Betalen voor een event is heel normaal, maar niet voor een koers
© Getty Images

Betaald toegang vragen voor een wielerwedstrijd op de weg? Volgens UCI-baas David Lappartient is dat geen realistische toekomst voor de sport.
Terwijl veldritten, mountainbikewedstrijden en baanevenementen al jaren werken met ticketverkoop, blijft de wegkoers een vrije sport: iedereen kan langs het parcours gaan staan zonder af te rekenen. Met als gevolg een overvolle berg tijdens vrijwel alle grote rondes.
Toch klinkt die discussie steeds vaker. De veiligheid is in het gedrang en daarnaast is de wielersport is al jaren op zoek naar een stabieler financieel model. De inkomsten zijn beperkt, en afhankelijkheid van sponsoren maakt ploegbudgetten kwetsbaar. Entreegeld zou een oplossing kunnen zijn, al gelooft lang niet iedereen daarin.
Het Alpe d’Huez-idee
Vorige week gooide Jérôme Pineau, voormalig ploegmanager van B&B Hotels–Vital Concept, een knuppel in het hoenderhok. In een podcast stelde hij voor om tijdens de Tour de France de laatste vijf kilometer van Alpe d’Huez af te zetten en alleen toegankelijk te maken met ticket. Inclusief VIP-arrangementen en hospitalityzones.
“Laat ons iets creëren om geld te verdienen,” zei Pineau.
Maar zijn voorstel werd meteen kritisch ontvangen. Marc Madiot, teammanager van Groupama–FDJ, zat in dezelfde opname en noemde het idee onhaalbaar.
“Weerstand gegarandeerd”
Ook Lappartient (baas van de UCI) ziet er niets in. In een interview met de Franse krant Ouest France, geciteerd door WielerFlits, zegt hij dat entreegeld voor Tour-etappes alleen maar tot problemen zou leiden.
Volgens hem is wielrennen op de weg juist een sport van toegankelijkheid, een traditie die diep verankerd zit in de cultuur.
Financiële ongelijkheid tussen ploegen
In hetzelfde interview erkent Lappartient wel dat het huidige Europese zakelijke klimaat niet helpt. Vooral Franse teams hebben het financieel zwaar door nationale wetgeving.
In Frankrijk worden wielrenners beschouwd als werknemers met volle rechten: vakantiegeld, pensioenopbouw en sociale zekerheid horen daarbij.
Dat betekent volgens WielerFlits dat Franse teams tot 35% hogere loonkosten per renner hebben dan ploegen in landen waar coureurs als zelfstandigen worden ingehuurd, zoals België of Nederland.
Marc Madiot opperde zelfs dat álle teams zich in de toekomst in Zwitserland zouden moeten vestigen, zodat overal dezelfde regelgeving geldt.
De toekomst: gratis blijven kijken?
Voorlopig lijkt het onwaarschijnlijk dat wielerfans in de toekomst kaartjes moeten kopen voor iconische klimlocaties zoals Alpe d’Huez, de Koppenberg of La Redoute.
Maar dat de financiële structuren in het wielrennen onder druk staan, is duidelijk. De discussie over nieuwe inkomstenmodellen — van VIP-zones tot streamingrechten — zal dus niet verdwijnen.
Eén ding lijkt zeker: de toegankelijkheid van koers is heilig. En zolang Lappartient aan het stuur zit, blijft koers kijken langs de weg gratis.




