Lekker Alleen: Coen Rijpma

Coen Rijpma: "Die uren op de fiets waren een soort rustmoment"

Praat mee!
Digital Editor

Clemens Rikken

Clemens Rikken

Kromgebogen over het stuur of niet, de eenzame fietser heeft onze aandacht. Coen Rijpma (34) reed in 2025, een dag voor het profpeloton, de Tour de France. In zijn eentje. "Ik had drie weken lang maar één taak: gewoon fietsen."

>>> Dit interview met Coen Rijpma maakt deel uit van de Bicycling Tour de France Special 2026.

Van trainen kwam het de afgelopen winter nauwelijks. In huize Rijpma-De Jong draaide alles om één doel: de olympische droom van Antoinette. Coen bakte pannenkoeken en hield zich gedeisd. In maart, na de Winterspelen, was het tijd om de rollen om te draaien. De fiets kwam eindelijk weer uit de schuur.

In het voorjaar werd er weer serieus getraind. In Spanje, maar ook tijdens een rondreis langs de westkust van de Verenigde Staten. Klimmen, gravelen, uren maken. Net op tijd was Coen klaar voor een nieuwe uitdaging: zes monumenten in één week. Milaan-San Remo, Ronde van Lombardije, Strade Bianche, Parijs-Roubaix, Ronde van Vlaanderen én Luik-Bastenaken-Luik. Net als bij eerdere projecten reed hij voor een goed doel: de Antoinette Foundation. De stichting van zijn vrouw vraagt aandacht voor pesten en zet zich in voor een veilige omgeving voor kinderen.

De Tour, maar dan alleen

Het idee om ooit de Tour de France te rijden zat al langer in zijn hoofd. ‘Dat is toch het grootste dat er is voor een wielrenner.’ Als talentvolle amateur kwam hij dicht in de buurt, maar de stap naar de profs bleef uit. Een zware val in 2017 – hij liep twee klaplongen en liefst 21 gebroken ribben op – maakte definitief een einde aan die droom. Toch bleef het kriebelen. ‘Ik sportte steeds minder, maar voelde dat ik een fysieke uitdaging miste. Ik wilde iets doen waar ik echt trots op kon zijn.’ Toen een goede jeugdvriend overleed, die als jonge jongen ook van de Tour droomde, werd het besluit concreet. ‘Ik dacht: als ik het ooit wil doen, dan moet het nu.’

In 2025 was het zover. Coen reed de volledige Tour de France-route, een dag voor het peloton uit. Hij startte in Lille en reed via onder meer Bretagne, Normandië en de Pyreneeën naar de Alpen, om uiteindelijk te finishen in Parijs.

De voorbereiding was serieus. Via Danny van Poppel kreeg hij de GPX van de route. Vrienden van Defensie hielpen als begeleiding, een fysio van AZ sloot aan en er gingen een camper en volgwagen mee. Hotels werden geboekt, trainingen geïntensiveerd, materiaal tot in detail voorbereid. Ook dacht Coen na over de manier waarop hij volgers dagelijks, via een vlog, op de hoogte kon houden van zijn vorderingen en zo de stichting van zijn vrouw onder de aandacht kon brengen.

Na een trainingsstage met Antoinette in Calpe, onderhield Coen in het vlakke Friesland zijn conditie. Angst voor de tocht had hij niet: ‘Ik hoefde natuurlijk niet gek te doen, ik wilde vooral de etappes uitrijden. Ik had uitgerekend welke gemiddelden ik dagelijks ongeveer moest rijden, en wist dat ik het – als ik maar goed bleef eten en drinken – wel zou halen. In de praktijk bleek dat ik gaandeweg de Tour ook steeds beter werd. Ik viel bovendien wat af, waardoor mijn wattage per kilogram omhoog ging.’

Rust in het hoofd

Rijpma reed het grootste deel van de Tour alleen. ‘Ik fietste vroeger ook al veel alleen, ook in mijn amateurtijd. Door werk en andere verplichtingen trainde ik vaak ’s avonds, met een lampje op de fiets.’ Juist daarom wilde hij deze tocht solo doen. Af en toe kreeg hij gezelschap. Vrienden reden een stuk mee, net als Antoinette, die zowel aan het begin als richting het einde aansloot. ‘Die steun was fijn, zeker bij slecht weer. Maar de meeste etappes reed ik alleen. En dat vond ik ook heerlijk. Het klinkt misschien gek, maar die uren op de fiets waren een soort rustmoment. Vooraf dacht ik dat het mentaal heel erg lastig zou gaan worden. Maar het tegendeel was waar.’

Waar het dagelijks leven vaak vol zit met prikkels en verantwoordelijkheden, was het tijdens de Tour juist simpel. ‘Thuis heb je zo veel aan je hoofd. Je bent bezig met werk, financiën, van alles. Nu had ik maar één taak: van A naar B fietsen.’

Weer even prof

Achteraf kijkt hij vooral terug op drie weken genieten. ‘Normaal rijd je vaak dezelfde rondjes, in je eigen omgeving. Nu zag ik elke dag een nieuwe streek. Dat was echt geweldig.’ Even voelde het bijna alsof hij alsnog prof was. ‘Ik hoefde maar op één ding te focussen en de rest werd geregeld.’ Maar het mooiste zat misschien wel in de eenvoud. Drie weken lang. Eén taak. Eén richting. Gewoon fietsen.

7 klassiekers in 1 week

De Tour die Rijpma vorig jaar heeft afgewerkt, smaakte hem naar meer. Kan het nog gekker? Of uitdagender? Waar ligt de grens eigenlijk. Eind juni rijdt hij samen met Robert de Jong van Specialized 7 wielerklassiekers in 1 week. Dat gaan we volgen!

Video