Daan Dijkman: "Ik ben het type dat eerst de kat uit de boom kijkt"
George Poole

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 8: Daan Dijkman.
Wanneer ben je precies begonnen met wielrennen?
“Toen ik elf jaar oud was. Mijn ouders fietsten voor de lol en waren goed bevriend met de familie Del Grosso. We gingen regelmatig bij koersen kijken waar Tibor en Bodi aan meededen. Dat zag er tof uit. Mede door hun wilde ik ook graag gaan wielrennen. Daarvoor voetbalde ik, maar ik kreeg door dat als je teamgenoten niet wilden dat het jou ook als individu niet ging lukken. Daar kon ik slecht tegen, omdat ik het wél wilde. Daarom zocht ik een sport waar ik zelf meer de controle had.”
Is de band met de familie Del Grosso er nog steeds?
“Zeker. Vooral met Bodi. Hij heeft met de gehele juniorentijd begeleid en getraind. Ik fiets ook nog regelmatig als ik thuis ben. Er komt veel talent uit de regio Groningen en Drenthe, want naast Tibor komen ook David Haverdings en Gijs Schoonvelde uit de buurt.”
Je bent een klimmer en daarmee niet meteen geschikt voor de vlakke wegen in Noord-Nederland. Wanneer kreeg je door dat je talent hebt?
“Als eerstejaars junior ging ik trainen met Bodi. Dat ging meteen goed. Ik kon Michiel Mouris vroeg in het jaar volgen in Berg & Terblijt, terwijl hij me bij de nieuwelingen nog een rondje lapte. Een paar weken later reed ik Luik voor junioren en werd ik ineens tweede. Toen wist ik toch dat ik kon fietsen.”
Juist een klimtalent als jij zou verloren kunnen gaan in Nederland. Hoe heb je de motivatie behouden als je weer een rondje werd gelapt door Michiel?
“Nou, ik vond fietsen gewoon leuk. Maar het klopt dat ik als tweedejaars nieuweling ben gaan twijfelen. We reden al in Limburg, maar het ging niet goed. Ik heb tegen mijn pa gezegd dat ik iets anders wilde proberen als ik niet goed genoeg zou zijn. Hij reageerde dat ik nog jong was en dat je een ontwikkeling niet kunt voorspellen. Dat het juist lukt als je je plezier behoudt. Dat kwam bij de junioren ineens uit. Wat bij de nieuwelingen ook meespeelde: dat korte ligt me minder. Een 5 minuten-test na vijf uur is bij mij minstens even goed als een 5 minuten-test na tien minuten.”
Toch ben je ook explosief...
“Dat komt door ik al die vlakke koers heb gereden in Nederland. Ik moest leren sprinten en accelereren. Veel klimmers denken dat dat niet hoeft, maar ik wilde altijd het beste eruit halen.”
In Luik 2024 bij de junioren eindigde je achter ene Paul Seixas. Hoe ging dat?
“Dat is een grappig verhaal. De maand ervoor had ik een Whoop gekocht. Ik was altijd vrij onzeker en die Whoop gaf een slechte slaapscore aan. Ik werd een beetje pessimistisch, maar ging de koers in om vooral te genieten. Het was mijn eerste grote koers in België. Op de klimmetjes loste ik net, maar kon ik telkens terugkeren. In de laatste afdaling reed ik weg met Seixas en nog iemand. We werden niet meer teruggepakt. Op La Redoute reed Seixas weg, maar kon ik nog tweede worden.”
Je moeder is psychologe. Je zei net dat je soms onzeker bent. Helpt ze jou daarbij?
“Dat is moeilijk te zeggen. Maar ze was vroeger ook judoka op hoog niveau. Ze weet wat topsport inhoudt. Daar heb ik mee aan gehad. Ze leert me mentale trucjes, zoals focussen op hetgeen waar jij controle over hebt. Zo had ik moeite met eten voor de koers omdat ik bang was voor wat er fout kon gaan, maar zij zei dan dat ik vooral bezig moest zijn met hetgeen waar ik controle over kan uitoefen. Dat klinkt makkelijk, maar is het niet.”
Bij de junioren groeide je door tot de wereldtop. Wanneer nam UAE Team Emirates contact met je op?
“Dat was vorig jaar na een wedstrijd die ik won in Spanje. Andere ploegen toonden eerder al interesse. Ik heb best lang getwijfeld, maar het plan van UAE klonk het beste. Met wie ik de gesprekken voerde? Dat was met Matxín.”
Hoe was het eerste trainingskamp met alle grote namen?
“We deden inderdaad best veel samen met de profploeg. Dan zat ik ineens aan tafel met Isaac del Toro of Tadej Pogačar. Ik had het idee dat zij het ook echt leuk vonden om met de renners van de opleidingsploeg te praten, maar het is niet dat ik meteen het hoogste woord had. Ik ben meer het type dat eerst de kat uit de boom kijkt.”
Wat voor type renner denk je te worden?
“Dat is nog lastig om te zeggen. Ik denk dat ik sowieso iemand ben voor wedstrijden als Luik-Bastenaken-Luik. Ik kan klimmen en ben best snel. Maar ik wil ook kijken wat ik kan op kasseien en in grote rondes. Voor de Giro van dit jaar heb ik nooit een grote col gereden. Voor nu denk ik dus dat het kortere werk me iets beter moet liggen, maar ik zou het ook heel tof vinden om door te groeien tot klassementsrenner.”
Je won dit jaar als eerstejaars belofte Luik-Bastenaken-Luik U23 jaar. Kwam die overwinning als een even grote verrassing als die tweede plaats bij de junioren?
“Ja, want twee weken eerder liep ik een breukje in mijn elleboog op. Anderhalve week heb ik op de indoortrainer getraind. Niet langer dat twee uur. Ik wist dat ik goede benen had, maar zo goed had ik zeker niet verwacht.”
Verandert je status meteen als je zo’n grote koers wint?
“Ja, zeker. Er kwamen ploegen die wilden praten en ook met UAE hebben we even gezeten over de toekomst, maar ik heb ook gezegd dat ik me eerste wilde focussen op de Giro d’Italia U23. Of ik ervoor opensta om volgend jaar al prof te worden? Nee, ik wil volgend jaar sowieso nog een jaar bij de beloften koersen.”
Laatste vraag: waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Ik hoop fietsen dan vooral nog even leuk te vinden als ik het nu vind en daarnaast hoop ik uiteraard een vaste waarde te zijn in Monumenten en grote rondes.”












