De Cols van Krol

De Cols van Krol #10: Cormet de Roselend

Arêches Beaufort

Arêches Beaufort

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In de tiende editie de Cormet de Roselend.

Wil je op de hoogte gehouden worden van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met iedere maandagochtend om 09.00 5 topartikelen.

‘Waarom doen wij voort? Als je een alpinist vraagt waarom hij een berg beklimt, antwoordt hij: omdat die berg er is’, schreef Tim Krabbé in De Renner over de waaromvraag achter het opfietsen van een berg. Iedere wielrenner die ooit een berg is opgefietst zal beamen een bepaalde verslaving te voelen, maar hij of zij zal ook zeggen dat het tegelijkertijd een verschrikking kan zijn.

Thomas Krol reed twee keer in zijn leven de Cormet de Roselend op. De eerste keer zonder noemenswaardige gebeurtenissen, maar de tweede keer werd de Alpenreus van 1.969 meter een lijdensweg. Hij ervoer die dag het verschrikkelijke van klimmen, terwijl hij óók de top niet haalde. “De Cormet de Roselend is een zware bladzijde uit mijn geschiedenis op de fiets”, zegt hij met een wrang lachje.

Cormet de Roselend© Cyclingcols

Cormet de Roselend

Gebroken zielen

Allebei de keren reed Krol de Cormet de Roselend op vanaf de Beaufort-kant. Beide keren tijdens een door zijn vader georganiseerde fietsreis van Genève naar Nice. “De Cormet de Roselend was de laatste grote berg van de dag. Daarvoor zaten de Col des Aravis en Col de Chaussy. Ik kwam net uit Nederland en moet altijd even wennen als ik weer in het hooggebergte rijd. Op die eerste beklimmingen wilde ik toch een beetje doorrijden. Al was het maar om zo snel mogelijk van de Chaussy af te zijn, want dat is zo’n lelijke rotklim…”

Na de afdaling richting Beaufort volgde de Cormet de Roselend. Met 20,2 kilometer lang, maar het gemiddelde stijgingspercentage van 6,1 procent is niet heel steil. Eenmaal bij het stuwmeer loopt er zelfs een stukje naar beneden. Aan de oever van het meer staat het herbouwde kerkje van het dorpje Roselend, dat in 1960 moest wijken voor de aanleg van het stuwmeer.

Krol had er zeker die tweede keer geen oog voor. “Ik had al mijn kruit al verschoten. Ik begon nog oké op de Cormet de Roselend, maar halverwege liep alle energie uit mijn lichaam. Ik had stijve benen, ik zat tegen een hongerklop aan. Zeven procent voelde aan als tien procent. Tegelijkertijd dacht ik: boven kom ik wel. Tijdens dat stukje afdalen bij het stuwmeer besloot ik even uit te klikken en mijn kuiten te rekken.”

Het kwam hem duur te staan, want op het moment dat hij weer wilde in klikken, schoot hij uit zijn pedaal en kwam vervolgens hard ten val. “Ik schoof met mijn gezicht over het asfalt en het bloed droop over mijn gezicht. Mijn fietsdag was meteen klaar. Vlak achter me stopte een Fransman met een pick-up die net gedumpt was door zijn vriendin. Om zijn gedachten te verzetten was hij een stukje gaan autorijden. Ja, we waren een soort van twee gebroken zielen in één auto. Ik kan me de gesprekken niet exact herinneren, maar het was best bijzonder. Die man bracht me vervolgens naar het ziekenhuis, waar ik werd gehecht en opgelapt. Grappig is dat ik later op mijn Strava-profiel keek en ik zag dat ik allerlei KOM’s had gepakt op de Cormet de Roselend. Ik had niet aan mijn fietscomputer gedacht en die stond nog aan toen ik in die pick-up zat. Ik weet niet meer wie het was, maar ik werd meteen geflagged door een profrenner.” 

Johan Bruyneel

Hij was er even bang voor, maar uiteindelijk hield Krol geen littekens over aan zijn crash. “Ik denk er nog weleens aan terug. Als ik mijn kuit rek, ofzo. Het is de ergste valpartij die ik heb meegemaakt. Ik ben gevallen in dat korte stukje naar beneden tijdens de klim, maar ook de afdaling van de Cormet de Roselend staat bekend om het gevaar. In het begin word je enigszins in slaap gesukkeld, maar ineens volgt er een serie aan smalle en technische haarspeldbochten. Johan Bruyneel viel in die afdaling in 1996 in het ravijn (later overkwam David Arroyo en Mathias Frank hetzelfde). Ik heb één stelregel met afdalen: ik ga hard naar beneden als het kan, maar als het te technisch wordt, doe ik voorzichtig en knijp ik vaker in mijn remmen.”

Toen WielerFlits in 2021 aandacht schonk aan de Cormet de Roselend, schreef de desbetreffende redacteur dat hij diep onder de indruk was van de schoonheid van de col. Die conclusie trekt Krol niet. “Nee, ik heb totaal niet kunnen genieten. Ik was in overlevingsstand en juist dat droeg eraan bij dat ik op mijn plaat ging. De helft van de klim rijd je bovendien door het bos. Bij het stuwmeer wordt het fraaier, maar een klim als de Col de la Bonette vind ik persoonlijk mooier. Maar laat duidelijk zijn dat het zeker geen lelijke klim is. Als je in de buurt bent dan is de Cormet de Roselend zeker de moeite waard, maar er zijn mooiere beklimmingen te vinden. Wellicht dat mijn beeld van de Cormet de Roselend ook enigszins vertroebeld is geraakt…”

Video

De Cols van Krol #10: Cormet de Roselend