Sterke pezen beginnen bij belasting

Collageen, het witte poeder dat jouw blessures moet voorkomen

Praat mee!

AI

AI

Welke vitamines en mineralen helpen het best met fietsen? Het antwoord begint niet bij een wonderpoeder, maar bij een breed voedingspatroon. Toch krijgt één supplement de laatste jaren opvallend veel aandacht: collageen. Het witte poeder zou pezen, gewrichten en botten sterker kunnen maken en daarmee blessures helpen voorkomen. Maar wat zegt de wetenschap daar werkelijk over?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

Wat is collageen?

Collageen is een eiwit dat voorkomt in onder meer huid, botten, kraakbeen, pezen en banden. Het vormt als het ware het stevige raamwerk waaraan deze weefsels hun structuur en belastbaarheid ontlenen. Voor wielrenners is dat interessant, want fietsen belast het lichaam langdurig en repetitief, terwijl de sport relatief weinig schokken op de botten veroorzaakt.

Toch is collageen geen magische bescherming tegen elke blessure. De eerste voorwaarden blijven voldoende eten, verstandig trainen, goed herstellen en variatie in de trainingsbelasting. Supplementen kunnen hooguit een aanvulling zijn.

Waarom wielrenners op hun botten moeten letten

Fietsen is een zogenoemde niet-gewichtdragende sport. Tijdens het trappen dragen de fiets en het zadel een groot deel van het lichaamsgewicht. Daardoor krijgen de botten minder mechanische prikkels dan bijvoorbeeld bij hardlopen, springen of krachttraining.

Dat is vooral relevant voor fanatieke wielrenners die veel uren maken, weinig andere sporten doen en tegelijkertijd proberen hun gewicht laag te houden. Een structureel tekort aan energie kan de hormoonhuishouding, het herstel en de botgezondheid verstoren. In de sport wordt dat verband vaak gekoppeld aan RED-S, oftewel relative energy deficiency in sport.

Ook calcium en vitamine D spelen een belangrijke rol. Vitamine D helpt het lichaam calcium uit de voeding op te nemen, terwijl calcium nodig is voor het behoud van sterke botten. Een tekort aan energie, calcium of vitamine D kan het risico op botproblemen en stressfracturen vergroten. Dat maakt een supplement als collageen interessant, maar niet belangrijker dan de basis.

Collageen als bouwsteen

Collageen bestaat uit aminozuren, waaronder glycine, proline en hydroxyproline. Het lichaam gebruikt deze bouwstenen bij de aanmaak en het onderhoud van bindweefsel.Pezen en banden bestaan grotendeels uit collageen. Ook in botweefsel speelt het eiwit een belangrijke rol: collageen vormt daar een soort flexibel netwerk waarin mineralen, zoals calcium, kunnen worden ingebouwd. Botten zijn daardoor niet alleen hard, maar ook enigszins veerkrachtig.

Vitamine C is eveneens betrokken bij de collageenaanmaak. Daarom wordt collageen in sportonderzoek regelmatig gecombineerd met vitamine C en een mechanische prikkel, zoals springen of krachttraining.Dat laatste is belangrijk. Een lichaam bouwt weefsel niet alleen op omdat er extra aminozuren beschikbaar zijn. Het heeft ook een reden nodig om zich aan te passen. Training levert die prikkel.

Wat zegt het wieleronderzoek?

Een Nederlands onderzoek van de HAN University of Applied Sciences keek specifiek naar elitewielrenners. In een onderzoek onder 36 elitewielrenners bleef de botdichtheid bij de heup beter op peil bij renners die vijf keer per week vijf minuten sprongen en vooraf 15 gram collageen innamen. In de groep die niets extra’s deed, nam de botdichtheid bij de femurhals juist iets af.

Dat klinkt positief, maar de studie bewijst niet dat collageen op zichzelf blessures voorkomt. De deelnemers combineerden het supplement namelijk altijd met sprongoefeningen. Bovendien werd alleen bij de femurhals een duidelijk verschil gevonden; bij de totale heup, de onderrug en het hele lichaam was dat niet het geval.

Voor amateurrenners is vooral deze conclusie relevant: alleen fietsen prikkelt de botten waarschijnlijk onvoldoende. Een paar korte, geleidelijk opgebouwde sprong- of krachttrainingen per week kunnen daarom een nuttige aanvulling zijn. Collageen kan daarbij mogelijk helpen, maar voldoende eten, calcium en vitamine D binnenkrijgen en gevarieerd trainen blijven belangrijker.

Springen is minstens zo belangrijk

De interventie bestond uit collageen én sprongen. Daardoor is niet vast te stellen welk onderdeel verantwoordelijk was voor het gevonden effect. Dat is geen detail. Mechanische belasting is waarschijnlijk de belangrijkste prikkel voor botaanpassing. De sprongen geven het skelet korte, relatief krachtige impulsen. Het collageen levert mogelijk bouwstoffen die het lichaam voor bindweefsel en botstructuur kan gebruiken.

Een eerdere publicatie over collageen en sport beschreef een vergelijkbare gedachte: een portie gelatine of collageen, gecombineerd met vitamine C en een korte gewichtdragende oefening, kan de collageensynthese stimuleren. In de praktijk wordt daarbij vaak ongeveer 15 gram gelatine of collageen en circa 50 milligram vitamine C gebruikt, ongeveer een uur voor de training.

Begin daar niet zomaar mee als je nauwelijks springervaring hebt. Een wielrenner kan een uitstekende conditie hebben, maar toch onvoldoende gewend zijn aan de impact van herhaald springen. Start met kleine hupjes of enkele rustige sprongen en bouw de belasting geleidelijk op.

Minder blessures door collageen?

De titel van dit artikel belooft misschien meer dan de wetenschap kan waarmaken. Collageen kan niet voorkomen dat je valt, te snel opbouwt of een verkeerde houding op de fiets hebt. Ook beschermt het niet automatisch tegen een knieblessure, rugklachten of een gebroken sleutelbeen.

Het bewijs voor collageen bij blessures is bovendien verdeeld over verschillende soorten onderzoek. Sommige studies kijken naar markers van collageensynthese, andere naar pijnklachten, huidgezondheid of botdichtheid. Dat zijn niet hetzelfde als minder blessures bij wielrenners.

In het recente UCI Sports Nutrition Project wordt geconcludeerd dat collageensupplementen in preklinische modellen en enkele klinische onderzoeken mogelijk bijdragen aan bindweefselherstel en huidmarkers. Meta-analyses geven daarnaast enige steun voor een effect van 1 tot 12 gram collageenpeptiden per dag gedurende minstens vier weken op huidelasticiteit en huidhydratatie. Voor wondgenezing bij gezonde mensen, en specifiek bij wielrenners, is het bewijs echter nog beperkt.

Dit betekent: collageen is interessant, maar de stap van “het beïnvloedt een marker” naar “het voorkomt mijn blessure” is te groot.

Wat weten we over pezen?

Voor pezen is de combinatie van voedingsstoffen en belasting waarschijnlijk relevanter dan suppletie alleen. Een pees wordt sterker door een geleidelijke trainingsprikkel, niet door een zak poeder die ongebruikt in de keukenkast staat.

Glycine en hydroxyproline komen veel voor in collageen. Daarom wordt verondersteld dat gelatine of gehydrolyseerde collageenpeptiden de beschikbaarheid van bouwstoffen kunnen verhogen. Vitamine C ondersteunt ondertussen processen die nodig zijn voor de aanmaak van collageen.

Sommige onderzoeken naar peesklachten laten zien dat collageen of gelatine in combinatie met een gericht oefenprogramma mogelijk kan bijdragen aan minder pijn en een betere functie. Dat betekent vooral dat voeding en training samen moeten worden bekeken. Bij een achillespeesprobleem is een aangepast krachtprogramma bijvoorbeeld waarschijnlijk belangrijker dan het supplement zelf.

De UCI-review benadrukt daarom dat aanvullend onderzoek nodig is naar collageenpeptiden bij sporters met echte huid-, pees- of andere bindweefselblessures. De huidige gegevens zijn niet sterk genoeg om collageen als bewezen blessurepreventie voor wielrenners aan te bevelen.

De huid: een realistischer doel?

Bij wielrenners zijn schaafwonden en andere huidblessures veelvoorkomend. Een valpartij veroorzaakt meestal meer schade aan de huid dan aan pezen of banden. De UCI-review noemt huidblessures, zoals schaafwonden, snijwonden en kneuzingen, als een van de belangrijkste blessurecategorieën in het wielrennen.

Maar ook hier geldt dat een mooiere of beter gehydrateerde huid niet automatisch sneller herstelt na een zware schuiver op het asfalt. De auteurs van het UCI-onderzoek zijn voorzichtig: collageenpeptiden kunnen interessant zijn, maar direct bewijs voor een betere wondgenezing bij gezonde sporters ontbreekt grotendeels.

Bij herstel na een huidblessure zijn voldoende energie, eiwitten en micronutriënten waarschijnlijk fundamenteler. De UCI-review noemt onder meer vitamine A, vitamine C, vitamine E, zink, selenium en koper als voedingsstoffen die betrokken zijn bij wondgenezing. Voor wielrenners is echter niet bewezen dat hoge doses van deze stoffen het herstel automatisch versnellen.

Voeding eerst, supplement daarna

Wie blessures wil voorkomen, kan beter beginnen met de basis.

  • Eet voldoende energie om je trainingsbelasting en herstel te ondersteunen.
  • Zorg voor voldoende eiwitten, verdeeld over de dag.
  • Neem calciumrijke producten op in je voedingspatroon.
  • Laat bij twijfel je vitamine-D-status controleren, zeker in de winter.
  • Combineer fietsen met krachttraining of een andere gewichtdragende activiteit.
  • Bouw loop-, spring- en krachttraining rustig op.
  • Plan rust en slaap net zo serieus als je trainingen.
  • Gebruik collageen alleen als aanvulling, niet als vervanging van een volwaardige maaltijd.

De UCI-review noemt voor herstel en huidgezondheid een eiwitinname van minimaal 1,5 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag als mogelijke richtwaarde, afhankelijk van de situatie en de ernst van de blessure. Dat is geen universeel voorschrift, maar het onderstreept wel dat een sporter die te weinig eet niet geholpen is met alleen collageenpoeder.

Collageen is bovendien geen volwaardig eiwitsupplement voor spieropbouw. Het bevat niet alle essentiële aminozuren in optimale verhoudingen en is daarom geen vervanger voor bijvoorbeeld zuivel, eieren, vis, vlees, soja of andere complete eiwitbronnen.

Is collageen het proberen waard?

Voor een gezonde wielrenner die voldoende eet en een eenvoudige aanvulling zoekt, kan collageen een redelijk laagdrempelige optie zijn. De potentiële voordelen zijn vooral interessant voor bindweefsel, botgezondheid en huid, maar de zekerheid van het bewijs verschilt per uitkomst.

Wie collageen wil combineren met training, kan dat bijvoorbeeld doen voor een korte sessie krachttraining of gecontroleerde sprongoefeningen. Doe dat alleen wanneer de oefening past bij je niveau en belastbaarheid. Bij bestaande pijn aan een pees, gewricht of bot is begeleiding door een sportarts, fysiotherapeut of sportdiëtist verstandiger dan zelf experimenteren.

De conclusie

Collageen is geen beschermend schild tegen blessures. Wel zijn er aanwijzingen dat collageenpeptiden, zeker in combinatie met een mechanische prikkel, mogelijk iets kunnen betekenen voor bindweefsel en botgezondheid. Het is in ieder geval bewezen dat er geen negatieve effecten zitten aan de inname van collageen, dus inname is risicoloos en zal geen kwaad doen.

Voor de meeste fietsers blijft de volgorde daarom simpel: eet genoeg, train gevarieerd, doe kracht- of impacttraining, herstel goed en corrigeer eventuele tekorten. Pas daarna komt het witte poeder. Het kan een bruikbare aanvulling zijn, maar geen vervanging voor de fundamenten van gezonde sportvoeding.