De meeste wielrenners remmen fout. Jij ook?
Photo by Mathias Reding on Unsplash

Remmen klinkt simpel. Knijpen maar. Toch is het een van de vaardigheden waarop de meeste fietsers het meeste laten liggen. Goed remmen is een techniek, en zoals elke techniek kun je hem leren. Beter nog: als je hem eenmaal beheerst, heb je geen slipcursus meer nodig..
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Van velgrem naar schijfrem: Een kleine revolutie
De overgang van velgrem naar schijfrem heeft het remmen op de fiets ingrijpend veranderd. Waar je met een velgrem afhankelijk was van de conditie van je velg en de weersomstandigheden, biedt de schijfrem onder nagenoeg alle omstandigheden consistent en krachtig remvermogen. De remweg is daarmee aanzienlijk korter geworden.
Maar misschien nog wel belangrijker: schijfremmen zijn beter te doseren. Je kunt de remkracht veel fijner afstellen zonder dat het snel naar het uiterste gaat. Dat geeft je als fietser meer controle, meer gevoel, en uiteindelijk meer vertrouwen in lastige situaties.
>>> Lees ook: De beste tips voor wielrenners bij het remmen op je racefiets
Beide remmen gebruiken, altijd
De grote fout die veel fietsers maken: ze remmen met één hand. Of ze knijpen alles tegelijk vol dicht en hopen het beste. Beide aanpakken zijn niet ideaal.
Optimaal remmen doe je met voor- en achterrem tegelijk, maar niet met gelijke kracht. Je haalt je veruit de meeste remkracht, vaak 70 tot 80% uit je voorrem. Dit komt door de gewichtsverplaatsing: zodra je remt, duwt de massa van de fiets naar voren. Hierdoor krijgt het voorwiel veel meer grip (druk op het wegdek) en het achterwiel juist minder.
De verdeling werkt in de praktijk precies andersom dan je dacht:
- Voorrem (krachtigste rem): Hiermee rem je het hardst. Je gebruikt deze om de vaart er echt uit te halen.
- Achterrem (ondersteunende rem): Deze gebruik je subtieler of juist om de motor/fiets stabiel te houden of bij te remmen in een bocht.
Als je de achterrem te hard inknijpt, blokkeert het wiel direct en ga je glijden omdat er veel minder gewicht op rust.Voor de juiste techniek en het beste resultaat gebruik je weliswaar beide remmen tegelijk, maar doseer je de voorrem juist steviger en de achterrem zachter. Moderne e-bikes hebben tegenwoordig vaak ABS of een gecombineerd remsysteem dat dit automatisch voor je verdeelt.
>>> Lees ook: Schijfremmen van je fiets afstellen doe je zo
Noodsituaties: Remmen én nadenken over wat daarna komt
In een acute noodsituatie, bij een plotselinge valpartij of een obstaktel dat ineens voor je staat, geldt in de basis dezelfde remdosering, maar met één cruciale aanpassing: ga met je gewicht naar achteren.
Door je lichaam iets naar achter te brengen, verleg je het zwaartepunt. Dat geeft je meer ruimte om de voorrem harder te betrekken zonder over de kop te gaan. Het is een tegenstrijdig gevoel, want instinctief wil je juist voorover, maar wie naar achteren gaat, heeft de controle aan zijn kant.
En als je dan toch niet meer tot stilstand komt? Dan is zijdelings van de fiets gaan de minst slechte optie. Je glijdt eraf in plaats van dat je eerst nog door de lucht wordt geslingerd. Dat scheelt fors in de gevolgen.
>>> Lees ook: Piepende schijfremmen op je fiets: Dit is wat je er tegen kunt doen
Samengevat: Zo rem je goed
- Gebruik altijd beide remmen.
- Voorrem meer meer kracht, achterrem meedoen maar doseren.
- In noodsituaties: gewicht naar achter, dan voorkom je over de kop te gaan en dat zal je val in hoogte reduceren.
- Als het misgaat: zijdelings laten gaan, niet vastklampen.
Goed remmen is niet voor iedereen een aangeboren talent. Het is een gewoonte die je opbouwt door er bewust mee bezig te zijn. Begin er maar eens mee op een rustig stuk weg, en je merkt al snel hoeveel marge je nog hebt laten liggen.












