Weer

Droog naar je werk fietsen: Hoeveel dagen lukt dat?

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Kwart over zeven, keukenraam, hoofd schuin. Ik kijk naar een grijze lucht en doe wat iedere Nederlander dan doet: ik word weerman. Ziet er niet goed uit, denk ik, en ik zeg het ook nog hardop tegen niemand. Vervolgens pak ik de auto, en het blijft de hele dag droog. Droog naar je werk fietsen lukt namelijk vaker dan je denkt. Over heel Nederland regent het maar 7,4 procent van de tijd. De vraag is dus niet hoe vaak het regent, maar hoe groot de kans is dat het regent in die ene twintig minuten dat jij op de fiets zit.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

Het regent 650 uur per jaar, en verder dus niet

Het KNMI meet niet alleen hoeveel regen er valt, maar ook hoe lang het regent. Over vijftien weerstations gemiddeld komt dat uit op precies 650 uur per jaar, rekende Buienradar uit op basis van die metingen. Een jaar telt 8.760 uur, dus het regent 7,4 procent van de tijd. Dat verschilt wel per seizoen. In de zomer valt de neerslag in korte, stevige buien en regent het 5,4 procent van de tijd. In de wintermaanden is dat 10,1 procent, want dan zijn het die lange grijze dagen waarop het uren achter elkaar miezert zonder dat er ooit iets gebeurt. Precies de periode waarin de vraag speelt hoe erg fietsen in de regen eigenlijk is. Onze eigen beleving klopt daar trouwens niet mee, en daar is een verklaring voor: mensen onthouden juist die ene plensbui op de fiets en alle droge ritten daaromheen niet. Mijn keukenraam is dus geen meetinstrument. Het is een projectiescherm.

Dit is de rekensom voor jouw woon-werkverkeer

Stel je fietst 25 minuten heen en 25 minuten terug, en je doet dat 230 werkdagen per jaar. Dan zit je 192 uur per jaar op de fiets. Neem daar 7,4 procent van en je komt uit op ongeveer 14 uur regen per jaar. Dat is het equivalent van zo'n zeventien volledig doorweekte ritten, op een totaal van 460. Anders gezegd: ongeveer 96 procent van je fietstijd is droog. Wel even eerlijk zijn over wat die som aanneemt. Ik reken hier alsof regen netjes over de dag verdeeld is, en dat is niet zo. Regen komt in clusters, en de ochtendspits is nu eenmaal iets anders dan drie uur 's nachts. In de praktijk word je dus vaker een beetje nat en minder vaak echt doorweekt dan dit getal suggereert. Goed nieuws met een klein ongemak eraan vast.

De bronnen zijn het niet met elkaar eens

Hier moet ik oppassen, want de cijfers over het aantal regendagen lopen flink uiteen. Het Compendium voor de Leefomgeving komt op 120 tot 155 dagen per jaar met neerslag, wat betekent dat er zo'n 240 dagen helemaal droog zijn. Het KNMI zelf komt in een recentere analyse van de jaarneerslag op 197 dagen, maar hanteert dan een ondergrens van 0,1 millimeter. Dat verschil zit dus in de definitie. Nul komma één millimeter is ongeveer wat er uit een plant komt als je hem te enthousiast water geeft, en dat merk je niet op een fiets. Wat wél telt is de neerslagduur, en dat is die 650 uur. Voor je rit naar je werk is dat het enige cijfer dat je nodig hebt.

Waarom het gevoel zo hardnekkig is

Ik herken het van mezelf, en niet alleen bij regen. Mijn moeder garandeerde me ooit dat er om negen uur 's ochtends echt bijna geen file meer staat. Ik stond stil. Al mijn vertrouwen in mijn moeder als verkeersvoorspeller heb ik die ochtend in de berm gemieterd. Zo werkt het ook met die natte rit: uit een heel seizoen op de fiets onthoud ik de keer dat ik verkleumd thuiskwam, niet de dertig ritten waarin er niks gebeurde. Je beslist dus niet op basis van 7,4 procent, maar op basis van de laatste keer dat het misging. En daarmee laat je honderden droge ritten liggen om één natte te vermijden. Het helpt ook niet dat we regen niet alleen vervelend vinden voor onszelf, want regen en roest zijn de grootste slopers van je racefiets. Voor woon-werkverkeer is dat een prima reden om er een tweede, minder dierbare fiets voor te hebben. Iets waar je zonder pijn in je hart doorheen kunt ploeteren.

Wat betekent dit voor jou

  • Reken met je eigen tijdvenster, niet met de dag. Jij bent vijftig minuten buiten, geen 24 uur. Dat is 3,5 procent van je dag.
  • Kijk vooruit in plaats van naar buiten. Een buienradar geeft per rit een beter antwoord dan de lucht boven je tuin, en een kwartier later vertrekken scheelt vaak de hele bui.
  • Richt je uitrusting op de winter. Dan is de kans bijna twee keer zo groot als in de zomer. Koop dus voor december en niet voor juli.
  • Accepteer zeventien natte ritten per jaar. Dat is de prijs. Reken uit wat 443 droge ritten je opleveren en je weet meteen of dat een goede deal is.
  • Regel het na afloop. Natte kleding die blijft liggen is het echte probleem, niet de bui zelf. Hoe je dat aanpakt staat in ons stuk over het wassen van vieze wielerkleding.

Ik schreef eerder dat de wielerbroek bij ons is weggedemarreerd, met vier lagen chamois en microgaatjes per warmtezone. Als die stof zo hard vooruitgaat, is nat worden allang geen ramp meer. Het is hooguit een ongemak van veertien uur per jaar.

P.S. Veertien uur. Dat is nog geen twee werkdagen nat, uitgesmeerd over een heel jaar. Daar hoeft geen enkel keukenraam bij te pas te komen.