Dopingcontrole in het wielrennen: zo wordt er getest, gevolgd en betrapt
Unsplash

Je kijkt naar de Tour de France of de Vuelta a España en ziet renners die bergen oprijden met een snelheid die menselijk nauwelijks lijkt. En ergens in je achterhoofd bekruipt je altijd dezelfde vraag: hoe weet je nou echt of dit eerlijk is? Dat is niet alleen jouw vraag. Het is de vraag die de hele wielersport al decennia in zijn greep houdt. Dopingcontroles zijn het antwoord dat de UCI, het WADA en nationale dopingautoriteiten op die vraag geven. Maar hoe werkt zo'n controle eigenlijk? Wat zijn whereabouts? En kan een controleur midden in de nacht bij een renner aankloppen? Dit artikel legt het stap voor stap uit.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Wat is doping in het wielrennen?
Doping in het wielrennen is het gebruik van verboden stoffen of technieken om de prestaties kunstmatig te verbeteren. Het Wereldantidopingagentschap (WADA) stelt een lijst op van alle verboden middelen. Denk aan EPO, anabole steroïden, groeihormonen, bloedtransfusies en stimulerende middelen. Doping in het wielrennen heeft een lange en duistere geschiedenis, van de vroege stimulerende middelen tot de gesofisticeerde methoden van vandaag. De definitie is helder: als een stof of methode de prestaties verbetert, de gezondheid schaadt of de geest van de sport ondermijnt, staat ze op de verboden lijst.
Hoe werkt een dopingcontrole?
Een dopingcontrole in het wielrennen kan op twee momenten plaatsvinden: tijdens een wedstrijd (in-competition) of daarbuiten (out-of-competition). Beide zijn even bindend en even serieus.
Tijdens een wedstrijd
Direct na een etappe of koers kunnen renners worden aangewezen voor controle. De winnaar wordt vrijwel altijd getest, aangevuld met willekeurig geselecteerde andere renners. De renner ontvangt een officiële kennisgeving en moet zich binnen een vastgestelde tijd melden bij de dopingcontrolepost. Vanaf dat moment mag hij niet meer naar het toilet zonder begeleiding van een dopingcontroleur.
Urine- en bloedcontrole
Bij de controle wordt zowel urine als bloed afgenomen. De renner vult zelf zijn urine op in een verzamelbekertje, waarna die wordt verdeeld over twee verzegelde flessen: de A-monsterbus en de B-monsterbus. Hetzelfde geldt voor bloed. Beide monsters worden naar een geaccrediteerd laboratorium gestuurd. Het A-monster wordt als eerste geanalyseerd. Pas als dat positief is, mag de renner vragen om opening van het B-monster om de uitslag te bevestigen of te weerleggen.
Buiten wedstrijden om
Out-of-competition-controles zijn doorgaans strenger en onaangekondigder. Ze kunnen op elk moment van het jaar plaatsvinden: op de training, thuis, in het hotel. Juist buiten het wedstrijdseizoen zijn sommige verboden methoden, zoals EPO of bloedtransfusies, het meest aantrekkelijk voor eventuele gebruikers. Dat weten de controleurs ook, en daarom is dit type controle zo waardevol. Het bloedpaspoort speelt hierbij een cruciale ondersteunende rol: door bloedwaarden over langere tijd te monitoren, worden afwijkingen zichtbaar die bij een eenmalige test onder de radar zouden blijven.
Wat zijn whereabouts?
Whereabouts is het systeem waarbij topsporters verplicht zijn om hun verblijfplaats door te geven aan de dopingautoriteiten. Elke renner die op de registratielijst staat van het WADA of een nationale dopingautoriteit, moet dagelijks bijhouden waar hij of zij zich bevindt, en specifiek: op welk adres hij zich op een bepaald uur in de ochtend bevindt.
Concreet werkt het zo: een renner moet voor elk kwartaal van het jaar een uur per dag opgeven waarop hij gegarandeerd thuis is voor een controle. Dat tijdslot ligt doorgaans tussen zes en elf uur 's ochtends. Binnen dat uur moet hij aanwezig en bereikbaar zijn. Daarnaast geeft hij zijn trainingslocaties, reisplannen, hotelverblijven en wedstrijdlocaties door. Dit alles gaat via het digitale systeem ADAMS (Anti-Doping Administration and Management System).
Klinkt logisch, maar in de praktijk is het een enorme belasting. Sporters worden letterlijk gek van het continu bijhouden van hun whereabouts, elke wijziging moet worden doorgegeven, elk logeeradres en elke spontane trainingsrit in het buitenland. De renner is zelf verantwoordelijk voor de juistheid van die informatie. Vergeten updaten kan ernstige gevolgen hebben.
Wanneer is een wielrenner positief?
Er zijn twee manieren waarop een renner positief kan zijn. De eerste is de klassieke manier: een verboden stof wordt aangetroffen in het A-monster, waarna het B-monster dit bevestigt. De tweede manier is subtieler maar minstens zo ernstig: een whereabouts-overtreding.
Positieve urine of bloedtest
Als het A-monster een verboden stof of een afwijkende waarde laat zien, wordt de renner hiervan op de hoogte gesteld. Hij of zij heeft het recht om aanwezig te zijn bij de opening van het B-monster, eventueel via een vertegenwoordiger. Bevestigt het B-monster de uitslag, dan spreekt men van een "Adverse Analytical Finding" en start een formele procedure. De renner mag zich verdedigen voor een tuchtcommissie. Pas na die procedure en eventueel beroep volgt een officieel oordeel.
Drie gemiste controles staat gelijk aan doping
Een whereabouts-overtreding ontstaat als een renner drie keer in twaalf maanden een controle mist of onjuiste informatie heeft doorgegeven. Dat kan dus ook een combinatie zijn van: twee keer niet thuis zijn tijdens het opgegeven uur plus een keer foutieve informatie. Drie van zulke "whereabouts failures" in een periode van twaalf maanden worden door het WADA gelijkgesteld aan een positieve dopingtest. De renner kan worden geschorst alsof hij een verboden stof heeft gebruikt, zelfs zonder dat er ooit een stof is aangetroffen.
Mag een dopingcontroleur midden in de nacht aankloppen?
Dit is misschien wel de meest gestelde vraag over dopingcontroles, en het antwoord is genuanceerd. Officieel kan een out-of-competition-controle op elk moment van de dag plaatsvinden. Maar in de praktijk hanteren de meeste anti-dopingorganisaties, waaronder de Nederlandse Dopingautoriteit, protocollen die controles buiten redelijke uren beperken.
De WADA-regels stellen dat controles ook buiten de whereabouts-tijdslots mogelijk zijn, maar controleurs bezoeken renners bij voorkeur binnen het opgegeven uur. Toch zijn vroege ochtendrazzias (vaak net na zes uur) geen uitzondering. Dat geldt ook voor controles vlak voor of na trainingen. Een controleur die aanbelt om drie uur 's nachts is theoretisch mogelijk als er een specifieke reden voor is, maar in de reguliere praktijk zeldzaam.
Opvallend: de renner is verplicht om mee te werken. Weigering is automatisch gelijkgesteld aan een positieve test. Er is dus geen ontkomen aan.
Wat zijn de gevolgen van een positieve test?
De straf bij doping in het wielrennen hangt af van de ernst van de overtreding en de stof die is aangetroffen. De standaardschorsing bij een eerste overtreding met een zogenaamde "specifieke stof" is twee jaar. Bij zwaardere middelen, zoals EPO of bloedtransfusies, of bij bewijs van intentioneel gebruik, loopt de schorsing op tot vier jaar of zelfs een levenslang verbod bij recidive.
Naast de schorsing verliest de renner alle resultaten die zijn behaald tijdens de dopingperiode. Prijzengeld moet worden terugbetaald, titels worden geschrapt. De gevolgen reiken verder dan de sport: sponsorcontracten vervallen, ploegen distantiëren zich en de reputatieschade is vrijwel onherstelbaar. Dat testosteron en andere verboden hormonen de prestaties aanzienlijk kunnen verbeteren, maakt de scheidslijn tussen eerlijke en oneerlijke hulpmiddelen extra scherp.
Werkt het systeem?
De anti-dopingaanpak in het wielrennen is de afgelopen tien tot vijftien jaar aanzienlijk aangescherpt. Het biologisch paspoort, strengere whereabouts-regels en betere laboratoriumtechnieken hebben ervoor gezorgd dat het gebruik van klassieke middelen als EPO moeilijker te verhullen is. Het imago van de wielersport is er merkbaar beter op geworden.
Maar het systeem is niet waterdicht. Er zijn altijd renners die de grenzen opzoeken, nieuwe middelen uitproberen of de mazen in het systeem benutten. Cafeïne is nog altijd de meest gebruikte legale prestatieversterkende stof in het peloton, en de grens tussen toegestaan en verboden staat voortdurend ter discussie. Dat maakt antidoping tot een voortdurend kat-en-muisspel.
Conclusie
Een dopingcontrole in het wielrennen is veel meer dan even plassen in een potje. Het is een uitgebreid systeem van monitoring, administratie, laboratoriumanalyse en juridische procedures. Whereabouts houden renners het hele jaar door in de gaten. Drie gemiste controles staat gelijk aan doping, ook zonder dat er ooit een stof is aangetroffen. En ja, een controleur kan in principe ook vroeg in de ochtend aankloppen. Weigeren is geen optie. Het systeem is niet perfect, maar het is veruit het meest uitgebreide anti-dopingregime in de sport. Voor de wielerfan die wil begrijpen wat er achter de schermen speelt, is kennis van dit systeem onmisbaar om de sport volledig te kunnen doorgronden.












