De Cols van Krol #9: Kemmelberg
Maikel Samuels

Oud-schaatser Thomas Krol houdt vanaf zijn vroege tienerjaren in een schriftje bij welke cols hij ooit beklommen heeft. In de rubriek De Cols van Krol lichten we iedere keer een van die cols uit. In de negende editie: de Kemmelberg.
“Nee, niemand wilde met me mee”, lacht Thomas Krol. De dag voordat hij met schaatsploeg Team Jumbo-Visma 230 kilometer door de Vlaamse Ardennen zou gaan fietsen en alle bekende klimmetjes uit de Ronde van Vlaanderen zou gaan oprijden, heeft hij het idee om met de auto naar Roubaix te rijden. “Mijn teamgenoten zeiden dat het echt een Thomas-actie was. Ze reageerden: ‘Ben je besodemieterd? Dat ga je niet echt doen, toch?’ Wel dus. Assistent-trainer Ben Jongejan was de chef van dat weekend en wist dat ik zulke dingen leuk vind om te doen. Hij deed er niet moeilijk over. De dag van mijn leven klinkt overdreven, maar ik heb echt enorm genoten.”
‘Afdaling des doods’
Waar zijn teamgenoten op een terrasje van hun vrije dag genoten, ploeterde Krol over de slechtst denkbare kasseien. “Ik heb een rondje van zo’n vijftien kilometer gemaakt rondom Carrefour de l’Arbre. Ik vond het heel vet, maar dacht ook: hoe kunnen wielrenners hier overheen in koers? Eenmaal terug bij de auto wilde ik meer en dacht ik: ik kan meteen teruggaan naar Waregem, waar we verbleven in een hotel, maar ik kan ook nog even doorrijden naar de regio van Gent-Wevelgem. Dat ligt best ver van het parcours van de Ronde van Vlaanderen. Daardoor kom je er niet zo snel, maar zeker de Kemmelberg is een heuveltje met veel geschiedenis.”
De keuze was uiteindelijk geen keuze. Natuurlijk reed Krol richting het plaatsje Kemmel. Al was er onder druk van de tijd weinig ruimte om de regio te verkennen. Het was fiets eruit, Kemmelberg op en fiets erin. Voor zijn teamgenoten wellicht gekkenwerk, maar voor hem het moment waarop hij de Kemmelberg in zijn schriftje kon bijschrijven. “Ik heb mijn auto letterlijk aan de voet geparkeerd. Snel heb ik nog wat gegevens opgezocht en keek ik of ik de Baneberg erbij kon doen, maar we zouden die avond als ploeg samen eten. Er was enkel tijd voor de Kemmelberg. Ik pakte mijn fiets, ben eerst de Belvédère-kant opgegaan, vervolgens via het fietspadje naar beneden, daarna de Ossuaire-kant op en via het fietspadje terug naar mijn auto.”
Met ‘het fietspadje’ bedoelt Krol de zogenoemde Klokhofweg. Een lusje waardoor fietsers de westkant van de Kemmelberg niet hoeven af te dalen. De kasseien van de Ossuaire zorgden in 2007 namelijk voor slachtoffers. Het is een bekend beeld onder wielerfans: de Franse sprinter Jimmy Casper die meterslang met zijn gezicht over de kasseien schuift.
De ‘Afdaling des doods’ moest uit de koers worden gehaald. De valpartijen staan ook Krol bij. “Ik heb ook dat fietspad genomen, want afdalen over kasseien met een steiltegraad van meer dan twintig procent had ik geen zin in. Het gezeik dat die afdaling in het verleden opleverde, was een van de eerste dingen waaraan ik dacht bij de Kemmelberg.”
© Maikel SamuelsOssuaire Kemmelberg
Frans massagraf
De afdaling is levensgevaarlijk, maar de klim van de westkant is volgens Krol uniek. “Het is voor mij de mooiste kant van de Kemmelberg. De Belvédère-kant is iets bekender, omdat die twee keer in Gent-Wevelgem beklommen wordt de laatste jaren. De laatste passage over de Kemmelberg gaat echter via de Ossuaire-kant. De oostkant is wat mij betreft een relatief inwisselbare kasseienklim, maar de westkant is heel bijzonder vanwege de steile uitloper en de historie die je tegemoet rijdt. Dat laatste stuk kent een maximaal stijgingspercentage van 23 procent en op dat stuk rijd je letterlijk af op een monument ter nagedachtenis van de Franse soldaten die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Dat geeft de Kemmelberg een extra dimensie.”
Het monument is een pilaar met een engel erop die treurig uitkijkt over het Franse massagraf. “Ik vind verhalen over de wereldoorlogen interessant. Op de Kemmelberg komen twee van mijn interesses heel duidelijk samen. Ik ben in de avond dan ook verder gaan lezen over de Eerste Wereldoorlog in België. Alles bij elkaar maakt dat de Kemmelberg fascinerend. De Koppenberg voelde lastiger aan, maar qua absolute getallen doet de Kemmelberg weinig onder. Het is zitten, stoempen en zorgen dat je bovenkomt. Je moet niet te gek doen in het begin, want het venijn zit ‘m aan beide kanten in de staart. Als je het over Vlaamse klimmetjes hebt, dan staat de Kemmelberg voor mij zonder meer in hetzelfde rijtje als de Koppenberg, Oude Kwaremont, Paterberg en Muur van Geraardsbergen.”
© Maikel SamuelsOssuaire Kemmelberg









