De Van der Poel-methode: wielrenners op bergschoenen
© Getty Images

We hebben het gezien: eerst was hoogtestage de heilige graal, daarna werd heat the new altitude. Wielrenners zoeken continu naar nieuwe manieren om sterker te worden. Maar soms ligt de volgende doorbraak niet in een lab, maar gewoon op het wandelpad. Want wie écht sterker wil worden, moet misschien eens… een bergschoen aantrekken.
Klinkt vreemd? Vraag het aan olympisch schaatskampioen Nils van der Poel.
De Van der Poel-filosofie: word onverslaanbaar door rustig te trainen
Toen Nils van der Poel zijn inmiddels legendarische trainingsmanifest publiceerde, fronste de sportwereld de wenkbrauwen. Geen magische wattages, geen exotisch schema. Nee: urenlang aerobe arbeid op lage intensiteit, waaronder hikes van meerdere uren, dagen achter elkaar.
“Train zoveel als je kunt zonder kapot te gaan,” was zijn credo.
En het werkte. Twee keer olympisch goud, wereldrecords, complete dominantie.
Van der Poel liet zien wat wetenschappers al langer weten: langdurige, rustige inspanning – ook te voet – bouwt een aerobe motor die bijna niet stuk te krijgen is.
Waarom wandelen zo’n vermomde supertraining is
1. Low-impact uren = high-performance motor
Studies tonen dat langdurige lage-intensiteit beweging de "mitochondriale dichtheid" verhoogt: meer energiefabriekjes, meer vermogen, meer efficiëntie. Wandelen geeft die prikkel zonder de spierschade die intensieve fietstraining soms veroorzaakt.
2. Je traint spieren die de fiets overslaat
Glutes, hamstrings, enkelstabilisatoren: fietsen raakt ze, maar niet volledig. Bergop lopen doet dat wél. Het resultaat? Betere stabiliteit, meer krachttransfer en sterker klimmen.
3. Hoogtemeters zijn natuurlijke VO₂max-boosters
Wie wandelt in heuvels of bergen zit urenlang in hartslagzone 2–3. Precies de zone die volgens onderzoek cruciaal is voor een duurzame VO₂max-upgrade.
4. Sterkere botten, sterker bindweefsel
Fietsen is vriendelijk voor je gewrichten, maar botten en pezen worden er niet sterker van. Wandelen wél. En dat maakt je als wielrenner robuuster en minder blessuregevoelig.
5. Je hoofd krijgt óók een reset
Meerdaagse trekkings verlagen aantoonbaar de cortisolspiegel. Dat betekent: betere adaptatie, diepere slaap en meer progressie. De mentale winst vertaalt zich direct naar fysieke winst.
Conclusie: de bergschoen hoort in de fietstas
Wielrennen wordt steeds specifieker, maar soms ligt de winst in iets heel basaals: wandelen, klimmen, uren maken. Van der Poel toonde hoe krachtig low-impact training kan zijn. De wetenschap bevestigt het. En de praktijk? Die merk je zodra je weer op de fiets stapt.




