we gewend zijn. Dit kan zorgen voor verzuring in je onderrug, hamstrings en schouders. Door af en toe van houding te veranderen ontlast je deze spieren en verdeel je de belasting beter (én er voelt niks beter dan gaan staan en een blad of twee bij kunnen schakelen).
- Eet en drink vóór je het nodig hebt - Tijdens het afzien wil je je handen niet te vaak van het stuur hoeven halen of denk je überhaupt niet aan eten of drinken. Als je vooraf genoeg gesnackt hebt en zorgt dat je regelmatig kleine slokjes neemt, kom je met een bidon sportvoeding of een gelletje vaak prima boven.
- Je fietscomputer kent waterpunten - De charme van klimmen is dat je op afgelegen plekken komt, ver weg van dorpen en terrassen. Super, tot je bidons leeg zijn. Gelukkig markeren veel fietscomputers ook in de bergen waterpunten. Een handige functie, weet ik uit ervaring…
- Neem een achterlampje mee - Je rijdt vaak op autowegen en soms door tunnels. Een achterlampje zorgt ervoor dat je altijd zichtbaar bent en dat automobilisten je niet pas op het laatste moment ontdekken (zelfs als je liever niet gezien wil worden terwijl je hijgend en puffend omhoog kruipt).
© Eva TerpstraDalen
- Neem een jasje mee - Hoe warm het ook is en hoe hard je ook moet werken om boven te komen, de afdaling is vaak ijskoud door rijwind en hoogteverschil. Een extra laagje en dunne handschoentjes maken het verschil tussen genieten en klappertandend naar beneden.
- Handen in de beugels tijdens de afdaling - Met je handen in de beugels heb je meer controle en meer remkracht. Het voelt misschien even spannend, maar je fiets wordt er stabieler van en je ziet eruit als een prof! Begin op rechte stukken en bouw het rustig op richting bochten.
- Een beetje bochtentechniek - Kijk ver door de bocht, houd je binnenste pedaal boven, snijd de bocht hoog aan en rem voor de bocht. En unlike de Tour de France rijden hier gewoon auto’s, dus blijf netjes op je eigen weghelft.
- Bonustip: Kijk om je heen - Fietsen in de bergen is fantastisch! Nieuwe omgeving, spectaculaire uitzichten én afzien. Kijk om je heen en neem het in je op. Heb je het zwaar? Dan is dit de beste afleiding die je kunt krijgen.
Maar natuurlijk ontdek je pas wat voor jou werkt door het gewoon te doen. Dus trek eropuit, probeer het en ervaar zelf hoe leuk fietsen in de bergen kan zijn.
.jpeg?width=1800)
.jpeg?width=1800)
.jpeg?width=1800)













