De grootste leugen in het moderne profpeloton
NL Beeld / Album

Er was een tijd dat we het met overtuiging zeiden. Je hoeft niet altijd de beste te zijn om een koers te winnen. Slim rijden kan het verschil maken. De juiste momenten kiezen. Het juiste wiel. Niet reageren op elke aanval, maar wachten tot het moment daar is. Wielrennen als schaakspel, niet als krachtmeting.
Die wijsheid was lang waar. En misschien is ze dat nog steeds. Maar alleen tot op zekere hoogte.
Waar het spel nog werkt
Bij nieuwelingen en junioren werkt het spel nog zoals we het kennen. Talentverschillen zijn er, maar ze zijn te overbruggen. Iemand die slim rijdt, goed anticipeert en durft te gokken, kan een betere renner verrassen. In die categorieën wint nog regelmatig niet de sterkste, maar de slimste.
Hoe hoger je komt, hoe minder dat opgaat.
De muur van het profpeloton
In het huidige profpeloton is er een harde realiteit binnengeslopen. De absolute toppers rijden zo ongelooflijk hard, zo constant en zo gecontroleerd, dat slim rijden in de klassieke zin zijn waarde verliest. Als Tadej Pogacar of Remco Evenepoel versnelt, dan is dat niet een aanval die je kunt neutraliseren door in het wiel te kruipen en even diep te gaan. Het is een tempo dat direct boven je mogelijkheden ligt zoals ook direct te zien was in de koningingerit in de Ronde van Valencia. Vroeger was volgen slim. Tegenwoordig is volgen vaak dom.
De rationele aftocht
Wat je steeds vaker ziet, is dat zogenaamde slimme subtoppers het niet eens meer proberen. Ze kijken naar hun wattagemeter, zien binnen een paar seconden wat hun lichaam al voelt en trekken een rationele conclusie. Dit is onhaalbaar. Niet vandaag, niet met deze benen. In plaats van zichzelf op te blazen in een buitenaardse poging om toch te blijven hangen, kiezen ze hun eigen tempo.
Verliezen om minder te verliezen
En opmerkelijk genoeg werkt dat.
Door gecontroleerd te lossen, door niet in het rood te schieten, rijden ze hun eigen koers. Ze verliezen minder tijd. Ze herstellen beter. Ze eindigen vaker hoger dan wanneer ze zich hadden laten meeslepen door een aanval die nooit de hunne had kunnen zijn. Het nieuwe slim rijden is niet meer het juiste wiel pakken, maar op tijd uit het juiste wiel stappen.
Tegen alles wat we geloofden
Dat voelt tegennatuurlijk. Het druist in tegen alles wat we jarenlang hebben gepredikt. Volgen is leven. Lossen is verliezen. Maar de cijfers liegen niet. De vermogensdata, de trainingsniveaus en de fysiologische plafonds zijn zo scherp in beeld dat illusies snel worden doorgeprikt.
Computer says no.
De grens van het romantische idee
Het romantische idee dat slimheid altijd kan compenseren voor gebrek aan vermogen, houdt geen stand meer aan de top van het profwielrennen. Daar gelden andere wetten. Wie niet bij de buitencategorie hoort, moet niet slimmer proberen te zijn dan zijn lichaam toelaat. Ironisch genoeg is dat juist het nieuwe verstandige rijden.
De echte leugen
De grootste leugen in het moderne wielerpeloton is dus niet dat slim rijden niet meer bestaat. De leugen is dat het nog steeds hetzelfde betekent als vroeger.









