De 5 meest gênante dingen die je op een racefiets kunt doen

Update: 19 november om 10:59

© Getty Images

De 5 meest gênante dingen die je op een racefiets kunt doen

Van de kettingsmeertattoo tot onderbroek onder je fietsbroek: dit zijn de blunders die iedere wielrenner direct herkent – en waar je liever niet op betrapt wilt worden

Fietsen is geweldig. De vrijheid, de snelheid, het gevoel van grenzeloos genieten op twee wielen. Maar laten we eerlijk zijn: we maken allemaal wel eens een foutje. Sommige dingen zijn echter zó herkenbaar dat medewielrenners direct weten wat er aan de hand is – en het later wellicht aan anderen vertellen.

Dit zijn de vijf meest gênante blunders die je op een racefiets kunt begaan. Herken jij jezelf erin? Geen zorgen, het overkomt de besten.

1. De Cat 5 tattoo: kettingsmeer op je kuit

Die zwarte kettingsmeervlek op je rechterkuit is het visitekaartje van de onoplettende fietser. Iedereen herkent het direct: je hebt je been tegen de ketting gedrukt na een koffiepauze of het plakken van een lekke band, of net na een korte stop bij een stoplicht.

De ervaren renner ziet die vlek en weet meteen wat er gebeurd is. Je merkt het vaak zelf pas als je thuiskomt en denkt: waarom zit er vet op mijn been? En het vervelende is: het gaat er niet zomaar af. Gouden tip: doe je witte sok uit als je hem probeert weg te schrobben.

De oplossing is gelukkig simpel: poets je ketting regelmatig af met een doekje. Het kost tien seconden, maar bespaart je deze herkenbare beginnerfout. En als je met je ketting moet werken: let even op waar je je benen plaatst.

2. Onderbroek onder je wielerbroek: de klassieke beginnersfout

Dit is misschien wel de meest voorkomende fout onder beginnende wielrenners. Onderbroek onder je fietsbroek lijkt logisch – maar het is precies de bedoeling dat je dat níet doet. Het zeem in je fietsbroek is ontworpen om direct op je blote huid te dragen. Onderbroek daaronder zorgt voor schuren, houdt zweet vast en vergroot de kans op zadelpijn aanzienlijk.

"De eerste maand fietste ik gewoon met ondergoed onder mijn fietsbroek," vertelde een wielrenner ons. "Ik had het wel gelezen, maar dacht: ach, zo erg zal het wel niet zijn. Nou, dat was het wel. Nu is mijn eerste advies aan elke beginnende fietser: laat die onderbroek in de kast liggen."

Het is even wennen, maar je comfort op de fiets verbetert enorm. Fietsbroek aan, billen bloot – zo hoort het.

3. Je helm als een petje achterop je hoofd

Een helm die achter op je kruin zit in plaats van je voorhoofd te beschermen, is een veelvoorkomend probleem. De helm heeft een reden dat-ie een bepaalde vorm heeft: je hele schedel te beschermen, omdat dat bij een val essentieel is.

Als je helm te ver achterop zit, beschermt hij niet goed en zie je er bovendien uit alsof je niet precies weet hoe een helm werkt. Ervaren fietsers herkennen het direct en het is een gemiste kans om jezelf goed te beschermen.

Zorg dat je helm horizontaal op je hoofd zit, met de voorkant zo'n twee vingers boven je wenkbrauwen. De zijbandjes moeten een V-vorm maken net onder je oren. Goed afgesteld geeft een helm maximale bescherming én zit hij comfortabel.

4. De piepende, ongesmeerde ketting

Als je ketting piept of kraakt tijdens het fietsen, hoor je dat misschien niet meer zelf – maar de rest van de groep wel. Het is een duidelijk signaal dat je fiets onderhoud nodig heeft, en het geluid kan behoorlijk storend zijn tijdens een groepsrit.

Een piepende ketting is niet alleen vervelend voor anderen, het slijt ook je aandrijving sneller. Het goede nieuws: de oplossing is eenvoudig. Smeer je ketting regelmatig met een druppel olie, maar let op dat je niet te veel gebruikt. Overtollige olie trekt juist vuil aan.

Geluid is eigenlijk de beste indicator: een klein piepje voordat het echt gaat krijsen is het sein dat je ketting aandacht nodig heeft. Veeg na het smeren overtollige olie af met een doekje, en je ketting blijft stil en soepel lopen.

5. De chronisch onvoorbereide fietser

We kennen allemaal wel iemand die structureel zonder reservemateriaal op pad gaat. De eerste keer een binnenband lenen kan gebeuren, maar als het elke week terugkeert, wordt het lastig. Je bent dan afhankelijk van de spullen van anderen, en de groep moet wachten als jij pech hebt.

Wat het vervelend maakt, is dat het zo makkelijk te voorkomen is. Een klein zadeltas met een reserveband, bandenlichtjes en een multitool kost weinig en neemt nauwelijks ruimte in. Maar het scheelt enorm veel tijd en ergernis als je pech hebt.

Ervaren fietsers nemen altijd hun eigen spullen mee – niet alleen voor zichzelf, maar ook omdat ze weten dat je in een groep voor elkaar zorgt. Door zelf voorbereid te zijn, draag je bij aan een soepele rit voor iedereen.

Herken jij jezelf of iemand anders?

Maak je geen zorgen als je jezelf in een of meerdere punten herkent. Iedere wielrenner heeft deze fase doorgemaakt. Het mooie van fietsen is dat je voortdurend leert en jezelf verbetert. Poets die ketting, zorg voor de juiste kleding, stel je helm goed af en neem je eigen materiaal mee. Dan geniet je nóg meer van elke rit – zonder de gênante momenten.

Video