De Cols van Krol

De cols van Krol #12: Côte de la Redoute

Update: 2 juni 2026 om 11:02

Getty

Getty

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In de twaalfde editie de Côte de la Redoute.

Als een Stairway to Heaven zie je de Côte de la Redoute voor je liggen. Al zal het in sommige gevallen meer als een Highway to Hell voelen. Het is een rechttoe rechtaan klim. Krol houdt van haarspeldbochten in beklimmingen, maar de Côte de la Redoute kronkelt hooguit een beetje. “Dat kan ik ook waarderen, hoor. Zeker bij La Redoute, want die beklimming is voor mij een van de eerste aanrakingen met de wielersport. Ik denk dat ik ‘m meer dan tien keer ben opgefietst. Op een zelf georganiseerd trainingskamp, maar ook toen we met de Jumbo-Visma schaatsploeg het gehele parcours van Luik-Bastenaken-Luik besloten te rijden. Maar La Redoute kwam al veel eerder in mijn leven. De klim kwam al in mijn leven voordat ik überhaupt zelf besmet raakte met fietsen. Ik was nog geen tien jaar oud toen ik vaak hoorde over La Redoute.”

Vervelende onderbreking

Dat zit als volgt: Krols vader was en is een groot wielerliefhebber. Ieder weekend zat hij voor de televisie om de grootste koersen te bekijken. “Ik begreep er op mijn tiende niets van en vond het vooral heel lang duren. In de meivakantie gingen we ieder jaar naar de Ardennen, omdat onze overburen daar een vakantiewoning hadden waar we dan een weekje gebruik van mochten maken. Op de heenweg was vaak heel toevallig de Amstel Gold Race. We moesten daar dan kijken, terwijl ik het op dat moment vooral als een vervelende onderbreking zag.”

Later deed zich hetzelfde tafereel voor als de familie Krol langs Remouchamps reed en vanaf de snelweg een steile klim zag liggen: de Côte de la Redoute. “Ik weet nog goed dat mijn vader dan achterstevoren achter het stuur zat om La Redoute te kunnen zien, haha. Steker nog, we gingen van de snelweg af om over La Redoute heen te kunnen rijden met de auto. We zagen dat het steil en pittig was, maar dat was het ook wel. Het was vooral wederom een vervelende onderbreking… Pas toen ik later zelf besmet raakte met het wielervirus, begon La Redoute ook bij mij te leven.”

Nadat Krol had meegedaan aan de toertochten van de Ronde van Vlaanderen en Amstel Gold Race, was Luik-Bastenaken-Luik een logisch vervolg. Hij viel als een blok voor de onstuimige Ardennen.

“Die eerste keer reed ik over de Côte de Wanne, Côte de Stockeu en Col du Rosier. Dat is de voorfinale van Luik-Bastenaken-Luik. Mijn vader peperde me in dat ik nog iets moest overhouden voor La Redoute. Dat was de klim die angst en ontzag inboezemde, maar mijn conclusie na die toertocht was dat de Stockeu nóg vervelender is dan La Redoute. Alleen ja, La Redoute is dé finale van Luik. Of ik het zelf ook de mooiste klim vind van de Ardennen? Stockeu is mooi met dat standbeeld van Eddy Merckx, maar La Redoute is voor mij toch de meest iconische. En daarmee de mooiste.”

Bartoli versus Vandenbroucke

De Côte de la Redoute is een klim van zo’n twee kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,8 procent. Vooral het middenstuk is loodzwaar met een honderdtal meter aan zestien procent gemiddeld en een piek van liefst twintig procent. “Eigenlijk loopt het begin heel lekker. Je slaat rechtsaf en gaat onder een viaduct door. Dan vlakt het nog een beetje af langs de provinciale weg. Je komt er voor je gevoel lekker in, maar vanaf dan begint het pas. Dan zie je de steilste stukken met twintig procent voor je liggen. Het is een pittig middenstuk, maar wat La Redoute voor mij ook kenmerkt is de uitloper van zo’n halve kilometer. Dat stuk loopt heel smerig vals plat omhoog. Daar maakte Remco Evenepoel in 2022 bijvoorbeeld het verschil met de rest.”

Het is een van de keren dat er in de koers geschiedenis geschreven werd op de Côte de la Redoute. De laatste jaren domineerde Tadej Pogačar op de befaamde klim, maar het ultieme duel werd in 1999 gestreden door Franck Vandenbroucke en Michele Bartoli. Zij vlogen de Côte de la Redoute al staand op de pedalen op zonder elkaar een duimbreedte toe te geven.

“Al denk ik eerder aan Pogačar en Evenepoel. Of aan thuisrijder Philippe Gilbert, wiens naam tientallen keren op de weg staat gekalkt. Bij Vandenbroucke denk ik vooral aan de Côte de Saint-Nicholas, waar hij op zijn buitenblad reed en Boogerd liet staan of die er niet stond. Dat was een ander tijdperk, maar ik kan niet bevatten dat wielrenners na zoveel uur nog zo snel een klim als La Redoute kunnen oprijden… Ik ben die klim op allerlei manieren opgereden. Met heel goede benen, maar ik heb er ook weleens geparkeerd gestaan. In mijn jongere jaren ben ik er zelfs eens omgevallen. La Redoute kenmerkt wat dat betreft het onvoorspelbare van de Ardennen.”

Video