Dylan van Baarle over liefde, koersplezier en zijn toekomst bij The Wolfpack

Update: 14 november om 20:53

© Getty Images

Dylan van Baarle liefde koersplezier toekomst Wolfpack

Na een periode vol hoogte- en dieptepunten kijk ik in dit interview samen met Dylan van Baarle (vriend en ploegmaat uit onze jeugdjaren), met een openhartige en nuchtere blik terug op de jaren die hem gevormd hebben. Ook kijken we vooruit naar wat er voor hem komen gaat. Over vriendschap, mentale veerkracht, liefde en het eenvoudige plezier van de fiets. “Uiteindelijk moet je gewoon doen wat goed voelt”.

Terug naar de basis

Sommige gesprekken voelen als een rit door het geheugen. Geen haast, geen afstand, alleen herkenning. Wanneer Dylan van Baarle de telefoon opneemt zit hij in de auto na een paar dagen training in Andorra, terug naar huis, naar Monaco. Er klinkt meteen dat oude vertrouwde: de glimlach in zijn stem, de rust die hij meebrengt. Alsof de tijd even stilstaat. “Het is lang geleden, hè,” zegt hij lachend. “Je wist niet eens meer dat je mijn nummer nog had.”

Het gesprek rolt vanzelf. De toon is luchtig, maar ook warm en eerlijk. “We hebben samen veel meegemaakt, van RoodWitBlauw tot ziekenhuis,” zegt Van Baarle. “Dat verbindt misschien nog wel het meest. Die kloteherinneringen in koers of daarbuiten zorgen ervoor dat je elkaar beter begrijpt.”

Hij vertelt over de afgelopen dagen training in Andorra met goede vriend en collega Robert Gesink, over het contact dat hij daar onderhoudt. “Paulien (Van Baarle's verloofde, achternaam Ferrand-Prévot) heeft daar een appartement, en Robert woont tien minuten verderop. Als we daar zijn, proberen we altijd even bij elkaar langs te gaan. Zeker na wat hij dit jaar allemaal heeft meegemaakt, wil je er gewoon even zijn. Je merkt het niet altijd aan iemand dat hij het zwaar heeft, maar juist daarom wil je er zijn. Niet omdat iemand om hulp vraagt, maar omdat het goed voelt.”

Het typeert hem: trouw, nuchter, betrokken. Het wielrennen is zijn werk, maar de mensen eromheen maken het verschil. “Ik denk dat dat ook iets zegt over karakter. In deze sport leer je elkaar kennen op momenten dat het zwaar is — in regen, kou, of als het even tegenzit. Daar ontstaan de echte vriendschappen.”

Van strijd naar balans

Als het gesprek verschuift naar zijn eigen pad, is Van Baarle opvallend open. Hij praat rustig, soms zoekend naar woorden, maar altijd eerlijk.
“Vroeger was ik wat zwaarder gebouwd,” zegt hij. “Dat veranderde toen ik begon te groeien. En bij de profs leer je natuurlijk veel over voeding. Je probeert dingen uit, kijkt wat werkt.”

Wat hem het meest verbaasde? “Dat je niet altijd superlicht hoeft te zijn om te winnen. Ik heb koersen gewonnen met 77 kilo, maar ook met 71. Het gaat om balans. Tegenwoordig nemen we tijdens wedstrijden veel meer koolhydraten — tot 120 gram per uur. Dat is bijna absurd als je het vergelijkt met vroeger, toen we blij waren met 60. Maar het werkt. Je lichaam leert het. “Maar na een meerdaagse heb ik even geen zin meer in Winegums” zegt hij met een brede lach.

Dat je niet altijd superlicht hoeft te zijn om te winnen. Ik heb koersen gewonnen met 77 kilo, maar ook met 71.

— Dylan van Baarle

Dan wordt het even stiller aan de andere kant van de lijn. “Weet je,” zegt hij, “het mooiste wat ik geleerd heb, is dat niet alles om cijfers draait. Niet om gewicht, wattages of schema’s. Soms moet je gewoon voelen. Dat heb ik in de loop der jaren echt geleerd.” Die les kwam niet vanzelf. Tijdens de coronaperiode werd alles op de proef gesteld. “Ik zat dagen op mijn balkon in Monaco, zes uur trainen op de rollerbank. Op een gegeven moment ben je klaar met Netflix, met schoonmaken, met alles. Dan denk je: oké, wat nu? Dus ik ging fietsen. Achteraf gezien was dat veel te veel, maar op dat moment voelde het als enige optie.”

De nasleep was zwaar. “Ik had het hele seizoen daarna last van vermoeidheid. Pas in de winter kon ik echt herstellen. Soms denk je dat rust betekent: nóg beter trainen of nóg slimmer eten. Maar echte rust is ook gewoon even naar een restaurant gaan, een biertje drinken, lachen met vrienden. Dat mentale stuk is net zo belangrijk als fysiek herstel.” Zijn conclusie klinkt simpel, maar komt met ervaring. “Rust is ook durven loslaten. Dat is iets wat ik de laatste jaren echt geleerd heb.”

Leren loslaten

Het gesprek glijdt moeiteloos van fysieke naar mentale veerkracht. Van Baarle vertelt hoe hij mindfulness en ademhalingsoefeningen probeerde. “Niet omdat ik er per se in geloofde, maar omdat ik voelde dat ik niet honderd procent uit mezelf haalde. En eerlijk? Het werkte. Je leert luisteren naar je lijf. Dat maakt je rustiger.”

Hij lacht als het over zijn verloofde Pauline Ferrand-Prévot gaat. “Ja, verloofde! Dat blijft nog even gek om te zeggen.” Paulien, zelf winnares van de Tour de France Femmes 2025, begrijpt hem als geen ander. “We hebben veel steun aan elkaar. Als de ander moe is of even niet lekker zit, hoef je dat niet uit te leggen. Dan weet je: dit is niet het moment voor drie uur supermarktshoppen,” grapt hij.

Dan weet je: dit is niet het moment voor drie uur supermarktshoppen,

— Dylan van Baarle

Maar achter de lach schuilt iets diepers: het besef dat samen stilte delen soms krachtiger is dan praten. “Toen zij op de Madeleine won, reed ik ’s ochtends naar haar hotel om samen te ontbijten. Niet om iets bijzonders te doen — gewoon om er te zijn. Dat zegt vaak meer dan duizend woorden.”

Heeft hij iets van haar geleerd? “Ja, absoluut. Dat je moet luisteren naar jezelf. Dat klinkt makkelijk, maar dat is het niet. Als sporter wil je altijd doorgaan. Zij liet me zien dat je juist sterker wordt als je durft te stoppen op het juiste moment.” Hij denkt even na. “Uiteindelijk ben jij degene in je lichaam die het moet doen. Als het niet goed voelt, dan is het dat ook niet. Je kunt beter eerlijk zijn tegenover jezelf. Dat heb ik echt van haar geleerd.”

De weg vooruit

Na drie lastige seizoenen kijkt Van Baarle met frisse blik vooruit. Een nieuwe ploeg met Soudal-Quickstep (“The Wolfpack” bijnaam), een nieuwe start. “Ik wil in de klassiekers weer laten zien wat ik kan. Niet per se winnen, maar meedoen van voren. De afgelopen jaren waren zwaar, maar ze hebben me veel geleerd.” Hij praat met een ontspannen zelfvertrouwen, alsof hij zijn evenwicht gevonden heeft. “Ik heb de afgelopen tijd van alles geprobeerd — andere schema’s, nieuwe methodes. Regelmatig werkte dat averechts. Uiteindelijk weet ik wat voor mij werkt: plezier hebben in fietsen. Daar begint het mee.”

Dat plezier is voelbaar in zijn stem. “We waren laatst in New York, Paulien en ik. Slecht weer, overal regen. Mijn moeder stuurde een berichtje: ‘Gaat het goed daar, met die overstromingen?’ Wij hadden er weinig last van en waren meer bezig met ons verkleden voor Halloween." 

Hij denkt even terug aan vroeger. “Die trainingsweekenden, met de camper naar Harzé in Belgie, met z’n allen afzien en lachen. Of het NCK (Nederlands Kampioenschap ploegentijdrit) dat we wonnen — ik weet nog dat jouw ogen bloeddoorlopen waren toen we na afloop bij De Chinees aten. Maar dat zijn de mooiste herinneringen. Dat gevoel van samen alles geven, dat is onbetaalbaar.”

Het typeert hem: ambitieus, maar met oog voor de kleine dingen. “Wat ik mis aan die tijd? De vriendengroep. Het met z’n allen op pad zijn, in die oude campers. Nu is het professioneler, meer werk. Dat is mooi, maar ook anders. Vroeger was het soms nog een schoolreisje, nu is het een baan. Al probeer ik die sfeer nog steeds vast te houden.”

Zijn stem klinkt bijna filosofisch wanneer hij over de veranderingen in het peloton praat. “Het wielrennen is enorm veranderd. Sinds corona is alles professioneler geworden — voeding, training, data, herstel. Iedereen heeft tijd gehad om te experimenteren, en dat merk je. De lat ligt hoger dan ooit.”

Eenvoud als kompas

Wat opvalt bij Van Baarle, is zijn rust. Geen grootse woorden, geen clichés. Gewoon nuchterheid en een helder kompas. “Luister naar je lijf, doe wat goed voelt, en houd het simpel,” zegt hij. “Uiteindelijk ben jij degene die het moet doen. Als het niet goed voelt, dan is het ook niet goed.”

Hij lacht wanneer het gesprek op ontspanning komt. “Weet je, ik heb wel eens gezegd: herstel je het beste van drie pils op Sensation White. En daar zit een kern van waarheid in. Niet letterlijk, maar omdat het laat zien dat je soms gewoon even moet leven en loslaten. Je kunt niet altijd aanstaan.”

Het doet denken aan zijn eerdere vergelijking: de ontspanning van Usain Bolt op de 100 meter, diezelfde souplesse die een renner nodig heeft in een drie weken durende Tour. “Ontspanning is de sleutel,” zegt Van Baarle. “Zonder ontspanning kun je niet presteren. Voor klassementsmannen is dat cruciaal. Voor mij ook, maar op een andere manier. In een klassieker moet je zes uur lang volle bak gefocust zijn, maar ook ontspannen. Dat is de balans.”

Als het gesprek richting de toekomst gaat, klinkt hij tevreden. “Ik zit goed in mijn vel. En als ik op de fiets stap, weet ik weer waarom ik dit doe. Dat gevoel, dat wil ik vasthouden.” Dan, plots, die glimlach in zijn stem. “Trouwens, ik heb nu een Lamborghini Urus. Helemaal zwart, met oranje remklauwen. Toch nog een Hollands tintje, hè?”

Trouwens, ik heb nu een Lamborghini Urus. Helemaal zwart, met oranje remklauwen. Toch nog een Hollands tintje, hè?”

— Dylan van Baarle

Het typeert hem volledig: gefocust, gedreven, maar met humor en zelfrelativering. “Over tien jaar hoop ik te kunnen zeggen dat ik nóg (na parijs-roubaix 2022) een monument heb gewonnen,” zegt hij. “Maar wat ik vooral hoop, is dat ik dan nog steeds met hetzelfde plezier op de fiets stap als nu. Fietsen blijft gewoon het mooiste wat er is.”

P.S. Die avond stuurt hij me een foto, niet van de legendarische kassei die hij met Parijs-Roubaix won, maar van het tegeltje dat ik hem gaf toen hij jaren geleden naar Monaco vertrok.

Tegeltjemaximaal© Tegeltje

Tegeltje

Video