De demonen van een zondagse winterrit
Getty Images

Het begon al bij het omkleden: kou, regen, wind en duizend redenen om binnen te blijven. Toch stapte ik op de racefiets voor een lange solo-rit. Dit is een verhaal over de demonen in je hoofd – en waarom ze soms tóch verliezen.
Gisteren reed ik ruim drie uur op de racefiets. Dat klinkt heroïsch, maar de aanloop ernaartoe was allesbehalve. Het weer was somber, de wind had er duidelijk zin in, de weg was nat en het was zó koud dat je eerst een half uur bezig bent met laagjes aantrekken. Dat is geen omkleden meer, dat is een logistieke operatie.
En precies in dat half uur komen ze tevoorschijn: de demonen.
De eerste demon is de Comfortduivel. Die fluistert zachtjes: “Het is eigenlijk perfect bankweer. Dekentje, koffie, wielrennen op YouTube. Je hoeft vandaag helemaal niets.” Hij wijst nadrukkelijk naar de verwarming en doet alsof hij zich zorgen maakt om je welzijn.
Dan is er de Weerdemon. Die heeft feiten. Windkracht te veel, nat asfalt, koude vingers. “Dit is gewoon onverantwoord,” zegt hij streng. “Profrenners rijden hier ook niet vrijwillig in. Dit is geen training, dit is zelfkastijding.”
De derde demon is misschien wel de gevaarlijkste: de Tijdverspiller. “Drie uur?” zegt hij. “En daarna nog douchen, eten, omkleden. Je hele dag weg. Je kunt ook een uurtje rollen op de trainer. Of morgen. Morgen is ook een dag.” Spoiler: morgen is zelden beter.
Maar gelukkig zijn daar ook de tegenkrachten.
De eerste is de Principiële Hardkoppige. Die zegt niks, maar staat ineens met je schoenen in de hand. “Je had het afgesproken met jezelf,” mompelt hij. “Niet zeuren, gewoon gáán.” Hij heeft geen empathie, maar wel doorzettingsvermogen.
Dan komt de Toekomstige Jij in beeld. Die staat al onder de douche, warm water, dampende badkamer. “Dit voelt straks fantastisch,” zegt hij. “Je gaat hier zó blij van worden. En trots. Vooral trots.” Hij liegt nooit.
En natuurlijk is er de Stille Overwinnaar. Die verschijnt pas als je fietst. In de regen. Met tegenwind. Solo. Hij zegt: “Kijk eens. Niemand ziet dit. Geen Strava-applaus, geen koffiestop met vrienden. Dit is puur voor jou.” En ineens voelt het niet meer zwaar, maar waardevol.
Na drie uur kwam ik thuis. Nat, koud, moe. Maar ook met dat onmiskenbare gevoel: dit was precies wat ik nodig had. De demonen waren stil. Ze hadden verloren. Tot de volgende sombere dag. Dan zijn ze er gewoon weer.




