De Cols van Krol

De cols van Krol: #11: Pikes Peak

Thomas Krol

Thomas Krol

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In deze elfde editie: de Pikes Peak. 

Toen Thomas Krol in 2025 naar Colorado reisde, kon hij moeiteloos een tiental beklimmingen opnoemen die hij dolgraag wilde afstrepen, maar dat hij daadwerkelijk zijn racefiets inpakte en het vliegtuig richting de Verenigde Staten nam, had slechts één reden: Pikes Peak. “Noem de Stelvio, maar ik zet Pikes Peak er nog steeds boven. Heel veel beter zal het niet worden”, is de veelzeggende reactie van Krol. De beklimming in de Rocky Mountains is meer dan 4300 meter hoog en Krol leerde het bestaan ervan via oud-collega Joey Mantia. Toen hij zag dat de Amerikaanse oud-schaatser Pikes Peak had beklommen, fascineerde hem dat meteen. “Ik dacht: hoe is het mogelijk dat er op die hoogte een weg ligt? Ik dacht nog even dat het onzin was, maar het bleek waar. Ik heb Joey een bericht gestuurd en hij vertelde me dat het te doen was.”

15 dollar

Vervolgens keek Krol een filmpje over de Pikes Peak op het fenomenale YouTube-kanaal Cols Collective. Wat hij zag, tartte zijn verbeelding. Pikes Peak stond vanaf dan bovenaan op zijn bucketlist. “Pikes Peak heeft wat mij betreft nog meer dan een Mount Evans. Het is hoog, het is in tegenstelling tot veel andere Amerikaanse beklimmingen steil en je hebt bovenop een geweldig uitzicht. Je kunt honderd kilometer ver kijken. Je ziet Colorado Springs liggen, de Rocky Mountains en zelfs de staat Kansas. Het is fantastisch! Pikes Peak heeft een totaalpakket van alles waardoor het een enorm mooie uitdaging is. Toen mijn vriendin en ik vanuit de Rocky Mountains kwamen aangereden, zagen we tachtig kilometer van tevoren Pikes Peak al liggen. Een soort Mont Ventoux in het kwadraat, zeg maar. Een kippenvelmoment.” 

De beklimming is zo’n 31 kilometer lang. Je kunt beginnen vanuit Manitou Springs, maar dat raadt Krol af. De eerste vier kilometer loopt over een snelweg en is volgens hem té gevaarlijk. “In mijn ogen begint het bij Cascade. Dat ligt op zo’n 2300 meter hoogte en je mag meteen aan de bak. Het gaat direct pittig omhoog. Niet veel later kom je bij een houten boog waarop staat: Pikes Peak, America’s Mountain. De eerste kilometer rijd je langs een pretpark met de naam The North Pole Colorado Santa’s Workshop. Het is een rare toeristenkermis. Ik heb me laten vertellen dat Pikes Peak na Mount Fuji de meest bezochte berg ter wereld is. In de negentiende eeuw werd al een tandradbaan naar de top aangelegd. Heel bijzonder.”

Na het pretpark volgt al snel een tolpoortje. Iedereen die Pikes Peak op wil dient namelijk te betalen. Of je nu automobilist of wielrenner bent. “De vijftien dollar die ik moest betalen waren het dubbel en dwars waard. Je krijgt daarna zo’n acht kilometer richting een plateau waar een meertje ligt. Op dat plateau kun je nog even je benen losschudden en iets eten en drinken, want het zwaarste moet nog komen. Ik reed wederom onder een boog door. Die stond daar als de start van de wereldberoemde autorace op Pikes Peak, die toevallig een week nadat ik daar was verreden zou worden. Ze waren de dranghekken en hooibalen al aan het neerzetten. Mijn schoonvader is een autosportliefhebber en hij kende Pikes Peak vooral van die race.”

Cyclingcols: Pikes Peak© Cyclingcols

Cyclingcols: Pikes Peak

Grote schoolbussen

Vanaf het bord waar de autorace start, is het zo’n tien kilometer klimmen aan 9,5 procent. Op de helft van dat stuk kom je boven de boomgrens. Waar de Mont Ventoux bekendstaat om zijn maanlandschap bestaat Pikes Peak vooral uit rood gesteente. Het is een soort marslandschap. “Ik had een beetje vrees voor de steilte op die hoogte, maar op de een of andere manier ging het me beter af dan vijf procent op die hoogte. Van die vijf procent kreeg ik vooral héél lome benen. Na dat stuk van zo’n tien kilometer met vele haarspeldbochten ben je bij Devil’s Playground en moet je nog zo’n 350 hoogtemeters overbruggen naar de kegel op de top. Het is in eerste instantie meters maken, waarna de laatste drie kilometer nog voor een grande finale zorgt. Dat gaat aan zo’n tien procent gemiddeld omhoog. Vervolgens arriveer je op een grote parkeerplaats waar het eindstation van het treintje en die kegel zijn. Extra bijzonder is dat het ook écht het hoogste punt is. Op pakweg de Stelvio heb je nog hogere stukken die niet geasfalteerd zijn, maar op Pikes Peak niet. Er is zelfs niet zo’n weerstation als op de Mont Ventoux.”

Krol was zeker niet de enige persoon op de top. Wel de enige fietser. “Het is best druk, maar qua verkeer valt het mee op de klim. Er is onderweg nóg een grote parkeerplaats. Geloof het of niet, maar vanaf daar vertrekken veel schoolbussen met toeristen. Hoe die schoolbussen omhoog en vooral naar beneden gaan, is me een raadsel. Mijn vriendin reisde me achterna met de camper en het is geen aanrader om op die hoogte en met die steilte met zo’n groot voertuig te dalen. Je moet bij remmen, omdat je anders de bocht uitvliegt. Op een bepaald moment wordt in de afdaling de temperatuur van je remmen gemeten. Die van ons waren 220 graden. Er werd ons gezegd: ‘Ga maar een uur langs de kant van de weg staan.’ We zijn in een restaurant gaan zitten. Na drie kwartier gingen we verder en kenden we nog vijf bange kilometers. Tot het minder steil werd. Het was een memorabele dag voor me. Vanaf die dag wist ik één ding zeker: als je eens een klim buiten Europa kiest om heen te gaan, dan moet je naar Pikes Peak!”

Video

De cols van Krol: #11: Pikes Peak