De cols van Krol #16: Oberalppass

Praat mee!

Getty

Getty

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In de zestiende editie de Oberalppass.

De Oberalppass in de Zwitserse regio Uri zal voor altijd bijzonder zijn voor Thomas Krol. Het is tenslotte de eerste écht grote col die hij in zijn leven opreed met een wegfiets. Dat de Oberalppass zijn klimontgroening werd, is geen toeval. De col ligt namelijk in de buurt van waar zijn vader nog steeds woonachtig is. “Die omgeving in Zwitserland geldt als mijn familiegeschiedenis van vaders kant. Mijn oom is in de jaren negentig naar Zwitserland geëmigreerd om fysiopraktijken te openen. Hij heeft zich daar gesetteld. Nadien begon mijn vader het fietsreizenbedrijf Krol Active en is hij daar ook naartoe verhuisd. In de jaren ervoor kwamen we al vaak in de zomer in die regio als we bij mijn oom op bezoek gingen. Ik was net geen veertien jaar toen ik de Oberalppass wilde opfietsen. Het was ook de eerste keer dat het mocht, want mijn ma vond het toch behoorlijk gevaarlijk voor mij op die leeftijd.”

Hoge sneeuwmuren

Het was meivakantie en de col was pas één dag open voor fietsers. “Mijn neef was fanatiek wielrenner en zou net die dag aan de andere kant van de col een criterium rijden. Mijn oom stelde voor dat mijn vader en ik de Oberalppass zouden beklimmen en dat we vanaf het criterium met hem zouden meerijden terug naar huis. Dat was ideaal. Vanuit het plaatsje Ilanz gaat het zo’n vijftig kilometer omhoog, maar daarvan kun je de eerste dertig eigenlijk wegstrepen. De Oberalppass is zo’n twintig kilometer lang waarvan de laatste negen kilometer serieus klimmen wordt. Dat deel loopt aan zo’n zeven procent omhoog. De zwaarte van de klim viel op die leeftijd al mee, maar de eerste keer was ik uiteraard nerveus. Het is niet de mooiste klim die ik heb gereden, maar de finale met de haarspeldbochten is toch nog best fraai.”

Wat Krol echter nog meer bijstaat, zijn de metershoge sneeuwmuren waar de weg doorheen kronkelde. Sommige delen waren zeker drie meter hoog, herinnert Krol. “Dat heb ik nadien niet vaak meer meegemaakt. Alleen ja, die gigantisch hoge muren waren mooi, maar op de top was het ook hartstikke koud. Als je klimt niet zo’n groot probleem, maar in de afdaling des te meer… We hadden ons voorbereid op kou, maar ik heb het uiteindelijk nooit meer zo koud gehad als die dag. Het was verschrikkelijk. Hoewel het zonnig was, stond er een gure wind. Ik had een regenjasje en handschoenen mee, maar dat hielp niet. Ik heb sowieso altijd koude handen. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk helemaal niet van kou of van de winter hou. Toevallig was ik gewoon goed in schaatsen, haha.” 

Slingeren van de kou

In de afdaling van de Oberalppass kwam Krol op het randje van het verliezen van de controle van zijn fiets. Hij begon te klappertanden en te slingeren. “Ik kon mijn stuur amper nog rechthouden. Toen ik iets tegen mijn vader wilde zeggen, kon ik amper nog iets uitbrengen, omdat mijn lippen aan elkaar gevroren waren. Ik was echt onderkoeld. Dagenlang heb ik nog last gehad van mijn handen Dat was vrij pittig. Ja, mijn vader en ik hebben het zeker verteld tegen mijn moeder. Ik weet haar reactie niet exact meer, maar haar kennende zal ze het hoofdschuddend hebben aangehoord.”
Eerder vertelde Krol al over het begin van zijn passie voor het beklimmen van bergen.

De foto van de Stelvio in de schuur van zijn vader en de vakanties in de Ardennen waarbij ze langs La Redoute reden, deden bij hem een vuurtje van binnen branden. De Oberalppass past naadloos in dat rijtje, zegt Krol. “Dat ik er zo gepassioneerd door ben geraakt, komt enerzijds doordat ik het allemaal bijhoud in een schriftje, maar anderzijds ook door die eerste ervaring op de Oberalppass. Net na het behalen van de top - en al helemaal na de afdaling - had ik waarschijnlijk gezegd dat ik het nooit meer had gewild. Alleen overwon de sportieve prestatie het van de ellende. Die beloning van op de top komen. Iedereen die een berg heeft opgereden, zal dat herkennen. De Oberalppass zelf ben ik in de jaren nadien nog vaker opgereden. Van beide kanten. Iedere keer dacht ik even terug aan die eerste keer dat ik het zo ongelooflijk koud had.”

 

Video