De Cols van Krol #8: Passo dello Stelvio
Thomas Krol

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In deze achtste editie: de Passo dello Stelvio.
Toen Thomas Krol als kind de garage van zijn vader binnenliep, zag hij twee grote foto’s hangen van een voor hem dan nog onbekende klim: de Passo dello Stelvio. De passie voor klimmen per fiets groeide zodoende op een natuurlijke manier. “De Stelvio staat voor mij synoniem voor het beklimmen van een berg. Een van de foto’s is vanuit de lucht genomen, waardoor je de befaamde haarspeldbochten vanuit Prato prachtig in beeld ziet. Het zijn er 48 in totaal. Ik vond het fascinerend om te zien. De tweede foto is van mijn vader die op de top staat. Hoe hij over de Stelvio vertelde… Zijn boodschap was: als je de Stelvio kunt overwinnen, dan stel je iets voor. Het was voor mij de klim van Europa. Later leerde ik dat er nóg zwaardere cols zijn, maar het mythische van het hooggebergte begon voor mij met de Stelvio.”
© CyclingcolsCyclincols: Passo dello Stelvio
Jumbo-Visma-truitje
De Passo dello Stelvio kun je beklimmen van drie kanten: vanuit Prato (24,9 kilometer aan 7,4 procent), vanuit Bormio (21,1 kilometer aan 7,4 procent) en vanuit Santa Maria Val Müstair (16,6 kilometer aan 8,4 procent). Krol heeft een duidelijke voorkeur voor de Prato-kant. “Dat is dé klim van de Stelvio. Ik snap ook niet dat de Giro d’Italia niet iedere keer die zijde oprijdt. Ik heb alle kanten gedaan, maar vanuit Prato is gewoon de meest unieke klim. Er is geen col waar je zo snel gaat slingeren en de top al zo lang van tevoren ziet liggen. Het zorgt op de top voor een uniek uitzicht op de weg die je hebt afgelegd.”
De eerste keer dat Krol de Prato-zijde opreed, was op zijn dertiende. Zijn doel destijds was om binnen de twee uur op de top te zijn. “Ik haalde het nipt, maar vond het een wereldprestatie. In mijn tijd als schaatser van Jumbo-Visma heb ik ‘m nog twee keer gedaan. De eerste keer verbeterde ik mijn tijd tot één uur en 33 minuten. De laatste keer was het mijn doel om onder de anderhalf uur te klimmen. Ik was goed op weg. Ik reed in Jumbo-kleren en in het begin reed ik zo hard… Ik haalde allerlei groepen in, mensen maakten foto’s van me en klapten zelfs. Die dachten natuurlijk dat ik profrenner was van de Jumbo-Visma-ploeg.”
© Thomas Krol
© Thomas Krol
© Thomas KrolEen kilometer of vijf onder de top kwam Krol de man met de hamer tegen en raakte een tijd binnen de anderhalf uur uit zicht. Waar mensen hem even eerder als profrenner zagen, dachten ze even later dat hij een wielertoerist was. “Het begin van de klim loopt vrij eenvoudig, maar vanaf Trafoi wordt het zwaarder. Dat is pakweg de laatste vijftien kilometer. Vanaf dan komt het stijgingspercentage niet onder de acht procent uit. Het is constant, maar op een bepaald moment ga je ook de hoogte voelen. 2700 meter hoogte is voor Europa heftig. Het is niet voor niets vaak de Cima Coppi (het hoogste punt van de Giro d’Italia, red.) geweest. Op de top van de Stelvio staat ook een monument ter nagedachtenis van Coppi. Het is boven als het druk is net een toeristenkermis. Het is een lange klim, maar bijna nergens voelde ik meer voldoening op de top dan op de Stelvio.”
Poepincident Dumoulin
De Passo dello Stelvio is ook een col waar de nodige Nederlandse wielergeschiedenis geschreven is in het recente verleden. Wilco Kelderman verloor er in 2020 de Giro d’Italia nadat teamgenoot Jai Hindley de orders kreeg om niet op hem te wachten, terwijl Tom Dumoulin in 2017 na het welbekende poepincident zijn Giro d’Italia juist redde op de Passo dello Stelvio.
Krol: “Toevallig was ik in 2017 aanwezig toen de Giro-karavaan over de Stelvio ging. Ik was ‘m eerst zelf die dag omhoog gefietst en daarna bleef ik kijken om de profs langs te zien komen. Eerst reden ze ‘m op vanuit Bormio en vervolgens de Passo Umbrail vanuit Santa Maria. Ik had geen internet en vroeg me af waarom Dumoulin zo ver achterlag… Pas later hoorde ik dat hij zijn behoefte had moeten doen in de berm. De Umbrail is een van de mooiere beklimmingen van Zwitserland. Eerst lag er op die flank zelfs nog een kilometer of anderhalf onverhard, maar dat stuk is inmiddels geasfalteerd. De Bormio-kant trekt me iets minder. Er zit ook een serie mooie haarspeldbochten in, maar verder rijd je langs een bergwand en door tunnels die onverlicht zijn. Er is wel een leuk schaatshaakje aan die kant: schaatscoach Jillert Anema doet zijn tijdritten vanuit Bormio als hij met zijn ploeg op trainingskamp is in Livigno.”
Naast wielergeschiedenis is de Passo dello Stelvio ook bekend als het terrein waar hevige gevechten plaatsvonden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan de Bormio-zijde staat een monument ter nagedachtenis van de soldaten die sneuvelden tijdens de gevechten tussen Italië en Oostenrijk. Het is Krol niet opgevallen tijdens het beklimmen van de col. “Misschien doordat ik te veel in een focus zat, want ik moet zeggen dat ik over het algemeen oog heb voor wat er om me heen ligt. Zo liggen de Ortlergletsjers in de buurt van de Stelvio. Een prachtig natuurverschijnsel. In Europa is er sowieso geen mooiere plek om te fietsen dan Italië. De smalle wegen met haarspeldbochten, de dorpspleintjes, de beleving… Het is fantastisch. Voor mij is Italië hét wielerland bij uitstek.”









