De cols van Krol #17: Mont Ventoux
© Getty Images

De Mont Ventoux is misschien wel de beroemdste berg uit de wielergeschiedenis. Vrijdag krijgt de Kale Berg een nieuw hoofdstuk, wanneer de Tour de France Femmes voor het eerst finisht op de top van de Reus van de Provence. De zevende etappe geldt als de koninginnenrit van deze editie en kan de strijd om het geel volledig op zijn kop zetten. In onze uitgebreide voorbeschouwing van etappe 7 lees je waarom juist deze klim zo beslissend kan worden. Voorbeschouwing Tour de France Femmes etappe 7
Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In de zeventiende editie de Mont Ventoux.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De Mont Ventoux behoeft weinig introductie. De Kale Berg van zo’n 1910 meter hoog ademt één brok historie. Tom Simpson vond er de dood, Eddy Merckx stortte op de top van de Mont Ventoux in, Lance Armstrong en Marco Pantani startten er een vete, Iban Mayo reed er een toptijd van 55 minuten en 51 seconden en Wout van Aert boekte er een wonderlijke ritoverwinning. Thomas Krol kreeg het mythische van de berg thuis met de paplepel ingegoten. “In het begin associeerde ik de Ventoux vooral met het overlijden van Tom Simpson. De berg was zo zwaar dat er iemand op stierf. Pas later kwam ik erachter dat er ook andere dingen meespeelden bij Simpson.”
© Thomas KrolDe cols van Krol #17: Mont Ventoux
Schoonfamilie
De schoonheid van de Mont Ventoux kent ook een nadeel: doordat het een berg op zichzelf is, ligt het behoorlijk afgelegen van andere cols. “Daardoor was het lang een open eind voor me, maar in 2009 organiseerde mijn vader een fietstocht van Genève naar Nice. Het was een flinke omweg, maar we hebben toen ook de Ventoux meegepakt. De tweede keer dat ik de Ventoux beklom, was na de Olympische Spelen van 2022. Zeker aan die laatste keer koester ik mooie herinneringen. Na een vakantie van anderhalve week in Andorra besloten we op de terugweg langs de Ventoux te rijden. Mijn schoonfamilie was er ook bij. Mijn schoonvader en vriendin zijn groot fan van de Ventoux. De Provence is prachtig met al die lavendelvelden en die grote reus die je vanuit het zuiden al voor Avignon kunt zien liggen.”
© Thomas KrolDe cols van Krol #17: Mont Ventoux
De eerste keer deed Krol 1 uur 29 minuten en 20 seconden over de beklimming vanuit Bédoin. De tweede keer in 2022 was Krol fysiek op z’n beste niveau ooit en ging hij dan ook voor een betere tijd. “Het werd een van mijn beste dagen op de fiets ooit. Als strijdplan had ik om de eerste vijf makkelijke kilometers aan 350 watt te rijden. Dan kom je bij de bocht bij Saint-Estève en begint het befaamde bos van zo’n tien kilometer aan 9,5 procent. Vanaf dan fietste ik 380 watt, maar ik merkte snel dat ik 400 watt aankon. Ik had als doel om beter te doen dan in 2009, maar stiekem dacht ik aan een tijd onder de 1 uur en 25 minuten. Halverwege het bos begon zelfs de gedachte te kriebelen om voor een tijd onder de 1 minuut en 20 minuten te gaan.”
© CyclingcolsDe cols van Krol #17: Mont Ventoux
Het bos voelt ellenlang, maar Krol kon van het ene naar het andere groepje rijden. “Het is simpel: je weet dat het bos komt. Er is geen uitzicht, maar de weg op zich is fraai. Toch zit je de kilometers af te tellen richting Chalet-Reynard. Daar kun je even je benen strekken, omdat het enigszins afvlakt. In het maanlandschap is het vervolgens maken of breken. Die tweede keer had ik nog iets over. De top lijkt dichtbij, maar is tegelijkertijd nog redelijk ver weg. In die laatste vijf kilometer is het afwachten hoe de wind staat. De hoogste windsnelheid ooit gemeten op de Ventoux is meer dan 320 kilometer per uur… Gelukkig viel de mistral de keren dat ik er reed mee.”
Cinglé de Mont Ventoux
Bij Chalet-Reynard lag Krol nog steeds op het schema van een tijd onder de 1 uur en 20 minuten. “De laatste twee à drie kilometer worden weer zwaarder. Ik moest in de laatste haarspeldbocht voor de top nog even aanzetten om onder de 1 uur en 20 minuten te raken. Ik was als 1000 en 1500 meter schaatser anaeroob getraind, waardoor er op zulke momenten altijd nog iets in de tank zat. Dan kon ik even boven mijn macht fietsen. Ik kwam boven in een tijd van 1 uur 19 minuten en een beetje. Vergeleken met profs stelt het weinig voor, maar ik moet zeggen dat ik behoorlijk trots ben op die tijd. Ik reed de hele klim aan gemiddeld 390 watt. Dicht bij mijn beste waardes ooit. Fijn om juist op de Ventoux een goede dag te hebben.”
© Thomas KrolDe cols van Krol #17: Mont Ventoux
Naast de kant vanuit Bédoin kun je de Mont Ventoux ook beklimmen vanuit Malaucène en Sault. “Die kanten heb ik nooit gedaan. Malaucène is onregelmatig met een aantal steile stukken, maar trekt me minder vanwege de brede weg, terwijl de klim vanuit Sault niet moeilijk is. Mijn schoonvader heeft alle kanten op één dag gedaan, waardoor hij tot de Cinglé de Mont Ventoux behoort. Wat zoiets betekent als de ‘Idioten van de Mont Ventoux.’ Ik zou het eens willen doen, maar voor mij is en blijft Bédoin de klassieke kant. Ja, daar ligt ook de start van de klim. Dus niet bij de bocht bij Saint-Estève, waar de Tour de France-organisatie de start van de klim de laatste keren legde. Dat klopt niet. Daar is voor mij geen onderhandeling over mogelijk, want zo is het me geleerd door mijn vader.”














