Trek Madone SLR 9 vs SL 5: wat levert $9.800 extra eigenlijk op?

Trevor Raab

Trevor Raab

De prijzen van topfietsen zijn de laatste jaren flink gestegen. Waar je vroeger al voor minder dan 10.000 dollar een vlaggenschipmodel had, kosten de absolute topversies van de grote merken tegenwoordig standaard ruim boven dat bedrag. Als testredacteur van Bicycling krijg ik meestal die topmodellen toegestuurd. Slechts een paar keer koos een merk ervoor om mij juist het instapmodel te sturen.

Toch is dat precies waar ik het meest benieuwd naar ben: wat is nu echt het prestatieverschil tussen het goedkoopste en het duurste model in dezelfde reeks? Het enige dat ik nodig had, was een merk dat bereid was om beide fietsen naast elkaar te laten testen. Toen ik de nieuwste Trek Madone SLR had gereviewd, stemde Trek ermee in om ook de instap-Madone SL 5 mee te sturen. Eindelijk kon ik de twee uitersten in dezelfde lijn tegen elkaar uitspelen.

Twee Madones, groot verschil in prijs en gewicht

De Trek Madone SLR 9 AXS, het topmodel, kost 13.500 dollar en weegt 7,08 kilo (15,61 lbs). De Madone SL 5, het instapmodel, kost 3.700 dollar en weegt 8,77 kilo (19,33 lbs). Beide gewichten werden gemeten op mijn eigen weegschaal, zonder pedalen, maar wel met bidonhouders en fietscomputerhouders.

Voor een meerprijs van 9.800 dollar krijg je dus een fiets die 1,7 kilo lichter is, dankzij een lichter carbon frame en high-end onderdelen. Maar wat betekent dat nu echt in prestaties? Hoeveel sneller ben je met die investering?

trek madone© Trevor Raab

Bergop: het rekenvoorbeeld

Bergop is dit het makkelijkst te modelleren. Op een klim van 2 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 10,7%, gereden aan 4,3 watt/kg, levert een 1,7 kilo lichtere fiets een tijdswinst van 13 seconden op. Op een langere klim, zoals Sa Calobra op Mallorca (9,4 km aan 7,2%), levert dat 40 seconden winst op. Verwacht dus geen wonderen: lichter is sneller, maar de tijdswinst blijft beperkt zolang alle andere factoren gelijk blijven.

Op vlak terrein: real-world test

Op vlak en glooiend terrein draait alles om aerodynamica en rolweerstand. Dat is lastiger te modelleren, dus besloot ik zelf de proef op de som te nemen. Voor bijna 10.000 dollar extra mag je tenslotte een duidelijk verschil verwachten.

Ik testte op een afgesloten circuit van 1 mijl bij de Trexlertown Velodrome, zodat verkeer en remacties geen rol speelden. Met Favero Assioma vermogenspedalen reed ik beide fietsen op exact 280 watt (4,3 watt/kg). De positie werd identiek ingesteld: dezelfde stuurhoogte en breedte, dezelfde bandendruk volgens Silca’s calculator. Ik reed in een gewone outfit met standaard helm en neutrale sokken. Beide fietsen werden met lege bidons getest om het gewicht gelijk te houden.

Het resultaat? De Madone SLR 9 reed gemiddeld 1,2 mph (1,9 km/u) sneller dan de Madone SL 5. Dat scheelde 8 seconden per mijl, oftewel 1 minuut en 20 seconden op 16 km. Dat is de winst die je koopt voor 9.800 dollar extra.

Aero-upgrades getest op de SL 5

Daarna wilde ik weten hoeveel winst er te halen viel met gerichte upgrades. Op de Madone SL 5 voerde ik een reeks aero-interventies door, steeds één tegelijk. Ik testte rijden met vlakke rug in de hoods, rijden in de beugels, een aero-helm, een skinsuit, een set diepe wielen, betere banden met latex binnenbanden, aero-bidons en aero-sokken.

De resultaten waren verrassend. Aero-sokken leverden niets meetbaars op. Helm, skinsuit, aero-wielen en aero-bidons gaven elk 0,3 mph winst, oftewel 2 seconden per mijl. Opvallend genoeg presteerden de dure Bontrager RSL 51-wielen van 3.000 dollar niet beter dan een skinsuit of bidons. Rijden in de beugels leverde 0,5 mph winst op en spaarde 40 seconden over 16 km. Het wisselen van banden en binnenbanden bleek extreem effectief: Specialized Turbo Cotton banden met latex buizen gaven 0,8 mph winst en 5 seconden per mijl.

De grootste winst was echter helemaal gratis: door mijn houding te veranderen naar een vlakke “aero hoods”-positie reed ik exact even snel als met de dure SLR 9. Het verschil met de standaard SL 5 was 1,2 mph, gelijk aan het gat tussen beide fietsen. Daarmee bespaar je 1 minuut en 20 seconden over 16 km, puur door je houding.

Wat zegt dit?

Het onderstreept een bekende vuistregel: de rijder is verantwoordelijk voor 80% van de luchtweerstand, de fiets voor slechts 20%. Een goedkopere fiets met optimale houding en slimme upgrades kan dus sneller zijn dan een dure fiets die niet goed is afgesteld of waarbij de rijder niet aero zit.

Snelheid per dollar

Hoeveel moet je uitgeven om de Madone SL 5 op snelheid van de SLR 9 te brengen? Met een paar simpele upgrades kom je verrassend ver. Een aero-helm van 300 dollar en een set snelle banden met latex buizen van 210 dollar kosten samen 510 dollar. Daarmee dicht je vrijwel het hele gat dat ik in de test mat tussen de twee fietsen.

Trek verdient hier trouwens een compliment. Bij de duurdere modellen met geïntegreerde cockpit laat Trek klanten zelf de juiste stuur- en stuurlengte kiezen, zodat de fiets optimaal past. De SL 5 heeft een meer traditionele tweedelige cockpit, wat soms zelfs makkelijker is om een perfecte houding te vinden. Een goede zitpositie draagt meer bij aan aerodynamica dan een set dure wielen.

Conclusie

De Madone SLR 9 is sneller, lichter en verfijnder. De winst is meetbaar: gemiddeld bijna 2 km/u sneller bij gelijk vermogen, met meer comfort en premium onderdelen. Maar het grootste deel van de winst komt niet uit het frame of de groep, maar uit houding en banden. Voor wie bereid is zijn positie te optimaliseren en slim te upgraden, is de goedkopere Madone SL 5 een verrassend snelle fiets. Voor minder dan 500 dollar aan upgrades kom je al bijna op het niveau van een fiets die 9.800 dollar duurder is.

dit artikel komt oorspronkelijk van Bicycling.com

Video