De accessoire die elke wielrenner negeerde (maar eigenlijk al jaren verplicht was)

Photo by Pietro De Grandi on Unsplash

Photo by Pietro De Grandi on Unsplash

Jarenlang het verplichte accessoire dat niemand monteerde. Nu is de vraag niet meer óf je een bel hebt, maar waar die zit en hoe mooi hij klinkt.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Van niet naar wel een bel

Een racefiets is geen stadsfiets. Dat is de redenering waarmee een generatie wielrenners al jaren ongesanctioneerd zonder bel rondrijdt. En eerlijk: het voelt ook zo. Jij in je strakke lycrapakje, op een carbonwonder van vijf ruggen, met een aerhelm die meer kost dan de meeste tweedehandsfietsen en dan bungelt er een plastic knobbel van €1,50 aan je stuur. Het voelde als een kras op je lak. Of erger: als een schilderij met een verkeerde lijst.

Toch is de wet helder. Al sinds 1906 is een goed werkende bel verplicht op elke fiets in Nederland. Zonder onderscheid tussen een Oma met een boodschappenmand en jij op je fullcarbon aero-machine. Boete bij overtreding: €35. Kans op handhaving: klein, maar niet nul.

"Het voelde als een kras op je lak. Een plastic knobbel aan een carbonwonder van vijf ruggen."

De echte evolutie zit niet in de wet, maar in de markt. Want die heeft het probleem ondertussen netjes opgelost. Hieronder de tijdlijn van hoe de fietsbel op de racefiets ging van "nooit van gehoord" naar "al lang gemonteerd".

De tijdlijn van de fietsbel

2010

Geen bel, punt. Wie een bel op zijn racefiets had, werd meewarig aangekeken door andere racefietsers. Het was een stadsfietsen-ding. Op de racefiets schreeuwde je gewoon "links!" of je zei niks en hoopte dat het goed afliep. Werkte vaak ook, maar met vaak een terechte ergernis van de niet racefietsers..

2012

Het esthetisch probleem wordt zichtbaar. Racefietsen werden aero. Geïntegreerde kabels, gesloten stuurkoker, strak design van voor tot achter. Op precies dat moment begon de klassieke fietsbel; groot, bobbelig, plastic meer op te vallen dan ooit. Een zeldzaam bewuste wielrenner monteerde er een, maar het gevoel dat iedereen het eigenlijk zou moeten groeide. Tegelijk groeide de gene om te schreeuwen bij het passeren van andere weggebruikers.

2016

Knog Oi: de eerste designbel. De Australiërs van Knog presenteerden een ringvormige bel die nauwelijks opviel op het stuur. Eurobike Award, enthousiaste reviews, instant populair. Eén probleem: het geluid. Zacht, te zacht. Op een drukke dag hoorde de gemiddelde e-biker hem gewoon niet. Stijlvol instrument, weinig resultaat.

2018

De toonhoogtecrisis. Veel designbellen klonken hoog en dun door het mini formaat. Een "tjiing" in plaats van een "dong". Op hogere snelheid, met wind tegen, horen mensen in het hoge frequentiespectrum gewoon minder goed. Zeker de 50-plusser op de e-bike met een beetje gehoorverlies hoorde er niks van. Je was er, je belde, ze schrokken pas toen je langs raasde. Niet ideaal.

2019

Spurcycle: premiumgeluid, premium prijs. De Spurcycle Bell. Amerikaans design, rond de €60. Klinkt als een miniatuur Tibetaanse gong: een voller, lager geluid dat lang natrilt en daadwerkelijk wordt gehoord. Het hamertje alleen al is een klein kunstwerkje. Wielrenners rechtvaardigen de prijs met de inmiddels klassieke redenering: "Op een fiets van vijfduizend telt dat niet meer mee."

2020 - nu

HideMyBell en de geïntegreerde oplossing. De definitieve oplossing: de bel verdwijnt in de houder van je fietscomputer. Garmin of Wahoo bovenop, bel eronder. Nul extra ruimte op het stuur, geen concessie aan het design. De vraag is allang niet meer óf je een bel hebt, maar welk model je kiest en of het geluid laag genoeg is dat iedereen het hoort.

De les? De markt lost het altijd op. Wat ooit een onacceptabele compromis leek, is nu een accessoire waar wielrenners serieus over nadenken en soms meer aan uitgeven dan aan hun bidonhouder. Monteer die bel. En kies er eentje met een vol, laag geluid. Ding dong!