Hoe vrijwilligers op hun knieën de kasseien van Parijs-Roubaix in leven houden

Update: 3 augustus 2026 om 09:34
Praat mee!

Tjeu Philippens

Tjeu Philippens

Guy Mahon loopt naar de fiets waarmee Pino Cerami in 1960 Parijs-Roubaix won. De banden zijn leeg, modder kleeft aan de spaken. Mahon wijst naar het deel waar voorvork en kader in elkaar overgaan: ‘Wrijf daar eens langs. Wat voel je?’

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Wat Mahon wil zeggen: Cerami, een Italiaan die Belg werd, was zijn tijd ver vooruit. Voor Parijs-Roubaix monteerde hij een blokje hout in zijn frame, zodat de fiets niet in tweeën brak op de kasseien. IJzer op ijzer breekt, een val lag altijd op de loer. De fiets is nu een pronkstuk in het wielermuseum van Les Amis de Paris-Roubaix, afgelopen zomer geopend naast het velodroom waar Mathieu van der Poel de afgelopen drie jaar juichend over de streep kwam. Hier vind je foto’s, bidons, shirts, en zelfs ‘de kortste kasseistrook ter wereld’. Binnen, welteverstaan.

Matthieu van der Poel kwam hier 3 keer over de streep© Tjeu Philippens

Matthieu van der Poel kwam hier 3 keer als eerste over de streep

Elke steen uniek

Mahon, een Waal uit Doornik, loopt met grote passen over de keien. ‘Elke kassei is anders’, zegt hij. Grootte, gewicht, materiaal – geen één gelijk. De enige overeenkomst is dat ze - waar dan ook op het 258 kilometer lange parcours van de editie van 2026 - op enige afstand van elkaar liggen. En dus ook hier in het museum. Bezoekers mogen de enige echte trofee, een kassei, optillen. Een uitdaging, ook voor de mannen. Alain Benit (71), fotograaf van het museum, grapt: ‘De vrouwen krijgen dezelfde trofee. Daarom zal die bij de volgende editie iets lichter zijn.’ Mahon knikt en glimlacht. Als Franstalige Belg heeft hij zich het Nederlands eigen gemaakt. Zijn stem klinkt charmant, een beetje zangerig. Maar belangrijker dan hoe hij praat, is wat hij doet. Trots noemt hij het een van zijn voornaamste taken van zijn leven. Als vrijwillig vicevoorzitter van Les Amis de Paris-Roubaix beheert hij samen met Benit de stenen van de meest mythische koers op aarde. Als organisatie leggen zij niet alleen die stenen, maar ook de geschiedenis op de juiste plek.

'De stenen dragen de geschiedenis van renners, overwinningen en valpartijen'

De stenen dragen de geschiedenis© Tjeu Philippens

De stenen dragen geschiedenis

Strijd op twee wielen

‘Waarom ik van de kasseien hou, en van die ene wedstrijd op de tweede zondag in april? Omdat het altijd oorlog is’, zegt Mahon, terwijl hij richting de doucheruimte van het velodroom loopt. Strijd bedoelt hij. Strijd tussen renners, tussen mens en modder, tussen verleden en heden. Hoe dan ook: in deze monumentale koers gebeurt altijd wat. Al in de negentiende eeuw waren de kasseien, afkomstig uit nabijgelegen steengroeven, de economische motor van de regio. Dankzij de stenen konden de oogsten sneller worden vervoerd, waardoor de opbrengst toenam. Na de Eerste Wereldoorlog waren vrijwel alle wegen verwoest en dienden de stenen opnieuw voor de wederopbouw. Tot bestuurders in de jaren zestig het plan opvatten de wegen te asfalteren. De keien waren oud en nutteloos, was het idee. Niemand kon er hard overheen rijden en daardoor vertraagden ze juist de ontwikkeling in het verarmende gebied.

Maar toen werd Les Amis de Paris-Roubaix opgericht. Want, wacht eens even, zonder kasseien zou hun koers verworden tot een sprintersbal. Als engelbewaarders met werkhandschoenen legden ze ze opnieuw bloot. Vandaag telt de organisatie honderden leden wereldwijd: Nederland, België, Frankrijk, Spanje, de VS, Italië, Australië... Hoe mensen lid kunnen worden? Benit: ‘Heel simpel: met een inschrijving en het overmaken van 25 euro per jaar.’ Ondertussen wandelen de twee senioren door de smalle hokjes van de doucheruimte. Mahon trekt aan een stalen draad en meteen begint het water te stromen. Elke april spoelen de renners hier de modder en het zand van Trouée d’Arenberg en Mons-en-Pévèle van zich af. ‘Die traditie is weer helemaal terug’, zegt Benit, terwijl hij wijst op bordjes met Nederlandse winnaars: Peter Post, Niki Terpstra, Jan Janssen. Benit zelf heeft nog Rik van Looy zien winnen in 1965. ‘Toen de teambussen hun intrede deden, kwam geen renner meer douchen’, vertelt hij met een glimlach. ‘Nu komt er gelukkig weer een flink aantal renners. Ze voelen de geschiedenis, en dat maakt Roubaix juist zo bijzonder.’

Vijfsterrenstrook

In de kern draait de stichting Les Amis de Paris-Roubaix om één missie: de kasseistroken in Noord-Frankrijk behouden. Ze herstellen de lijdenswegen niet alleen om het karakter van deze iconische koers te bewaren, maar ook om de renners veilig over de keien te laten rijden. Benit neemt daarin soms het voortouw. Zo komt het voor dat hij dicht bij zijn huis een tiental kasseien op de kop tikt en ze persoonlijk een plek geeft op de route. Want dat is waar Les Amis de Paris-Roubaix vooral druk mee is: de herstelwerkzaamheden. Samen met de organisator van de koers, ASO (Amaury Sports Organisation), maken ze na de zomer inspectierondes. Soms gebeurt dat op de fiets, maar meestal rijden ze met auto’s over de stenen om te zien waar het gevaarlijk wordt voor de renners. De risico’s zijn divers: verzakte kasseien door vrachtwagens en landbouwverkeer, of juist spekgladde stenen door lagen mos en onkruid. Daarnaast bestaan er klaarblijkelijk wielerfans die stenen uitgraven en ze als aandenken op een kast in hun woonkamer zetten.

De vrienden van Parijs - Roubaix© Tjeu Philippens

De vrienden van Parijs - Roubaix

Voor nadere toelichting nemen de kasseikenners Mahon en Benit hun gasten mee naar het einde van Carrefour de l’Arbre. Deze ruim twee kilometer lange strook, diep in de finale van Parijs-Roubaix, staat bekend als een van de zwaarste van het parcours. Het routeboek geeft er dan ook steevast vijf sterren voor. Door de ligging op een heuvelkam waait het er vrijwel altijd, ook vandaag. De mannen ritsen na een tijdje beiden hun jas tot aan hun kin dicht. Stiekem genieten ze. Van de stenen, ogenschijnlijk schots en scheef naast elkaar, als het gebit van iemand die jaren ontbeet met cola en snoep en nooit een tandarts bezocht. Maar ook van de wind, het uitzicht over het uitgestrekte boerenland. Modder gaat boven kaviaar, graniet boven diamant en zweet boven champagne. Voor hen is de Hel van het Noorden niets minder dan hemel. Benit haalt meteen een paar weetjes aan. ‘Wist u dat vroeger in elk dorp langs het parcours een trompettist stond? Zodra het peloton naderde, blies hij op zijn trompet om de collega in het volgende dorp te waarschuwen zodat de mensen naar de weg kwamen.’ Even later klinkt hij bijna poëtisch: ‘Wat de aderen voor een mens zijn, zijn de kasseistroken voor Parijs-Roubaix. Daar waar het bloed stroomt.’

'Elke dag werken de vrijwilligers op hun knieën zo’n tien vierkante meter bij'

Stevige klus

Het restaureren van de kasseien doen de mannen deels zelf. Met een groepje van tien werken ze dagelijks zo’n tien vierkante meter bij. Een stevige klus, op de knieën, waarbij ze aan het einde van de dag compleet gebroken zijn. Ze krijgen hulp van hoveniers- en landbouwscholen uit de buurt, soms werken de studenten mee als onderdeel van hun examen. Andere ploegen nemen de schoonmaak en het wegpompen van water voor hun rekening. En in uitzonderlijke gevallen wordt een kudde geiten ingezet om het gras tussen de stenen weg te vreten. De laatste stop is het dorpje Hem, vlak bij de finish in Roubaix. Hier staat een monument voor Hennie Kuiper, winnaar van de editie van 1983, een overwinning die hij behaalde ondanks een lekke band. Het monument werd twee keer gestolen vanaf de oorspronkelijke plek, waarna het veilig in het dorpscentrum werd herplaatst. Of er ooit een monument voor Mathieu van der Poel komt, durven ze niet te voorspellen. Wel dromen Mahon en Benit van een toekomstige zege van Wout van Aert. Ze hebben van elke race over de kinderkoppen genoten. Maar, zoals Benit het samenvat: ‘De mooiste editie? Dat is altijd de volgende.’