Fietsen in de Marche, Italië

De Marche: Echt Italië ontdekken over wegen die Roubaix makkelijk doen lijken

Update: 27 augustus 2026 om 08:02
Praat mee!

Roadbike Holidays

Roadbike Holidays

Glooiende heuvels, eindeloze vergezichten en wegen die je soms meer doen denken aan een rallyproef dan aan een fietsroute. De Marche, de regio tussen de Apennijnen en de Adriatische kust, is een van de regio's in Italië waar het massatoerisme nog niet heeft toegeslagen. 

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Terwijl in de Dolomieten en Toscane de fietsers in de zomer in lange colonnes omhoog rijden, kun je hier uren onderweg zijn zonder veel meer tegen te komen dan een enkele auto, een lokale wielrenner en af en toe een kerkklok die over het dal luidt. Het is de echte Italiaanse wielercultuur. Meer dan een sport.

Een ochtend in de stilte van de Marche

Deze zomer was ik in de Marche-regio in Oost-Italië. Vanwege de hitte en omdat ons huisje vlakbij de kust van Porto Potenza Picena lag, eindigden de meeste dagen op het strand. Maar ik heb het ook maar eens gewaagd op de racefiets. In de vroege ochtend waren de uitzichten werkelijk prachtig: zee aan de horizon, heuvels die in lagen naar het binnenland uitwaaieren, en dorpjes die als kleine eilanden in het landschap lagen. Een cappuccino voor 1,30 euro voelde ook goed bij de koffiestop. 

Terwijl de regio wakker werd, reed ik over wegen die nog onvoorspelbaarder waren dan het darmstelsel van Tom Dumoulin. Een lappendeken aan asfalt met prachtige stukken glad en gripvol wegdek, afgewisseld met stukken die je eigenlijk geen asfalt meer mag noemen. Soms was het alsof de weg ophield en ergens anders weer verderging, met een paar meter ruw tussendoor. Wie houdt van perfecte Zwitserse weggetjes, moet hier misschien even wennen. Wie houdt van avontuur, is hier aan het juiste adres.

Wij zaten in een ontzettend rustig en ook relatief arm stuk van de regio. Dat merk je aan de bebouwing, aan de kleine barretjes en aan de snelheid waarmee het leven hier gaat. Maar het betekent ook: weinig verkeer, weinig toeristen en veel ruimte om gewoon te rijden. De wegen aan de kust waren prachtig en er zijn genoeg goede en prachtige routes in de regio.

Het geheime wielergebied van Italië?

Wie droomt van fietsen in Italië, denkt vrijwel automatisch aan de Dolomieten of Toscane. Dat is niet zo vreemd. De Dolomieten trekken wielrenners met hun iconische passen en Toscane spreekt tot de verbeelding dankzij de glooiende heuvels, cipressen en pittoreske dorpjes. Toch hebben deze populaire regio’s ook een keerzijde. Vooral in de zomer delen duizenden wielrenners, motorrijders en vakantiegangers dezelfde wegen.

De Marche ligt aan de Adriatische kust, tussen Umbrië, Toscane en Abruzzo. Ondanks die centrale ligging wordt de regio opvallend vaak overgeslagen door buitenlandse fietsers. Meer dan 75 procent van de bezoekers komt uit Italië zelf; de resterende toeristen komen vooral uit Duitsland en Oostenrijk. Nederland wordt in de statistieken vaak niet eens genoemd. Onbekend maakt onbemind, en dat is in dit geval onterecht.

De wegen slingeren door een landschap van wijngaarden, olijfboomgaarden en zonnebloemvelden, waarna ze langzaam overgaan in de uitlopers van de Apennijnen. Onderweg passeer je middeleeuwse dorpjes waar de terrassen nog gevuld zijn met locals in plaats van toeristen. Het resultaat is een regio die aanvoelt als Toscane van twintig jaar geleden, maar dan met nog meer rust en ruimte.

Marche - Italië© Mats Noordover

Van glooiende heuvels naar de Monti Sibillini

Wat de Marche onderscheidt van veel andere fietsbestemmingen is de enorme afwisseling. Je kunt de dag beginnen tussen de heuvels dicht bij de kust en enkele uren later midden in de bergen rijden. De beklimmingen zijn lang genoeg om een uitdaging te vormen, maar zelden zo druk als de beroemde Alpenpassen.

Het absolute hoogtepunt van de Marche is zonder twijfel het Nationaal Park Monti Sibillini. Een van de minder bekende bergen van Italië. Dit berggebied in het binnenland van de regio, grenzend aan Umbrië, behoort tot de indrukwekkendste landschappen van Midden-Italië en wordt verrassend weinig bezocht door buitenlandse wielrenners. De wegen kronkelen langs steile kalkrotsen, groene valleien en bergmeren, terwijl het verkeer vaak beperkt blijft tot een enkele auto of lokale wielrenner.

Juist die stilte maakt fietsen hier zo bijzonder. In plaats van een onafgebroken stroom toeristen hoor je vooral het geluid van je eigen banden over het asfalt, het gezang van vogels en af en toe de kerkklok van een dorpje diep beneden in het dal. Voor wie hoogtemeters wil maken, zijn er routes met duizenden klimmeters mogelijk. Voor wie liever rustig geniet, zijn er eindeloze glooiende wegen die door het landschap slingeren.

Tirreno-Adriatico en de Giro: De Marche op het podium

De Marche is niet alleen een paradijs voor toeristische fietsers, maar ook een vaste waarde in het professionele peloton. De regio is immers de plek waar de Tirreno-Adriatico altijd haar slotstuk kent. De laatste etappe naar San Benedetto del Tronto is een klassieker, maar vaak wordt ook de beslissende ‘Muri’-rit in de Marche gereden.

In 2026 voer de Tirreno-Adriatico opnieuw door de regio. Etappe 5 ging van Marotta-Mondolfo naar Mombaroccio, etappe 6 van San Severino Marche naar Camerino, en de slotetappe startte in Civitanova Marche om te finishen in San Benedetto del Tronto. De laatste rit was 142 kilometer lang en voerde over de klimmetjes van Montefiore d’Aso (10,9 km à 3,4%) en Ripatransone (8,4 km à 4,6%), waarna het peloton langs de kust naar de finish reed. Jonathan Milan won er de sprint, Isaac del Toro pakte het eindklassement.

Ook de Giro d’Italia finishte er dit jaar nog. In Fermo reed Jhonatan Narváez naar een van zijn drie ritoverwinningen in deze Giro. De Ecuadoriaan van UAE Team Emirates kwam na een heuvelrit van 156 kilometer tussen Chieti en Fermo solo over de streep. 

Koffiestops, cultuur en het echte Italiaanse gevoel

Een fietsdag in Italië draait om meer dan alleen mooie wegen. Juist de momenten waarop je afstapt, maken een rit compleet. In de Marche hoef je nooit lang te zoeken naar een sfeervol plein waar een klein café de perfecte espresso serveert. Plaatsen als Urbino, Offida, Sarnano, Amandola en Ascoli Piceno nodigen uit om even de helm af te zetten en het Italiaanse leven in je op te nemen.

Terwijl de fietsen tegen een eeuwenoude muur staan geparkeerd, geniet je van een espresso of een rijk belegde panini voordat de route weer verder de heuvels in voert. Dat ontspannen ritme maakt fietsen in Italië zo geliefd. En ja, ook die cappuccino voor 1,30 euro hoort daar gewoon bij. Het zijn de bekende plaatjes die je gewend bent van Italië.

Wanneer kun je het beste fietsen in de Marche?

Hoewel de Marche ook in de zomer prachtig is, kiezen veel ervaren wielrenners bewust voor het voorjaar of het najaar. In april, mei en juni kleuren de heuvels frisgroen en zijn de temperaturen ideaal voor lange ritten. Ook september en oktober behoren tot de mooiste maanden. De hitte is dan verdwenen, de druivenoogst is begonnen en de wegen zijn nog rustiger dan in het hoogseizoen.

Rond november zie je vooral stoppelvelden en braakliggende akkers. In de zomer kleurt de regio juist geel van de zonnebloemen, een van de redenen waarom veel georganiseerde fietsreizen dit deel van de Marche juist in juli en augustus aandoen. Dankzij de combinatie van kust, heuvels en bergen is het fietsseizoen in de Marche bovendien langer dan in veel Alpenregio’s.

Marche - Italië© Mats Noordover

Rust is hier de grootste luxe

Waar je op bekende beklimmingen in de Dolomieten soms in een lange rij wielrenners omhoog rijdt, voelt de Marche verrassend leeg. Urenlang kun je fietsen zonder grote groepen tegen te komen. Het verkeer is beperkt en ook motorrijders kiezen meestal voor andere regio’s.

Daardoor kun je volledig opgaan in de omgeving. Je hoeft nauwelijks rekening te houden met drukte en hebt alle ruimte om onderweg foto’s te maken, rustig te klimmen of simpelweg van het uitzicht te genieten. Voor veel wielrenners blijkt dat achteraf de grootste luxe van allemaal. Je ziet dat de wielercultuur hier het hele jaar doorleeft, zoals deze Pantani-collectie die we in een piepklein plaatsje vonden.

Pantani collage© Mats Noordover

Een ideale bestemming voor een complete fietsweek

De Marche is bij uitstek geschikt voor een meerdaagse fietsvakantie. Vanuit één accommodatie kun je iedere dag een compleet andere route rijden. De ene dag verken je de glooiende heuvels rondom Urbino, terwijl je de volgende dag diep de Monti Sibillini intrekt. Vervolgens kun je kiezen voor een rit langs de Adriatische kust of juist voor een lange tocht door de stille binnenlanden.

Juist die veelzijdigheid zorgt ervoor dat geen enkele fietsdag hetzelfde aanvoelt. Je hoeft niet telkens je koffers te verplaatsen en ontdekt toch iedere dag een nieuw stuk van de regio. 

De Marche is Italië zoals veel wielrenners ervan dromen

Steeds meer populaire fietsbestemmingen verliezen een deel van hun charme door de groeiende drukte. De Marche bewijst dat het ook anders kan. Hier vind je uitdagende beklimmingen, eindeloze glooiende wegen, historische stadjes en de gastvrijheid waar Italië om bekendstaat, zonder voortdurend andere fietsers of toeristen tegen te komen.

Wie het echte Italië wil ervaren, hoeft daarom niet per se naar de Dolomieten of Toscane. Waar natuurlijk ook prachtige routes te fietsen zijn. De mooiste verrassing ligt misschien wel iets zuidelijker, verscholen tussen de Adriatische kust en de Apennijnen. En juist omdat de Marche nog niet door de massa is ontdekt, voelt iedere rit alsof je een goed bewaard geheim hebt gevonden. Je gaat niet naar de Marche voor een trainingsweek waar je overal vol gas de bocht in gaat. In een fietsvakantie door deze regio maak je echt Italië mee.