Getest: Schwalbe’s G-ONE RS PRO versus G-ONE Allround

Update: Gisteren om 09:04

Mark Tomesen

Mark Tomesen

Wat is er leuker dan een ontspannen gravelrit op een zonnige herfstdag? De banden zoemen over de ondergrond — of dat nu asfalt, grind, zand, keien, bosgrond of echt gravel is. In de bochten blijf je moeiteloos overeind; de grip voelt vertrouwd en de fiets reageert voorspelbaar. Je trapt met een vermogen dat goed vol te houden is, en in plaats van te vechten tegen de klok, geniet je van de omgeving. Dát is gravellen zoals het bedoeld is: comfortabel, ontspannen en vol rijplezier.

Tekst, experiment & fotografie: Mark Tomesen.

De invloed van bandenkeuze

Een belangrijke factor in dat comfort is de bandenkeuze. De breedte, het profiel en de rubbersamenstelling — de zogeheten compound — bepalen samen hoe soepel, snel en stabiel een gravelband rijdt. De compound hierbij is vooral een keuze van de fabrikant: een balans tussen rolweerstand, grip en slijtvastheid.

De breedte van de band is van groot belang. Op ruig terrein winnen bredere banden terrein: maten van 45 tot 50 millimeter zijn daar inmiddels populair. Voor het Nederlandse gravel, dat meestal wat milder is, volstaat een 40-millimeterband uitstekend.

Profielvergelijking: maakt het verschil?

Maar hoe zit het met het profiel? Maakt dat bij gelijke breedte en compound nog echt verschil in rolweerstand en comfort? Om dat te onderzoeken besloot ik twee populaire banden van hetzelfde merk onder de loep te nemen: de Schwalbe G-One Allround Addix Performance Raceguard TLE en de Schwalbe G-ONE RS PRO. Beide zijn 40 millimeter breed en gemaakt met Schwalbe’s meest recente ADDIX-compound.

De verwachting ligt voor de hand: de Allround zou moeten uitblinken op gemengd terrein, terwijl de RS Pro — zoals de naam al doet vermoeden — zijn voordeel haalt uit hardere ondergronden. Toch is het interessant om te zien of de RS PRO op die stukken zoveel winst boekt dat hij de Allround in totale prestaties kan overtreffen.

In deze vergelijking wil ik onderzoeken hoe het profiel van een gravelband het rijgevoel en de efficiëntie beïnvloedt. Het is interessant om te kijken hoe groot dit effect is, en daarnaast ben ik benieuwd of de strakkere RS PRO mogelijk verrassende resultaten oplevert.

G-ONE Allround en RS PRO© Mark Tomesen

G-ONE Allround en RS PRO

De banden in detail

Als eerste punt: beide banden zijn geschikt voor tubeless gebruik. In Figuur 1 wordt het verschil tussen de twee bandentypes duidelijk geïllustreerd. Aan de linkerkant zien we de Allround-band, gemonteerd op de fiets, en aan de rechterkant de RS PRO. De Allround-band is uitgerust met kleine, gelijkmatig verdeelde nopjes over het hele loopvlak, die zorgen voor betrouwbare grip op losse ondergronden zoals grind, zand of bosgrond.

De RS PRO daarentegen heeft een opvallend ander ontwerp. Het midden van de band is vrijwel vlak — ideaal om soepel over harde ondergrond te rollen — terwijl de zijkanten voorzien zijn van een ruwer profiel. Dat profiel komt pas echt tot zijn recht in bochten, wanneer de fiets iets overhelt en de buitenste delen van de band het werk doen.

Dit ontwerp lijkt een slim compromis: een lage rolweerstand op asfalt en harde gravelstroken, gecombineerd met voldoende stabiliteit en grip wanneer het terrein bochtiger of losser wordt. De RS PRO is daarmee duidelijk ontworpen voor rijders die regelmatig wisselen tussen verharde wegen en snellopende gravelpaden — een type ondergrond dat in Nederland maar al te bekend is.

Testcircuit en methode

 

schwalbe banden© Mark Tomesen

Om de twee banden eerlijk met elkaar te kunnen vergelijken, is een zorgvuldig gekozen testparcours essentieel. Daarom koos ik voor een rond circuit dat begint en eindigt op hetzelfde punt. Op die manier heffen eventuele windinvloeden elkaar grotendeels op, wat zorgt voor betrouwbaardere resultaten.

Het parcours weerspiegelt een typisch Hollands graveltraject. Ongeveer een kwart van de route bestaat uit voornamelijk harde ondergrond — asfalt (zie fig. 2) en een mix van asfalt/gravel (zie fig. 3). Een tweede kwart voert over zanderige paden (zie fig. 4). Tijdens de test was de bodem dankzij eerdere regenval stevig, en zeker niet mul. De resterende helft van het traject bestaat uit een afwisselende mix van grind, gravel en bosgrond (zie fig. 5). Het testcircuit heeft een totale lengte van 3,6 kilometer, wat voldoende is om subtiele verschillen in rolweerstand en comfort duidelijk zichtbaar te maken. Het parcours is ontworpen om een representatief beeld te geven van een gemengd gravel pad, met een combinatie van rechte stukken en bochten. Het traject bevat 10 haakse bochten, evenals een volledige draai van 180 graden, waardoor de prestaties van de banden op bochtige secties ook goed getest worden.

Tijdens elke testrit houd ik de fietspositie constant: handen ontspannen boven op de shifters. Ook het vermogen blijft gecontroleerd: alle ritten worden gereden met een gemiddeld vermogen van 200 Watt, gemeten via een vermogensmeter op het stuur. Na afloop noteer ik zowel de trajecttijd als het werkelijk gereden gemiddelde vermogen. Kleine afwijkingen corrigeer ik achteraf met een berekening waarin factoren als frontaal oppervlak en rolweerstand worden meegenomen. Zo worden alle ritten genormaliseerd naar exact 200 Watt: essentieel voor een eerlijke vergelijking.

schwalbe banden© Mark Tomesen

testfiets

Naast snelheid en vermogen meet ik ook het rijcomfort. Daarvoor gebruik ik een versnellingssensor die stevig op het stuur is gemonteerd. Zie testfiets. Deze sensor registreert elke trilling en schok die de fiets te verwerken krijgt. Wanneer een wiel een oneffenheid raakt, beweegt het kort omhoog — een versnelling die wordt uitgedrukt als een veelvoud van de zwaartekracht (g-kracht). Zodra het wiel weer neerkomt, volgt een versnelling in de tegenovergestelde richting. De sensor berekent de gemiddelde absolute waarde van al deze versnellingen gedurende de hele rit.

Dat levert per rit één helder getal op: een maat voor de totale hoeveelheid trillingen die de fietser daadwerkelijk ervaart. Hoe lager dat getal, hoe comfortabeler de rit. Zo ontstaat een objectieve basis om niet alleen de snelheid, maar ook het gevoel op de fiets wetenschappelijk te vergelijken.

Testopzet en parcours

Om een eerlijke vergelijking tussen de twee banden te waarborgen, werden de testritten allemaal op dezelfde dag gereden, met een korte pauze tussen de sessies. Dit minimaliseert de invloed van veranderende omstandigheden, zoals temperatuur of luchtvochtigheid, die de prestaties van de banden zouden kunnen beïnvloeden.

Halverwege de test werd de tubeless setup omgewisseld: de banden werden verwijderd, de sealant werd opgevangen en vervolgens werd de nieuwe band gemonteerd op dezelfde fiets. Na het plaatsen van de band op de velg, werd deze met hoge druk opgepompt. Daarna werd er nieuwe sealant vloeistof in de band gespoten en de band op de juiste druk gebracht.

De eerste rit werd gereden met een bandenspanning van 4,5 bar in de achterband en 4,2 bar in de voorband. Tussen de sessies door werd de druk systematisch 1 bar verlaagd zowel in de voor- als de achterband. De druk werd dus gemeten op de volgende waarden: druk achterband/druk voorband:

  • 4,5/4,2 bar
  • 3,5/3,2 bar
  • 2,5/2,2 bar
  • 1,5/1,2 bar

Door deze systematische afname van de bandenspanning kon ik het effect van de verschillende drukken op rolweerstand, comfort en grip gedetailleerd vastleggen, en daardoor ook de optimaal presterende spanning voor elke band nauwkeurig bepalen. Als laatste punt is nog het vermelden waard dat de testrijder 80 Kg weegt.

Metingen (I) optimale bandenspanning

de afbeelding hieronder toont de testresultaten in twee grafieken, één voor elke band. De winnaar van de test is de G-ONE Allround, die zijn beste prestaties levert bij een bandenspanning van 3,0 bar in de achterband en 2,7 bar in de voorband.

Zoals zichtbaar in Figuur 8, worden de snelste tijden behaald bij bandendrukken tussen 2,5 en 3,5 bar. In deze range is de G-ONE Allround 2% sneller dan de G-ONE RS PRO. Dit resultaat is duidelijk: de G-ONE Allround presteert het beste op dit typisch allround gravelparcours — een terrein dat varieert van harde gravelstroken tot afwisselend zand en bosgrond.

trajecttijd voor G-ONE banden© Mark Tomesen

trajecttijd voor G-ONE banden

Metingen (II): comfort en g krachten

de onderstaande afbeelding toont de resultaten van de versnellingssensor, die de verticale versnellingen (trillingen) tijdens de rit meet. De verticale versnellingen zijn op de y-as weergegeven (in eenheid van de zwaartekracht, g), terwijl de bandenspanning van de achterband op de x-as staat. Voor elke band is een aparte grafieklijn getrokken, die de verandering in trillingen bij verschillende bandenspanningen aantoont.

Figuur 9: gemiddelde versnelling oftewel g krachten© Mark Tomesen

gemiddelde versnelling oftewel g krachten

Bij de optimale bandenspanning van 3,0 bar blijkt dat de gemiddelde versnelling (trillingen) voor de G-ONE RS PRO maar liefst 11% hoger ligt dan voor de G-ONE Allround. Deze waarde is genormaliseerd voor eenzelfde snelheid. Dit betekent dat de RS PRO meer trillingen doorgeeft aan de fietser, wat kan bijdragen aan een minder comfortabel gevoel, vooral op ruw terrein.

Comfort en energieverlies

De G-ONE Allround lijkt dus duidelijk beter te presteren op het gebied van comfort, zoals blijkt uit de lagere verticale versnellingen (trillingen) die gemeten werden. Een lager trillingsniveau betekent dat er minder energie verloren gaat door schokken en een soepeler rijgedrag wordt ervaren, vooral op ongelijk terrein. Dit draagt bij aan een minder vermoeiende rit en betere controle, vooral wanneer het terrein niet perfect vlak is. De kleine nopjes op het loopvlak lijken hierbij een goede rol te spelen.

Daarentegen lijkt de G-ONE RS PRO met zijn hardere loopvlak meer impact op de fietser over te brengen. Dit resulteert in hogere trillingen en verhoogt dus de energieverliezen. In onregelmatig terrein, waar de impact van de ondergrond sterker wordt gevoeld, kan dit de snelheid vertragen en het rijcomfort verminderen.

Conclusie

Deze gegevens bevestigen dat de G-ONE Allround niet alleen uitblinkt in snelheid op gemengd terrein, maar ook in comfort. Het lagere trillingsniveau maakt de rit minder belastend voor de fietser, wat vooral merkbaar is op ruiger terrein. De G-ONE RS PRO, hoewel sneller op harde ondergronden, heeft meer last van trillingen, wat de algehele rijervaring in gemengde en onregelmatige terreinen minder prettig maakt. Op basis van deze test, lijkt voor een heerlijk ontspannen graveltocht de Schwalbe G-ONE Allround een prima keuze!