De reden waarom je in het begin op een nieuwe fiets trager lijkt

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Je hebt maanden gespaard, uren reviews gekeken en eindelijk staat hij in de schuur. En dan rijd je je eerste rondje en is je gemiddelde lager dan op je oude fiets. Hoe kan dat? Voordat je de fiets terugbrengt naar de winkel: dit is waarschijnlijk volkomen normaal. Sterker nog, het zegt meer over jou dan over de fiets.

Ik ken het gevoel. Nieuwe fiets, hoge verwachtingen, en dan een Strava-bestand dat je liever niet deelt. Terwijl je toch echt had gelezen dat dit frame aerodynamischer, stijver en lichter was. Waar gaat het mis? Op een aantal plekken tegelijk, blijkt bij nadere beschouwing.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Je lichaam zit nog op je oude fiets

De belangrijkste reden is simpel: je positie is veranderd. Zelfs als de fietsenmaker je maten netjes heeft overgezet, is een nieuwe fiets nooit exact hetzelfde. Andere geometrie, ander zadel, andere reach, soms andere cranklengte. Je spieren hebben zich jarenlang aangepast aan één specifieke houding. Verander die houding een paar millimeter en je trapt tijdelijk minder efficiënt. Niet omdat de fiets slechter is, maar omdat jouw lichaam nog moet wennen aan de nieuwe hoeken.

Hoe lang dat duurt verschilt per persoon. Een exacte termijn is niet te geven, maar reken op enkele weken van regelmatig fietsen voordat je nieuwe positie echt is ingesleten.

Je rijdt voorzichtiger dan je denkt

Een nieuwe fiets stuurt anders. Andere balhoofdhoek, andere wielbasis, andere remmen. Onbewust rem je eerder voor bochten, daal je behoudender af en houd je meer marge. Logisch, je kent het materiaal nog niet en je wilt geen krassen op je nieuwe aanwinst. Al die kleine stukjes voorzichtigheid tikken aan in je gemiddelde snelheid. Op een rit van twee uur kan alleen dit al het verschil verklaren dat je op je fietscomputer ziet.

Je banden zijn waarschijnlijk de echte boosdoener

Hier zit vaak de grootste meetbare factor. Nieuwe fietsen worden regelmatig geleverd met banden die vooral goedkoop zijn, niet snel. Ook de bandenspanning staat zelden goed afgesteld op jouw gewicht en de wegen waar jij rijdt. Rolweerstand is een van de grootste weerstandsfactoren op de fiets, dus een trage band kost je direct snelheid. Sterker nog, de juiste bandenspanning is waarschijnlijk de goedkoopste prestatiewinst die je op de fiets kunt behalen. Check dus eerst je banden en je druk voordat je conclusies trekt over het frame.

Je verwachting werkt tegen je

En dan het psychologische deel. Wie veel geld uitgeeft, verwacht resultaat. Die verwachting kan twee kanten op werken. Onderzoek bij amateurwielrenners laat zien dat fietsers meer vermogen leveren wanneer ze denken op topmateriaal te rijden, het bekende placebo-effect. Maar diezelfde verwachting maakt je ook kritischer. Een gemiddelde dat je op je oude fiets prima vond, voelt op je nieuwe fiets ineens als een teleurstelling. De rit is niet trager, jouw referentiekader is verschoven.

Daar komt bij dat het effect van een nieuwe fiets op je hoofd vaak groter is dan het effect op je snelheid. Nieuwe motivatie, serieuzer trainen, vaker de deur uit. Dat is uiteindelijk wat je sneller maakt, niet het carbon. Maar die gedragsverandering heeft tijd nodig. In week één zie je er nog niets van terug.

Wat je wel kunt doen

Geef jezelf een paar weken voordat je oordeelt. Rijd dezelfde rondjes als op je oude fiets, zodat je eerlijk vergelijkt. Controleer je bandenspanning en overweeg snellere banden als je fiets met budgetrubber is geleverd. Check of je positie klopt, want zadelhoogte, zadelpositie en reach bepalen samen vrijwel je hele houding op de fiets, eventueel met een professionele bikefit. En kijk vooral niet elke rit naar je gemiddelde. Vermogen en gevoel zeggen in deze fase meer dan snelheid.

De kans is groot dat je over een maand niet meer snapt waarom je je zorgen maakte. En zo niet, dan weet je in elk geval zeker dat het niet aan het wennen lag.