De eerste racefiets zonder ketting: Zo is het mogelijk
Getty Images

Eind juni stelde ik hier de vraag hoe een racefiets zonder ketting mogelijk zou zijn. Eerlijke zelfevaluatie: dat stuk bleef vooral hangen bij de vraag. Het systeem van Niche Mobility is voorlopig een stadsfietsontwikkeling en de racefiets kwam er wat bekaaid vanaf. Vandaag dus de verdieping. Niet "hoe" maar "zo" moet zo'n fiets er technisch uitzien, waar liggen de kansen, waar gaat het pijn doen, en is het überhaupt haalbaar? Ik dook in de meetdata, de reglementen en de prototypes die al rondrijden. Het korte antwoord: het kan. Het lange antwoord staat hieronder.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De blauwdruk: een generator, een motor en een kabel
Wie de ketting schrapt, moet iets anders verzinnen om jouw benen met het achterwiel te verbinden. De oplossing waar de industrie op inzet heet een serieel hybride aandrijving. In gewoon Nederlands: trappen op een dynamo. Op de plek van de trapas zit een generator die weerstand simuleert en jouw wattages omzet in stroom. Die stroom loopt via een kabel door de onderbuis naar een naafmotor in het achterwiel, die er weer beweging van maakt. Een bufferaccu vangt pieken en dalen op, en software bepaalt continu de verhouding tussen jouw cadans en de wielsnelheid. Het verzet zit niet meer op een cassette, maar in een algoritme.
>>> Lees ook: Fietsen met een piepende ketting: Wat zegt dat over de renner?
Sciencefiction is dit niet. Autotoeleverancier Schaeffler ontwikkelde samen met aandrijfspecialist Heinzmann het systeem Free Drive, dat sinds 2023 in commerciële bakfietsvloten rijdt, compleet met softwarematige gangwissels en zonder ketting, tandwielen of riem. Het Franse CIXI bouwt met zijn PERS-systeem aan hetzelfde principe en claimt dat de trapweerstand realtime wordt aangepast en dat het systeem zelfs met een lege accu blijft werken, omdat de generator de motor dan rechtstreeks voedt. En dat de sportfiets nadrukkelijk in beeld is, bewees Look, dat in 2023 een conceptfiets zonder complete aandrijflijn toonde op de stand van CIXI.
Rekenen doet pijn: het rendement
Nu het slechte nieuws, en dat is meetbaar. Een schone, gesmeerde racefietsketting is belachelijk efficiënt. Metingen komen doorgaans uit tussen de 96 en 98 procent, en in de veel geciteerde CeramicSpeed-data verlies je bij 250 watt gemiddeld zo'n 9 watt aan wrijving. Zelfs een vieze, natte ketting haalt in tests nog altijd zo'n 93 procent.
Bij een kettingloze fiets zet je energie twee keer om: van benen naar stroom, en van stroom naar wiel. Stel dat generator en motor elk een keurige 92 procent halen, dan blijft er 85 procent over, nog los van verliezen in de vermogenselektronica en de accu. Dat is een rekenvoorbeeld en geen meting, maar het maakt het probleem zichtbaar: bij 250 watt lever je dan zo'n 37 watt in, ruwweg vier keer zoveel als met een ketting. En dat in een sport waar renners duizenden euro's uitgeven voor een paar watt aerowinst. Schaeffler zelf hield het bij de presentatie op ongeveer vijf procent extra verlies ten opzichte van een gewone aandrijving. Onafhankelijke metingen zijn er nauwelijks, dus dat cijfer neem ik voorlopig met een korreltje keramische smeerwas. Daar staat tegenover dat een kettingloze fiets kan recupereren: remmen en uitrollen laden de accu bij. Handig in de stad. Alleen rem je in een vlakke klassieker niet voor je plezier.
Er is trouwens ook een mechanische tussenweg. CeramicSpeed toonde in 2018 het asaangedreven concept Driven en claimde 99 procent rendement, tegenover 97,8 procent voor een Dura-Ace-aandrijving. Alleen: die as is nog steeds een fysieke verbinding, en het concept liep vast op het schakelen onder belasting. Wat ons naadloos bij het volgende hoofdstuk brengt.
Schakelen zonder schakels
Op papier is virtueel schakelen een droom. Geen derailleur die kan afbreken, geen kettinglijn, geen cross-chaining, en een traploos verzet dat altijd exact klopt met jouw cadans en de helling. Bij Niche Mobility bepaalt de software continu de optimale overbrenging op basis van snelheid, helling en trapritme. Schakelen onder vol vermogen kan in theorie perfect, want er hoeft niets fysiek te verspringen.
De valkuil heet nauwkeurigheid. De weerstand die jij aan de pedalen voelt is gesimuleerd. Het systeem moet binnen een fractie van een seconde doorhebben dat jij van 250 naar 1.100 watt springt voor een sprint, en de weerstand daar direct op aanpassen. Reageert het te traag, dan trap je even in het luchtledige. Reageert het te fel, dan voelt het als trappen tegen een muur. CIXI zegt dat PERS zich realtime aanpast aan je rijstijl, en in een bakfiets op 25 km/u zal dat prima werken. Maar hoe het voelt bij een venijnige demarrage bergop, met een hartslag van 190 en een houding die alles behalve rond is, is bij mijn weten nog nooit onafhankelijk getest op racefietsniveau. Dat is het eerlijke antwoord: de accuraatheid en het gevoel van dit virtuele schakelen zijn de grote onbewezen factor.
© Bicycling.nlDe accu: het zwakste en het zwaarste onderdeel
Rekenkundig hoeft die accu niet groot te zijn. Wie een uur lang 250 watt trapt, produceert 0,25 kilowattuur. Voor het bufferen van pieken volstaat in theorie een accu van bidonformaat. Maar theorie en de Oude Kwaremont zijn twee verschillende dingen. Zo'n accu moet piekvermogens van ruim 1.000 watt kunnen slikken en leveren, functioneren in de kou van een lange afdaling en de hitte van een julirit, en trillingen op kasseien en de klap van een valpartij overleven. Een ketting overleeft een crash meestal wel. Een beschadigde lithiumaccu betekent einde rit, en in het ergste geval brandgevaar.
Kwetsbaarheid zit hem ook in de afhankelijkheid van elektronica. Bij het systeem van Niche Mobility geldt dat de fiets onbruikbaar is zodra het systeem is uitgeschakeld, want zonder stroom is er geen verbinding tussen benen en wiel. CIXI ondervangt dat deels doordat de generator de motor bij een lege accu rechtstreeks voedt, maar dan mis je wel je buffer voor de pieken. Pech verandert dus van karakter: geen kettingpons meer in je zadeltasje, wel firmware-updates.
En dan het gewicht. Het UCI-minimum voor een koersfiets is 6,8 kilo en moderne topfietsen halen dat moeiteloos. Een generator, naafmotor, accu, bekabeling en vermogenselektronica vervangen samen een ketting, een cassette en twee derailleurs, en het is onwaarschijnlijk dat die ruil in het voordeel van de elektronica uitvalt. Concrete systeemgewichten heb ik bij Schaeffler en CIXI niet kunnen vinden, dus hard maken kan ik het niet. Maar het zegt genoeg dat Free Drive nadrukkelijk voor bakfietsen en bezorgvloten is ontwikkeld, een wereld waar een kilo meer niemand wakker houdt.
En dan is er nog dat boekje van de UCI
Voor wie droomt van een kettingloze Tourfiets: het reglement is er glashelder over. In de verduidelijkingsgids bij het technisch reglement, versie 1 januari 2026, staat letterlijk dat de fiets uitsluitend wordt aangedreven door pedalen die op een ketting werken, en dat er precies één ketting gebruikt mag worden voor de overbrenging tussen trapas en aangedreven wiel. Elektrische assistentie is daarnaast sowieso verboden. Een bike-by-wire racefiets is in koers dus dubbel illegaal: geen ketting, wel een motor. Zelfs het volledig mechanische Driven was destijds wel toegestaan in triatlons, maar niet in UCI-wedstrijden. De eerste kettingloze racefiets komt dus niet uit het peloton, maar uit de fietsenwinkel.
Conclusie: het kan, en één ding wordt heerlijk
Is een racefiets zonder ketting technisch mogelijk? Ja. Alle bouwstenen bestaan en rijden al rond. Een generator die trapkracht oogst doet dienst in bakfietsvloten, en het principe is inmiddels tot 100 km/u getest in een prototype van CIXI dat op weg is naar een beoogde 120 km/u. Look heeft laten zien hoe een sportieve fiets zonder aandrijflijn eruit kan zien. Wat ontbreekt is een lichte, stijve, valbestendige uitvoering met bewezen schakelgevoel, plus een reglement dat ooit meebeweegt. Of dat laatste gebeurt, durf ik niet te voorspellen. Maar de recreant hoeft niet op de UCI te wachten.
En sta me toe alvast te dromen over het mooiste bijeffect. Een ketting die er niet is, kan er ook nooit meer aflopen. Nooit meer die zwarte tatoeage op je rechterkuit. Nooit meer met vette vingers in de berm hannesen terwijl je groepje achter de horizon verdwijnt. En nooit meer wat Andy Schleck in 2010 overkwam op de Port de Balès, toen zijn ketting eraf liep op het moment dat hij in de gele trui demarreerde en hij 39 seconden verloor op Alberto Contador. Exact de marge waarmee hij die Tour in Parijs verloor. Dat de eindzege jaren later na de dopingzaak tegen Contador alsnog naar Schleck ging, maakt het verhaal alleen maar wranger: op de weg besliste een ketting.
De kabels zijn al weg, schreef ik vorige keer, en de ketting trilt nog. Laat hem voorlopig lekker trillen. Maar mocht hij ooit verdwijnen, dan weet je nu hoe de fiets eruitziet die hem vervangt. En dat er op die fiets tenminste nooit meer iets af kan lopen.









