Droog geweest? Daarom is de weg juist dán spekglad na regen

Getty Images - Robertus Pudyanto

Getty Images - Robertus Pudyanto

Gisteren in de vijfde Giro-etappe zagen kijkers precies wat er gebeurt als nat asfalt zijn werk doet. Het regende de hele dag, van Praia a Mare tot Potenza. Twee vluchters reden samen voorop en leken het onderling uit te maken. Met veertien kilometer te gaan gleed Igor Arrieta onderuit in een natte afdaling. Hij nam risico, want dat is koers. Maar ook Eulalio ging even later tegen het natte asfalt, op 6,5 kilometer van de streep. Hij nam ook risico, want hij wilde winnen. Arrieta raakte op een bizarre manier van wilskracht toch nog terug in het wiel en won de etappe in een sprint. Eulalio pakte het roze.

Twee koplopers, allebei gevallen, allebei op hetzelfde wegdek. Dat is pech, maar ook fysica. En voor jou als fietser geldt exact hetzelfde principe.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen

Het vuile geheim van droog asfalt

Hier komt de wetenschap, en die is wat minder romantisch dan je misschien hoopt.

Tijdens weken droog weer hoopt er van alles op op het asfalt. Stof, fijnstof, rubberresten van autobandenautobanden, olievlekjes van lekkende motoren en auto's, en het pollen dat in het voorjaar massaal uit de bomen waait. Normaal gesproken wordt dat vuil regelmatig weggespoeld door regen. Maar na een lange droogteperiode ligt het gewoon te wachten. Laagje op laagje, netjes ingeklemd in de poriën van het asfalt.

Rijkswaterstaat omschrijft het als volgt: wanneer het gaat regenen, mengen de regendruppels zich met het opgehoopte vuil op de weg en ontstaat er een dunne, slijmerige laag.

wanneer het gaat regenen, mengen de regendruppels zich met het opgehoopte vuil op de weg en ontstaat er een dunne, slijmerige laag

— Rijkswaterstaat

Die laag heeft een officiële naam: visceuze aquaplaning. Klinkt als een Latijnse ziekte die je oploopt na een verkeerde gehaktbal op vakantie, maar het is gewoon de technische term voor "jij gaat onderuit als je niet oplet."

Waarom juist lichte regen het gevaarlijkst is

En nu het deel waar de meeste fietsers zich in vergissen: het is niet de grote stortbui die je moet vrezen. Het is het spatje regen, het onschuldige motregenachtige buitje dat je eigenlijk niet eens erg vindt. De gladheid treedt vooral op als het licht regent. Bij hardere regen wordt het vuil juist snel weggespoeld.
Met andere woorden: een tropische hoosbui reinigt het wegdek. Een bescheiden Hollands regenbuitje maakt er een ijsbaan van. Nederland is op dit vlak dus extra perfide, want wij zijn gespecialiseerd in precies dat soort grijze, halfhartige neerslag.

Het schuim op de weg: geen foam party

Je ziet het na een lange droogte: schuim op de wegen na de eerste bui. Dat is geen toevallig fenomeen. Het zijn vet- en olieresten die door het regenwater worden losgeweekt. Elke vrachtwagen, auto en motor lekt in de loop der tijd wel iets. Al die kleine beetjes stapelen zich op. Als je dat schuim op de weg ziet liggen, is dat je signaal. Niet het sein om te versnellen omdat je dan sneller door het natte stuk bent. Het is het sein om te remmen, voorzichtig te sturen en in jezelf te fluisteren: "Visceuze aquaplaning. Ik weet wat dat is."

Wat dit voor jou als fietser betekent

Een auto heeft vier contactvlakken met het wegdek, elk zo groot als een A4'tje. Jij hebt er als fietser twee, elk zo groot als een creditcard. De marges zijn dus kleiner, het herstel na een slip moeilijker. Een paar concrete punten:

Rem eerder dan je denkt. De remweg op een slijmerige weg is aanzienlijk langer dan op droog of zelfs gewoon nat asfalt. Reken er dus niet op dat je remmen doet wat het altijd doet.

Vermijd scherpe stuurcorrecties. Juist die reflex om snel bij te sturen als je voelt dat je wegglijdt, kan je harder ten val brengen. Soepel en geleidelijk is het devies.

Let op bochten en kruispunten. Daar stoppen en optrekken auto's het meest. Daar liggen dus de meeste olievlekken. Precies de plek waar jij vaart mindert en je gewicht verschuift.

De eerste 15 tot 30 minuten zijn het gevaarlijkst. Vooral in de eerste 15 tot 30 minuten na het begin van de regen is het wegdek extreem glad. Daarna lost de slijmlaag op of spoelt weg, afhankelijk van hoeveel regen er valt. In het geval van de Giro-etappe bleef het witte schuim langer aanwezig.

En dan nog dit

Zo, nu heb je het verhaal achter het schuim. Geen washand mee om lekker in te baden, nee het is de vuile olie, het rubber, het stof, en dat ene buitje dat precies genoeg is om er een gladde smurrie van te maken zonder het weg te spoelen. Dat vergeet je niet meer zo snel.

Fijn fietsen. En bij de eerste druppels na weken droogte: gas eraf, grip in je hoofd.

    Video