Beter leren mountainbiken: Zo rijd je sneller, veiliger en met meer vertrouwen
Unsplash

Veel beginnende mountainbikers denken dat snelheid of conditie het grootste verschil maakt op de trail. In werkelijkheid is techniek vaak de sleutel. Misschien herken je het wel: je remt te hard voor een bocht, blijft uit angst in het zadel zitten of staart naar die ene wortel waar je juist níét overheen wilt rijden. Het resultaat? Minder controle, minder plezier en meer kans op fouten.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Het goede nieuws is dat je met een paar relatief eenvoudige aanpassingen al snel een zelfverzekerdere mountainbiker wordt. Mountainbikecoaches Jenna Foley en Jonny Gabor leggen op Bicycling.com uit welke technieken écht het verschil maken. Van je kijktechniek en lichaamshouding tot remmen, schakelen en het kiezen van de juiste lijn: dit zijn de vaardigheden waarmee je iedere trail met meer controle én plezier rijdt.
Wie daarnaast ook zijn algemene fietstechniek wil verbeteren, vindt op Bicycling.nl meer tips over onder meer bochtentechniek, klimtechniek en cadans.
1. Bouw je techniek stap voor stap op
Een veelgemaakte fout onder beginnende mountainbikers is dat ze zichzelf direct uitdagen op technische routes. Dat lijkt misschien de snelste manier om beter te worden, maar in de praktijk werkt het vaak averechts. Jonny Gabor adviseert daarom om gebruik te maken van de Rate of Perceived Exertion (RPE): een schaal van 1 tot 10 waarop je aangeeft hoe zwaar een rit aanvoelde. Een ontspannen route over brede bospaden zal voor de meeste rijders rond een 2 of 3 uitkomen, terwijl een steile, technische trail gemakkelijk richting een 8 of hoger gaat. Door na iedere rit kort te noteren welke route je hebt gereden, welke obstakels je lastig vond en hoe zwaar de rit voelde, zie je jouw technische ontwikkeling veel sneller dan wanneer je alleen naar snelheid of afstand kijkt.
2. Ontspan op de fiets en durf uit het zadel te komen
Wie gespannen op de mountainbike zit, maakt het zichzelf onnodig moeilijk. Een stevige greep om het stuur, opgetrokken schouders en een stijve houding zorgen ervoor dat de fiets minder vrij kan bewegen over wortels, stenen en kuilen. Probeer daarom juist ontspannen op de fiets te zitten. Laat je armen en benen functioneren als extra vering en vertrouw erop dat de fiets veel meer aankan dan je misschien denkt. Ook is het belangrijk om regelmatig uit het zadel te komen. Veel beginners blijven uit onzekerheid zitten wanneer het terrein ruwer wordt, terwijl juist staan zorgt voor meer bewegingsvrijheid en controle. Tijdens een klim mag je lichaamsgewicht iets verder naar voren komen om grip op het voorwiel te houden. Daal je af, dan verplaats je juist je heupen iets naar achteren zodat het zwaartepunt stabiel blijft. Heb je een dropper post? Gebruik die dan actief. Laat het zadel zakken voordat het terrein technisch wordt, zodat je meer bewegingsruimte krijgt wanneer je staat.
© Trevor RaabLeun voorover tijdens een klim en leun achterover tijdens een afdaling
3. Kijk verder vooruit dan het obstakel voor je
Een van de meest onderschatte vaardigheden in het mountainbiken is waar je naar kijkt. Beginners richten hun blik vaak op de steen of boomwortel direct voor hun voorwiel. Daardoor reageren ze laat en worden stuurbewegingen onrustig. Ervaren mountainbikers kijken juist enkele seconden vooruit en kiezen al ruim van tevoren de lijn die ze willen rijden. Dat geeft je hersenen tijd om automatisch kleine stuurcorrecties te maken. Bovendien voorkom je dat je precies terechtkomt waar je eigenlijk niet wilt rijden. Op de trail geldt vaak: je fiets gaat vanzelf naar waar jij kijkt.
4. Rem slim en voorkom dat je snelheid verliest
Remmen lijkt eenvoudig, maar op de mountainbike is het een techniek op zichzelf. Veel controleverlies ontstaat doordat rijders te laat of te hard remmen. Idealiter rem je vóór de bocht af. Zodra je instuurt, laat je de remmen grotendeels los zodat de banden maximale grip houden. Vooral hard remmen met de voorrem terwijl je al in de bocht hangt vergroot de kans op wegglijden aanzienlijk. De achterrem gebruik je het meest om snelheid te controleren. De voorrem levert weliswaar de meeste remkracht, maar vraagt om een beheerste dosering en gebruik je vooral wanneer de fiets rechtuit rijdt. Door vloeiend te remmen behoud je meer snelheid, meer controle en rijd je uiteindelijk juist veiliger.
Basisprincipes van bochtentechniek
- Rem vóór de bocht af.
- Kijk door de bocht heen naar de uitgang.
- Vermijd hard remmen met de voorrem terwijl je de bocht neemt.
- Houd je snelheid en momentum vast in het midden van de bocht (de apex).
- Focus op een snelle en gecontroleerde uitkomst van de bocht.
5. Zorg dat je mountainbike goed is afgesteld
Zelfs de beste techniek helpt weinig wanneer je fiets niet goed is ingesteld. Controleer voor iedere rit de bandenspanning en kijk of de vering goed staat afgesteld. Te zachte banden rollen minder efficiënt over stenen en wortels, terwijl een verkeerde vering de controle juist kan verminderen. Daarnaast is de juiste versnelling belangrijk. Kies een verzet waarbij je met een comfortabele cadans blijft trappen zonder dat het licht aanvoelt. Zeker op technische beklimmingen helpt een constante trapfrequentie om gemakkelijker over obstakels heen te rollen. Op de mountainbike is een beetje snelheid vaak juist je grootste bondgenoot.
6. Oefenen is belangrijker dan talent
Techniek ontwikkel je niet door video's te kijken, maar door uren op de trail door te brengen. Dat betekent niet dat je iedere afdaling meteen moet rijden. Integendeel. Twijfel je over een passage? Stap gerust af, bekijk de situatie en kies vervolgens bewust je lijn. Zelfs ervaren mountainbikers doen dat regelmatig. Door nieuwe routes te rijden leer je steeds beter het terrein lezen. Je ontwikkelt gevoel voor grip, snelheid en lijnkeuze. Dat maakt iedere volgende trail nét iets makkelijker en vergroot uiteindelijk je zelfvertrouwen op de fiets.
Vergeet je core niet
Sterke benen zijn belangrijk, maar een stabiele romp maakt uiteindelijk het grootste verschil op technische trails. Volgens Jonny Gabor begint goede mountainbiketechniek bij een sterke core. Je romp zorgt ervoor dat armen en benen efficiënter kunnen werken en dat je rustiger op de fiets blijft wanneer het terrein onvoorspelbaar wordt. Ook schouderkracht speelt een belangrijke rol, omdat je voortdurend druk uitoefent op het stuur tijdens klimmen, dalen en het opvangen van obstakels. Een eenvoudige combinatie van planks, side planks, push-ups en wall sits vormt daarom een uitstekende basis voor iedere mountainbiker die met meer controle wil rijden.
Conclusie
Beter leren mountainbiken draait veel minder om lef dan veel mensen denken. Wie leert ontspannen op de fiets te zitten, verder vooruit kijkt, slim remt en bewust zijn lijn kiest, merkt vaak al binnen enkele ritten een groot verschil. Voeg daar een goed afgestelde fiets, regelmatige oefening en een sterke core aan toe en je zult merken dat technische trails niet alleen makkelijker worden, maar vooral ook veel leuker.
Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com door Donna Raskin en is een bewerking voor Bicycling.nl












