De pedaalslag van Pogacar: Klein detail, groot verschil
PRO SHOTS / SIPA USA

De top van het wielrennen verschuift. Renners als Tadej Pogačar duwen die grens actief vooruit. Niet alleen met vermogen, maar vooral met hoe dat vermogen op de pedalen komt. Een van de meest opvallende ontwikkelingen zit in zijn pedaalslag. Waar veel renners hun hiel tijdens de neergaande trap licht laten zakken, houdt Pogačar zijn hiel juist omhoog. Continu. Zelfs onder maximale belasting.
Klinkt klein. Is het niet.
De sleutel: trappen met ‘gesloten’ enkel
Deze techniek heet plantar flexie. In simpele taal: je trapt met een actieve, licht naar beneden gerichte voetstand, alsof je je tenen een beetje naar beneden wijst.
Wat er dan gebeurt, is een kettingreactie:
- De enkel wordt stabieler
- De knie volgt strakker in lijn
- Krachtverlies in de trapbeweging neemt af
Je lichaam voelt zich stabieler, en dat is cruciaal. Want zodra je brein instabiliteit detecteert, knijpt het automatisch je krachtproductie af. Minder risico, maar dus ook minder vermogen. Met een stabiele enkel geef je als het ware groen licht: alles mag meedoen.
Een langere powerfase
Waar het echt interessant wordt, is hoe die techniek de pedaalslag verlengt. Normaal zit er een soort “dode zone” rond het onderste deel van de trap. Bij veel renners valt daar de kracht even weg. Bij Pogačar niet.
Door zijn hiel hoog te houden:
- schakelen zijn bilspieren al vroeg in, rond 12 uur
- blijven zijn quadriceps langer kracht leveren
- loopt die kracht door tot diep in de trap, richting 5 tot 7 uur
Gevolg: geen korte stomp, maar een lange, vloeiende krachtboog. Meer torque. Minder verspilling. En vooral: langer vermogen kunnen vasthouden zonder dat je techniek uit elkaar valt.
Ook de opgaande fase doet mee
De meeste renners denken vooral aan duwen. Maar fietsen is net zo goed trekken. Met een hoge hiel kunnen de hamstrings eerder en effectiever aanschakelen in de opgaande beweging. Er zit geen vertraging meer in de enkel die eerst “moet bewegen”.
Dat zorgt voor:
- een soepelere rondgaande beweging
- minder negatieve kracht
- een hogere, stabielere cadans
Oftewel: je tegenbeen werkt niet meer tegen je.
De vergeten schakel: bovenin de trap
Veel kracht gaat verloren precies waar de trap opnieuw begint. Dat kleine moment bovenin. Hier helpt deze techniek opnieuw. De heupbuigers kunnen sneller het been over de top trekken, waardoor je direct weer in je sterkste fase zit. Geen hapering, geen vertraging. En dat is precies waar moderne wielrenners het verschil maken: hoge cadans combineren met hoog koppel.
Waarom dit het spel verandert
Wat dit interessant maakt, is niet alleen dat het werkt. Maar dat het meetbaar is. Kleine verbeteringen in torque kunnen al snel tientallen watts verschil maken. Denk aan 1 Nm extra die zomaar 8 tot 10 watt oplevert. En ineens wordt duidelijk waarom de marges aan de top steeds kleiner lijken, maar de verschillen in de praktijk juist groter worden.
Niet omdat renners sterker zijn. Maar omdat ze slimmer trappen.












