De koffiestop: met appeltaart op het terras of met een gasbrander in het bos?

Praat mee!

Erwin Sikkens

Erwin Sikkens

Van velgrem naar schijfrem. Van 10 naar 11 en inmiddels 12-speed. Steeds bredere banden. In het fietsen verandert eigenlijk alles voortdurend, maar één heilig huisje lijkt immuun voor de tijd: de koffiestop. Na een uur of twee duikt elk fietsgroepje vroeg of laat een terras op. Fietsen in een rij tegen de gevel, schoenen los, helmen op tafel. De bestelling is voorspelbaar: koffie en appeltaart. Met of zonder slagroom, dat is hooguit nog de vraag. Even zitten, even eten, en weer door.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Even bijtanken en weer verder

Het hoort erbij. Niet tijdens een doordeweekse avondrit, maar in het weekend is de koffiestop bijna immaterieel erfgoed. Een stilzwijgend doorgegeven traditie. Want hoe mooi de route ook is, ergens halverwege wacht altijd dat moment waarop je van de fiets wilt. Even geen tegenwind. Geen bordjessprint. Niet naar de reclameboodschap op de broek van de fietser voor je kijken. De koffiestop is tegelijk beloning en brandstof: even bijtanken en weer verder. Gezellig, en vooral ook niet te lang. Ik heb inmiddels op tal van plekken koffie-met-appeltaart-ervaring. Bike & Eat in Loenen is tegenwoordig mijn vaste stop. Ik zit daar regelmatig, bestel dezelfde zwarte koffie met hetzelfde stuk appeltaart, maak een praatje met eigenaar Barney, beoordeel stilzwijgend de fietsen aan de andere tafels en stap weer op. Een ritueel dat al jaren meegaat. En toch merk ik dat het verandert. Langzaam sluipt er een nieuwe gewoonte in.

Liever een mooi plekje dan een café

Tijdens het bikepacken is stoppen vanzelfsprekend. Je neemt alles zelf mee op de fiets en bent niet afhankelijk van een café. Je stopt waar het mooi is, niet waar de koffie staat. Dat ben ik zo gaan waarderen dat ik het ook tijdens gravelritjes ben gaan doen. Daypacking noem ik dat. Ik stop bij een bankje, parkeer m’n fiets tegen een boom. Geen menukaart, geen bediening, geen appeltaart. Alleen een klein gasbrandertje, een pannetje water en wat geduld. Water koken, koffie zetten, wachten tot het goed is. En tussendoor genieten van het uitzicht.

Slow coffee in het bos© Erwin Sikkens

Slow coffee in het bos

Slow coffee

Al tijden houd ik mezelf voor dat dit ooit een trend wordt. Dat we massaal met pannetjes in het bos zitten, onze eigen slow coffee te maken. Maar voorlopig deel ik mijn bankjes vooral met een ander type fietser: de toerfietsende thermosfles-mens. Gemiddelde leeftijd: vijfenzestig plus. Zij doen dit al jaren. Met de e-bike het bos in, bammetjes mee en dan ergens op een bankje dat zorgvuldig dichtgeknepen aluminiumfolie openvouwen. De koffie inmiddels lauw, maar het uitzicht maakt dat meer dan goed. En daar zit ik dan naast, lekker hip te doen met mijn gravelbike. Of doe ik stiekem gewoon hetzelfde?

Geen onderbreking maar doel van je rit

Toch zit er iets in, in die koffie in het bos. Het geeft een rust die je op een terras zelden vindt. Als ik daar zit, is het geen onderbreking van de rit, maar het doel ervan. Ik doe het voor het geluid van water dat begint te koken. De stilte van het bos. Het gevoel dat er even niets hoeft. De koffiestop in het café voelt meer functioneel: leuk, maar ondergeschikt aan het fietsen. Tegelijk heb ik de koffie met appeltaart op een terras zeker nog niet afgezworen. Beide kunnen naast elkaar bestaan. De ene keer een snelle koffie, de andere keer een zelfgemaakte kop op een mooie plek. Soms een pauze, soms een hoogtepunt. Misschien zegt de koffiestop uiteindelijk wel meer over hoe je fietst dan de rit zelf. Snelheid of rust. Afstand of aandacht.

En mocht je mij de komende jaren met een e-bike en thermosfles door het bos zien rijden, waarschuw me dan even. Dan ben ik misschien toch iets te ver doorgeslagen in de balans tussen koffie en fietsen.