Nee, man in lycra, je houdt de wielrensters van de Tour de France Femmes niet bij
Bicycling.nl

De man die de vrouwenkoers saai noemt bestaat echt, en hij heeft carbon in de schuur staan. Vandaag begint in Lausanne de vijfde Tour de France Femmes, met Demi Vollering, titelverdedigster Pauline Ferrand-Prévot en Lorena Wiebes aan de start. Hij zat negentien avonden voor de mannen-Tour, maar bij de vrouwen weet hij het na tien minuten al. Traag. Saai. Leuk voor ze. De vraag van dit stuk is simpel: wat zegt dat oordeel over de koers, en wat zegt het over hem?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Hij denkt dat niemand kijkt, en dat klopt niet
Bij de cijfers sneuvelt zijn eerste aanname. De mannen-Tour van 2026 trok volgens de NOS gemiddeld 554.000 kijkers per etappe. De Tour de France Femmes van 2025 stond volgens Wielerflits, dat zich baseert op Stichting Kijkonderzoek, na vijf etappes op rond de 500.000. Naar de koninginnenrit van de vrouwen keken in 2024 zelfs 923.000 Nederlanders.
Twee verschillende jaren, en dat Femmes-gemiddelde was nog niet compleet, dus zuiver vergelijkbaar is het niet. Maar het gat is klein, en het beweegt niet één kant op: de mannen-Tour bij de NOS zakte van gemiddeld 702.000 kijkers in 2022 naar 586.000 in 2024, terwijl de vrouwen-Tour in Frankrijk in 2025 doorgroeide naar 2,7 miljoen per etappe.
De man die de vrouwenkoers saai noemt zit dus in de minderheid van zijn eigen argument. En hij zegt het nadat hij de voorbeschouwing van etappe 1 in Lausanne heeft opengeklikt.
Waarom uitgerekend hij zoveel gewicht in de schaal legt
Hij is niet zomaar iemand met een mening, hij is de doelgroep. Nederland telt volgens de Wielersportmonitor van Ipsos en de NTFU, in april 2026 aangehaald door de KNWU, meer dan 1,5 miljoen wielrenners, mountainbikers en gravelbikers. Het aandeel vrouwen groeide in tien jaar van één op vijf naar één op drie, maar twee derde van de wielrenners is nog altijd man. De gemiddelde mannelijke sportieve fietser was in de monitor van 2023 47 jaar, en wegwielrennen wordt volgens het Mulier Instituut als mediasport vooral gevolgd door 55-plussers.
Zijn oordeel is dus geen waarneming van de zijlijn. Het komt van de man die bepaalt wat er op zaterdagmiddag opstaat.
Wat hij traag noemt, rijdt hij zelf niet
Pauline Ferrand-Prévot reed de Tour de France Femmes van 2025 uit in 29 uur, 54 minuten en 24 seconden over 1.168,6 kilometer. Dat is ruim 39 kilometer per uur gemiddeld, negen dagen op rij, Alpen inbegrepen. Bij de mannen ligt dat gemiddelde de laatste jaren boven de 42 kilometer per uur, waarbij Wielerflits en ProCyclingStats net iets anders rekenen omdat neutralisaties verschillend worden meegeteld. Bij de vrouwen-Tour van 2024 werd de etappe met finish in Rotterdam volgens lokale verslaggeving in Dordrecht afgewerkt met een gemiddelde van 45,057 kilometer per uur. Dat cijfer staat niet in een officieel ASO-document dat ik heb kunnen vinden, dus lees het als indicatie en niet als record.
Drie tot vier kilometer per uur verschil dus. Voor de man op de bank is dat verschil volstrekt betekenisloos, want beide gemiddelden liggen ver boven alles wat hij ooit rijdt. Hoe hardnekkig dat gat tussen mannen en vrouwen op wereldniveau eigenlijk is, en wanneer het volgens de statistiek zou verdwijnen, staat in ons stuk over de vraag of vrouwen ooit sneller gaan fietsen dan mannen.
'Het dashboardklepje als interne spoiler'
Ik ken die man goed, want ik ben hem ook geweest. Ik reed als nieuweling en later junior koersen, werd later professioneel wielrenner en pakte Nederlandse titels op de tijdrit en na een carriereswitch in de duatlon. En ik ken de andere kant net zo goed: het strakke pakje van meer dan honderd euro, het zakje bicarbonaat van veertig euro, en het onwrikbare gevoel dat de zondagochtendrit een uitzending is. Alsof er een helikopter boven hangt. Gelukkig hangt hij er niet, want die zou vooral techniek vastleggen die eerder thuishoort op de schaal van Richter dan in een wattage-per-kilo-tabel.
Als kind zat ik in de Nissan Sunny van mijn vader en klapte ik het dashboardklepje open als we harder moesten. De interne spoiler, dacht ik. Na een jaar bleek dat weinig effect te hebben, dus ging ik op zijn knie duwen. Dat werkte wél. Twee jaar later begreep ik dat mijn vader het toneelstukje gewoon leuk vond en zelf besliste wanneer hij gas gaf. Zo werkt dat pakje deels ook. Wat de profs doen is niet het klepje, dat is tien jaar opbouwen. En hoe minder vermogen er in de benen zit, hoe meer materiaalkennis er meestal uit de mond komt, zoals we eerder beschreven in de ode aan de vertragende wielrenner.
Saai betekent bij hem meestal onbekend
Hier zit de kern. Saai is bijna nooit een oordeel over de koers, het is een oordeel over je eigen kennis. Hij kent de mannen-Tour omdat hij er duizend uur in heeft zitten. Hij weet wie er gaat kraken op de Ventoux voordat hij kraakt. Bij de vrouwen mist hij die voorkennis, dus mist hij de spanning, en dan noemt hij dat saai.
Dat is deels structureel en niet alleen persoonlijk. Wielerflits meldde deze week dat van de negen etappes in de Tour de France Femmes 2026 er slechts twee van start tot finish live te zien zijn. Minder uitzendtijd betekent minder verhaallijnen, en minder verhaallijnen betekent minder namen die blijven hangen. Onderzoek van het Mulier Instituut naar de zendtijdverdeling in het NOS Sportjournaal wees eerder op een stevige onbalans tussen mannen- en vrouwensport, maar die metingen komen uit 2014 en 2015 en zijn dus achterhaald voor nu. Ik ken geen recent Nederlands onderzoek dat specifiek meet of mannen wegzappen omdát het vrouwen zijn.
Sterker nog, er is een cijfer dat mijn eigen these deels tegenspreekt, en dat hoort er dan ook bij te staan. De Belgische mediaregie RMB rapporteerde over de Tour de France Femmes van 2023 dat het bereik onder mannen van 18 tot 54 jaar hoger lag dan onder vrouwen van 18 tot 54. Bij de vrouwen-Tour kijken dus vooral mannen. Het taboe is daarmee niet dat mannen niet kijken. Het taboe is dat een deel van de mannen die wél kijken er niet over praat, of het kijken meteen inpakt in een oordeel om er niet op afgerekend te worden. Saai roepen is dan geen recensie, het is dekking zoeken.
En zwijgen heeft gevolgen die verder reiken dan de bank. Waar niet over gepraat wordt, wordt ook niet in geïnvesteerd, zoals blijkt uit het tepeltaboe dat innovatie in het vrouwenpeloton tegenhoudt. Ondertussen verandert er in het materiaal wel degelijk van alles, tot en met de wielerbroek die bij ons is weggedemarreerd.
Bekijk de favorieten voor de gele trui even door voor je gaat kijken. Twintig minuten voorkennis maakt van saai gewoon koers.












