Cannondale verrast met nieuwe SuperSix Evo: Prijs daalt, prestaties verbeteren
Gijs Ferkranus

De racefietsmarkt leek de afgelopen jaren maar één richting te kennen: omhoog. Snellere fietsen betekenden vrijwel automatisch hogere prijskaartjes. Juist daarom is het zo opvallend dat Cannondale met de nieuwste generatie van zijn allround-topmodel - de SuperSix EVO - niet duurder, maar juist goedkoper wordt. Vandaag presenteert het Amerikaanse merk de volledig nieuwe line-up van deze succesvolle topfiets.
In een segment waar prijsstijgingen bijna vanzelfsprekend waren, voelt dat als een verfrissende tegenbeweging. Waar veel merken hun nieuwste modellen positioneren als nóg exclusiever en nóg kostbaarder, kiest Cannondale ervoor om prestaties verder aan te scherpen én de instap financieel toegankelijker te maken. Dat maakt deze introductie minstens zo interessant voor de portemonnee als voor de wattagewinst.
Twee stromingen in de moderne racefiets
Binnen het high-end racefietssegment zijn grofweg twee ontwerpfilosofieën ontstaan. Sommige fabrikanten houden vast aan een duidelijke scheiding tussen een pure aeroracer en een ultralichte klimfiets. Andere merken combineren die eigenschappen juist in één veelzijdige wedstrijdfiets. Merken als Specialized en Trek bewegen zich al jaren tussen die twee werelden. Cannondale behoort echter tot de pioniers van de echte alleskunner: de SuperSix EVO is al jaren een fiets die zowel in het hooggebergte als op snelle parcoursen moet excelleren.
Met de vijfde generatie bouwt het merk nadrukkelijk voort op dat bewezen concept. Het nieuwe model is geen revolutie, maar vooral een verfijning op detailniveau. Want waarom zou je een fiets die al bewezen succesvol is geweest drastisch gaan veranderen?
© Gijs FerkranusEvolutie in plaats van revolutie
De vorige - vierde - generatie had al laten zien dat een lichte fiets niet extreem aero hoeft te ogen om toch razendsnel te zijn. Door gewicht, stijfheid, aerodynamica en stuurgedrag zorgvuldig te balanceren, ontstond een platform dat op vrijwel elk terrein uit de voeten kon. Die veelzijdigheid werd onderstreept met overwinningen in totaal verschillende wedstrijden, van heuvelklassiekers en kasseienkoersen zoals Paris-Roubaix, tot de wereldtitel van Magdeleine Vallieres in bergachtig Rwanda. Het signaal was duidelijk: aan de basis hoefde weinig te veranderen. Voor de nieuwe generatie lag de focus daarom vooral op het optimaliseren van een aantal kenmerken:
- minder gewicht
- efficiëntere aerodynamica
- behoud van het kenmerkende stuurgedrag
Het resultaat is het lichtste frame dat Cannondale tot nu toe bouwde. In de Series 0-uitvoering (te vinden op de LAB71-modellen) weegt het frame slechts 728 gram, met een voorvork van 410 gram. Ook de Hi-MOD- en standaard carbonvarianten verloren gewicht. De besparing van circa 50 gram lijkt klein, maar is in wedstrijdcontext aanzienlijk.
Lichter dan de UCI-limiet
De gewichtsreductie vertaalt zich naar extreem lichte complete fietsen. Topmodellen kunnen exact rond de UCI-ondergrens van 6,8 kg worden opgebouwd, terwijl de lichtste uitvoering zelfs onder de 6,3 kg duikt.
De ontwikkeling gebeurde in nauwe samenwerking met EF Pro Cycling, een ploeg die bekendstaat om haar analytische benadering en brede inzetbaarheid van materiaal. Wedstrijddata, feedback en testkilometers vormden een belangrijke basis voor de doorontwikkeling van de SuperSix EVO.
© CannondaleDe vorige - vierde - generatie SuperSix Evo
© CannondaleDe nieuwe vijfde generatie SuperSix Evo is op het oog niet veel anders
Subtiel sneller door slimmere vormen
De winst zit niet alleen in het gewicht. De balhoofdbuis is dieper geprofileerd, waardoor de luchtstroom rustiger langs het frame loopt. Het zijn minieme verschillen op papier en voor de amateur wellicht niet zo belangrijk, maar wel het soort verbeteringen waar profs en ingenieurs naar zoeken.
Wat vooral opvalt is dat de fiets qua geometrie iets agressiever is geworden: de stack is circa 10 mm lager geworden, terwijl de reach licht is toegenomen. Ook zien we dat de bovenbuis iets schuiner afloopt. De zithouding dwingt je zo automatisch meer naar voren en lager op de fiets – duidelijk meer koersgericht, zonder dat de balans verloren gaat.
© Gijs FerkranusDie balans wordt behouden dankzij Cannondales zogeheten Proportional Response-filosofie. Elke framemaat krijgt een eigen carbonopbouw en afstemming van stijfheid en flexibiliteit. Een kleinere maat rijdt daardoor niet nerveus, en een grote maat voelt niet log aan. Iets wat bij veel merken nog steeds een uitdaging is.
Meer bandruimte, maar geen comfortfiets
De officiële ruimte voor de banden groeit naar 32 mm (in de praktijk merkte ik dat 35 mm ook past). Daarmee sluit de fiets aan bij de moderne trend om met bredere banden en een lagere bandendruk te rijden. Het resultaat is inmiddels wel bekend: meer comfort, betere grip en vaak zelfs lagere rolweerstand op ruw asfalt.
Toch is dit geen endurancefiets, vooral vanwege de geometrie en het stuurgedrag. Wie vooral comfortabel wil rijden, vindt binnen Cannondales eigen gamma eerder zijn juiste fiets in de Synapse. De SuperSix EVO blijft nadrukkelijk een prestatiegerichte machine die een actieve koershouding vraagt.
Nieuwe cockpit, volledig geïntegreerd
Aan de voorkant valt verder vooral de vernieuwde cockpit met volledige kabelintegratie en een compact frontaal oppervlak op. Deze nieuwe SystemBar-sturen zijn lichter en aerodynamisch gevormd, met een klein beetje flare voor meer controle in de beugels.
Opvallend is dat het frame uitsluitend voor elektronisch schakelen is ontworpen. Mechanische groepsets verdwijnen hier definitief uit beeld en dat is een duidelijke keuze voor moderne fietsen. Niet gek overigens, want je kunt je afvragen wie zo'n type fiets nog met een mechanische groepset zou willen. Ook qua wielkeuze verschuift het merk, met combinaties van Reserve-, DT Swiss- en Vision-wielen afhankelijk van het model.
Het opvallendste nieuws: de prijs beweegt eindelijk de andere kant op
Misschien wel het meest verrassende aan deze nieuwe generatie is niet het lagere gewicht of de strakkere aerodynamica, maar het prijsbeleid. Waar veel nieuwe topmodellen de afgelopen tien jaar alleen maar duurder werden, verlaagt Cannondale nu juist de prijzen over de hele linie.
Een LAB71-uitvoering die eerder ruim boven de vijftienduizend euro kostte, staat nu aanzienlijk lager in de prijslijst (al is het prijskaartje van 12.799 nog altijd bizar). Maar ook in het middensegment zien we dalingen van honderden tot soms zelfs duizend euro. Dat maakt deze introductie bijna een trendbreuk in de high-end fietsmarkt en dat is nieuws wat we alleen maar kunnen toejuichen.
© CannondaleHet LAB71 topmodel wordt duizenden euro's goedkoper.
Modellen en prijzen
- SuperSix EVO LAB71 - Series-0 frame, Dura-Ace Di2, powermeter, Reserve 57|64 wielen - €11.999
- SuperSix EVO LAB71 SL - Series-0 frame, SRAM Red AXS, powermeter, DT Swiss ARC 1100 - €12.799
- SuperSix EVO 1 - Hi-MOD frame, SRAM Force AXS, powermeter, Reserve 57|64 - €8.499
- SuperSix EVO 1 SL - Hi-MOD frame, Ultegra Di2, powermeter, Reserve 34|37- €7.999
- SuperSix EVO 2 - Ultegra Di2, DT Swiss ERC 45- €6.299
- SuperSix EVO 3 - SRAM Force AXS, DT Swiss ERC 45 - €6.499
- SuperSix EVO 4 - SRAM Rival AXS, DT Swiss ERC 45 - €4.999
- SuperSix EVO 5 - Shimano 105 Di2, Vision SC45 - €4.499
- SuperSix EVO LAB71 Frameset - €5.999
- SuperSix EVO Hi-MOD Frameset - €4.499
Conclusie
De nieuwste generatie van de Cannondale SuperSix EVO laat zien dat doorontwikkeling van een model niet altijd spectaculair zichtbaar hoeft te zijn om vernieuwend te zijn. Het concept bleef overeind, maar werd op alle punten aangescherpt: lichter, efficiënter en iets agressiever.
Dat alles gecombineerd met een onverwachte prijsdaling maakt deze update opvallender dan je op het eerste gezicht zou denken. In een markt waar innovatie vaak gelijkstaat aan hogere kosten, bewijst Cannondale dat het ook anders kan.









