Fietsen en spullen

De klimfiets is dood, lang eve de aerofiets

© Getty Images

De klimfiets is dood, lang eve de aerofiets

De Tour de France van 2025 maakte het duidelijk: de klimfiets is op WorldTour-niveau verleden tijd. Aero wint overal, zelfs in de bergen. Maar wat betekent dat voor jou als fanatieke fietser of liefhebber?

Tijdens de Tour de France van 2025 werd het duidelijk: de klimfiets lijkt zijn langste tijd gehad te hebben. Waar jarenlang het idee heerste dat je voor vlak terrein een aerofiets nodig had en voor de bergen een ultralicht klimframe, bewezen Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard het tegendeel. De twee beste renners van deze generatie reden drie weken lang uitsluitend op hun aerofiets. Zelfs op de zwaarste bergetappes bleven de klimfietsen veilig in de ploegbussen.

Hoe kan dat?

Op papier klinkt het logisch: hoe lichter je fiets, hoe makkelijker je klimt. Maar de natuurkunde vertelt een ander verhaal. Want gewicht is maar één factor. De grootste vijand van de renner – zelfs bergop – is de luchtweerstand.

  • Bij een snelheid van 25 km/u op een klim van 7% gaat al bijna 15% van je energie op aan het wegduwen van lucht.
  • Rij je 30 km/u bergop, zoals profs dat doen, dan is dat zelfs 20%.
  • En zodra je afdaalt of over een vlak stuk dendert, loopt dat percentage op tot boven de 90%.

Met andere woorden: zelfs in de bergen is voor de profs aerodynamica vaak belangrijker dan een paar honderd gram minder gewicht.

Waarom de profs hun klimfiets laten staan

De UCI stelt een minimumgewicht van 6,8 kilo. Moderne aerofietsen zitten daar inmiddels heel dicht tegenaan. Het verschil met een klimfiets is dus hooguit enkele honderden grammen – te weinig om in de praktijk het verschil te maken. Een aerofiets is sneller op het vlakke én in de afdaling, en bergop verlies je nauwelijks iets. Daarom kiezen toppers als Pogačar (Colnago Y1RS) en Vingegaard (Cervélo S5) tegenwoordig voor aero, all the way.

Maar hoe zit dat voor jou en mij?

Nu denk je misschien: oké, maar ik ben geen prof en ik rijd ook niet 43 km/u gemiddeld in een etappe van de Tour. Toch geldt hetzelfde principe. Ook bij onze ‘doodnormale’ snelheden speelt luchtweerstand een grotere rol dan je zou verwachten. Een aerofiets is dus meestal de snellere keuze, ook in de heuvels. In het hooggebergte is het voor ons stervelingen een iets ander verhaal. Fiets je langzamer dan 15 km/u een berg op, dan kun je beter een lichte klimfiets gebruiken. Vanaf 15 km/u gaat de aerofiets voordeel geven. Voor de meesten van ons zal de lichte klimfiets dus de beste keuze blijven op lange en steilere beklimmingen.

Maar snelheid is niet alles. Een lichte klimfiets voelt vaak speelser, levendiger, en kan meer plezier geven bij korte, pittige klimmetjes. En comfort telt ook: aerofietsen zijn stijver en soms wat minder vergevingsgezind. Wil je gewoon lekker fietsen, zonder de snelste te willen zijn, dan is een lichte fiets misschien juist leuker.

Conclusie

  • Voor wie prestaties telt: kies aero. Dat is vrijwel altijd sneller, ongeacht het terrein.
  • Voor wie plezier en gevoel belangrijk vindt: een klimfiets kan meer fun geven. Het gevoel van een ultralichte fiets die dansend de berg opgaat, blijft uniek.

Wat we in de Tour zagen, is duidelijk: op WorldTour-niveau is de klimfiets passé. Voor jou als liefhebber hoeft dat niet te betekenen dat je je klimfiets moet inruilen – maar wil je écht harder gaan, dan wijst de wetenschap onverbiddelijk richting aero.