Deze ene fout in de eerste kilometers sloopt je hele rit

Update: 14 februari 2026 om 08:53

Jelle Lugten

Jelle Lugten

Iedereen kent het gevoel. De eerste kilometers voelen licht, de benen zijn fris en de groep rijdt net iets sneller dan gepland. Voor je het weet ga je mee. Het lijkt onschuldig, zelfs logisch. Maar bij lange ritten is te hard starten een stille moraalbreker. Niet alleen mentaal. Vooral fysiologisch kan het je duur komen te staan.

Waarom te hard starten bijna altijd tegen je werkt

Het idee dat je na een mislukte start gewoon “de knop om” zet en opnieuw begint, klinkt stoer. In de praktijk werkt het zelden zo. Het lichaam onthoudt die eerste minuten. In die korte, harde inspanning stapelen lactaten zich op en ontstaat er al lichte spierschade. Dat zijn geen abstracte begrippen. Het zijn echte processen die tijd nodig hebben om te herstellen. En die tijd heb je tijdens een wedstrijd of lange tocht simpelweg niet.

Lactaat, afvalstoffen en verlies van efficiëntie

Lactaat is op zichzelf geen vijand, maar een teken dat je energiesysteem onder druk staat. Bij hoge intensiteit blijft er meer lactaat in het bloed circuleren. Daaraan kleven ook andere afvalstoffen. Voor korte inspanningen is dat funest, maar ook in een lange rit betaal je de rekening. Je verliest efficiëntie, je spieren voelen zwaarder en je vermogen om een strak tempo vast te houden daalt. Dat is geen kwestie van karakter. Dat is biologie.

Het voorbeeld uit de topsport. Joep Wennemars op de 1000 meter

Een sprekend voorbeeld zagen we bij Joep Wennemars op de 1000 meter schaatsen op de Olympische Spelen. Hij werd in zijn race gehinderd en mocht overnieuw. Op papier een tweede kans. In de praktijk wist vrijwel iedereen die de sport kent al dat het bijna onmogelijk zou worden om die tweede rit nog optimaal te rijden. Die eerste, alles of niets inspanning had zijn sporen al nagelaten. In een paar minuten hadden lactaten en microbeschadigingen in de spieren zich al gevormd. Dat herstel je niet door even diep adem te halen en weer te gaan.

Pacing is ook in lange duurritten genadeloos belangrijk

Wie denkt dat dit alleen voor sprinters geldt, vergist zich. Lange duurritten zijn misschien minder explosief, maar ze zijn meedogenloos voor fouten in pacing. Mijn eigen voorbeeld komt van de Ironman op Hawaii. Het fietsparcours is 180 kilometer tijdrit. Je rijdt eerst een lus langs de prachtige kust, maar al snel krijg je een klim van ongeveer 8 tot 10 procent voor de kiezen om op de grote N-weg te komen. In het begin ben je fris en fruitig en het is extreem verleidelijk om met het grote mes omhoog te knallen. Dat deden ook veel deelnemers. Ze vlogen me voorbij.

Het belang van vermogensbeperking en geduld

Ik had mezelf één simpele regel opgelegd. Niet boven de 330 watt. Ik wist dat daarboven de kans groot was dat lactaten zich zouden opstapelen en dat ik later de prijs zou betalen. En ja hoor. Na ongeveer 30 kilometer begon ik de eerste renners terug te halen die in het begin voorbij waren gestoven. Het ging door tot diep in de race. Niet omdat ik ineens sterker werd, maar omdat zij eerder te diep waren gegaan.

Te hard starten kost je altijd meer dan het oplevert

Dit is de kern van het probleem. Te hard starten voelt even goed en ziet er vaak indrukwekkend uit, maar het vreet aan je reserves op een manier die je niet zomaar ongedaan maakt. Moraal krijgt een knauw, maar het lichaam krijgt een nog grotere. Het herstel van die eerste overshoot komt altijd te laat.

De belangrijkste les voor elke lange rit

De les is saai, maar goud waard. Doseer. Houd je aan je plan, zeker als het makkelijk voelt. Pacing is geen teken van gebrek aan lef. Het is respect voor de fysiologie. Wie dat respect heeft, rijdt aan het eind vaak niet alleen sneller, maar ook met meer plezier. En dat is uiteindelijk waar een lange rit om vraagt.

Video

Deze ene fout in de eerste kilometers sloopt je hele rit